Der Nederlanden: Betuwe, de; Frietje met; Kameleon, de

Encyclopedie van Nederland, deel 47

De Betuwe is het hart van Nederland, het gebied tussen de grote rivieren die onze moerasdelta vormden. En het is het 'eiland der Bataven' en daarmee de geboorteplaats van de Hollandse mythe van de stoere Bataaf, die zich teweerstelde tegen de vreemde dwingelandij der Romeinen. Julius Civilis werd Flipje en de Betuwe de bloesemtuin van Nederland. En dan is er het patatje met, ons inheemse fastfood. Alleen hier en in België dopen we ze in de mayonaise, en flink ook. De killer Vincent in Pulp Fiction: 'They fuckin' drown them in that shit!' Plus: Kameleon, ahoy!


betuwe in bloei

Dolf Brouwers, die later faam zou verwerven als Sjef van Oekel in de shows van Wim T. Schipper, bestendigde in 1950 voorgoed de onverbrekelijke band tussen Betuwe en bloeiende boomgaarden met het onvergetelijke Eens zal de Betuwe in bloei weer staan. In dat lied, geschreven door Han Dunk, stond de Betuwe voor meer dan de regio tussen Nederrijn-Lek en Waal, van Tiel in het oosten tot Gorinchem in het westen: de Betuwe die eens in bloei weer zou staan was het symbool voor Herrijzend Nederland.


Eens zal de Betuwe in bloei weer staan/ Nog mooier en voller dan voorheen.


Het was niet voor het eerst, dat de Betuwe als pars pro toto van de natie diende. In de vroege natievorming speelde het gebied, of althans zijn voormalige bewoners, een cruciale rol. Toen Nederland zich in de zestiende eeuw losmaakte van Spanje, golden de Bataven/Batavieren als lichtend voorbeeld. Waren die in 69 AD, onder de held Julius Civilis, niet de Romeinen te lijf gegaan? Goed, de Romeinen sloegen hard terug, maar toch. Heldhaftig bleef het, van onze vroege voorouders.


Tussen 55 en 10 v. Chr. verkasten de Batavieren, een Germaanse stam, vanuit het oosten naar de landstreek tussen Waal en Rijn. V olgens de mythe kanoden zij in uitgeholde boomstammen, 'bij Lobith ons land binnen'. Een zeer dapper volk, schreef de Romeinse historicus Tacitus in 98 AD in Germania: 'Van al die volkeren onderscheiden zich door hun moed de Bataven, die niet alleen de oevers, maar ook het eiland tussen de armen van de Rijn bewonen.'


De Batavieren waren grote blonde geweldenaars, die in het gelid, met volle wapenrusting en te paard, brede rivieren overstaken. In ruil voor belastingvrijstelling en andere emolumenten leverden zij hele cohorten aan de Romeinse legers: op zeker moment waren tienduizend Batavieren actief in de legioenen. Ook vormden zij de lijfwacht van de keizers: de Batavier Indus bijvoorbeeld beveiligde Nero.


De Bataafse Opstand begon vooral als een persoonlijke wraakneming: keizer Nero had Julius Civilis' broer Paulus geëxecuteerd. Na een paar mooie zeges bleken de Romeinen toch te sterk. Maar Civilis' naam was gevestigd, en die van de Batavieren ook. Willem van Oranje werd gepromoot als de reïncarnatie van Julius en de Batavieren als de eerste Hollandse vrijheidsstrijders.


Nadat de Fransen Nederland hadden ingelijfd noemden zij hun vazalstaat De Bataafse Republiek. In de Gordel van Smaragd lag toen al een paar eeuwen Batavia, het huidige Jakarta.


Historisch gezien bleek een en ander niet geheel verantwoord. Voor het laatst komen we de Batavieren tegen in de derde eeuw. Daarna lossen ze op in de nevelen der historie: opgegaan in de Friezen, Saksen en Franken, of met de Romeinen naar het zuiden getrokken.


Maar de Betuwe bleef waar hij lag, een soort bufferzone tussen Brabant, Holland, Utrecht en Gelderland; het laagland van Marsmans brede, trage rivieren. De Nederrijn die verderop in Lek veranderde in het noorden, de Waal in het zuiden. En daartussen, meanderend als een parelsnoer, de Linge, het mooiste riviertje van Nederland.


De stroomruggen, aan weerszijden van de oude stroomgeulen bleken uitermate geschikt voor de fruitteelt. Appels, peren en kersen: de Betuwe begon te bloeien. Wie wil, kan vandaag meedoen aan de bloesemtocht.


Na Julius Civilis groeide Flipje, het fruitbaasje uit Tiel, uit tot de bekendste Betuwnaar. Flipje was vanaf 1935 het reclamesymbool van jamfabrikant Maatschappij De Betuwe in Tiel. Indirect zijn de Nederlandse letteren schatplichting aan het fruitige Flipje. De strip waarin hij de hoofdrol speelde werd getekend door Eelco ten Harmsen van der Beek.


Diens dochter Fritzi (1927-2009) joeg het daarmee door haar vader verdiende vermogen er vrolijk doorheen in villa Jagtlust in Blaricum, met een keur aan vrienden en minnaars. Het was er volgens Fritzi's ex-man Remco Campert Alle dagen feest en 'alles zoop en naaide' - met dank dus aan Flipje uit Tiel.


frietje met

Over de uitvinding van patat (in het zuiden zeggen ze 'friet', in het noorden 'patat', en een enkeling speelt op safe met 'patates frites', gefrituurde aardappelreepjes) doen wilde en speculatieve verhalen de ronde.


Er wordt beweerd dat de inwoners van de Ardense dorpjes Dinant en Namen aan het einde van de 17de eeuw visjes uit de Maas haalden en die in de olie frituurden, en dat ze op een gegeven moment, toen het te koud of te gevaarlijk was om te vissen, aardappels in de vorm van visjes sneden. Ook gaat de mare dat de Fransen de frites hebben bedacht; de eerste friture zou op de Pont Neuf in Parijs hebben gestaan.


Het ware verhaal werd in 1979 onthuld door Uderzo en Goscinny, in Asterix en de Belgen. Het is een van de allerbeste Asterix-afleveringen, en de laatste waaraan René Goscinny heeft meegewerkt (het album was voor de helft af toen hij in 1977, 51 jaar oud, overleed).


In Asterix en de Belgen beschrijven Goscinny en Uderzo hoe een van de twee stamhoofden van de Belgen, de Vlaamse Vandendomme, zijn vrouw Nicotineke het idee aan de hand doet om 'patatten te bakken'. Hij komt daarop als hij een Romein bezig ziet met het verhitten van een ketel olie, waarmee hij de Belgische vijand wil overgieten.


Patat is dus al zeker 2000 jaar oud!


Dan de mayonaise. Ook daarvan is de herkomst duister. De beroemde Britse kookboekenschrijfster Elizabeth David zet in haar French Provincial Cooking een paar verhalen op een rij, en ontkracht ze vervolgens allemaal.


In 1956 vierden Franse koks dat 200 jaar eerder de mayonaise was uitgevonden door de kok van de hertog van Richelieu. Het is, zegt David, net zo'n 'achteraf bedacht verhaal' als dat het woord mayonaise van het oudfranse woord 'moyeu' komt, wat 'dooier' betekent. Het enige dat vaststaat, zegt David, is dat mayonaise halverwege de 18de eeuw al bekend was in Spanje en in de Provence, en dat je het maakt met eidooier, mosterd, een snufje citroen en goeie olie (alles op kamertemperatuur, en flink doorkloppen).


Dus wat doet het frietje (patatje) met in godsnaam in Der Nederlanden? Nou, dit: alleen in Nederland en België vinden we het normaal om mayonaise bij de patat (friet) te serveren. In Engeland serveren ze hun chips met fish, in Amerika doen ze ketchup bij de fries. Mayonaise bij friet (patat), dat vinden ze in alle andere landen dan Nederland en België héél erg raar.


Kijk de film Pulp Fiction er maar op na. John Travolta (matje in zijn nek, oorbelletje) zit in de auto. Hij heet Vincent en praat met zijn maat Jules over Amsterdam en Nederland.


Vincent: 'Weet je wat ze in Holland op hun friet doen, in plaats van ketchup?'


Jules weet het niet.


'Mayonaise!', zegt Vincent.


Yuk, walgt Jules hoofdschuddend.


Vincent knikt. 'Ik heb het ze zien doen man! En niet een béétje hoor. They fuckin' drown them in that shit!'.


Tuurlijk, er bestaan wel wat varianten, zoals het patatje (frietje) oorlog, frietje (patatje) chilimayo, patatje (frietje) joppie, stoof of andere tijdelijke bevliegingen, zoals het patatje kapsalon. Maar uiteindelijk komen we altijd terug bij de gewone friet (patat) met. Zoals Johnny Hoes al zong: 'Wij willen friet met mayonaise/niet met saté niet met haché maar mayonaise/ Friet met mayonaise' (etc). Zie ook: Snackbar, de.


Kameleon, de Vorige week overleed Gerard van Straaten, illustrator van de kinderboekenserie De Kameleon. Van Straaten (broer van Peter) was niet de eerste die de blonde tweeling van de Friese dorpssmid Klinkhamer uit Lenten een gezicht gaf; Paul Don illustreerde de eerste uitgave, in 1949.


De Kameleon is een van de langstlopende series uit de geschiedenis van het Nederlandse kinderboek. Er zijn 63 deeltjes verschenen, waarvan er 59 werden geschreven door de timmerman Hotze de Roos. In 1948 fietste De Roos van zijn woonplaats Krommenie naar uitgeverij Kluitman in Alkmaar, met een manuscript dat hij De tweeling van de dorpssmid had genoemd.


Kluitman veranderde de titel in De schippers van de Kameleon, naar het bootje van Sietse (die ene met het felle karakter) en Hielke (de wat gemoedelijkere). Dat bootje had ooit dienst gedaan als opduwer achter een turfschip, voor de jongens het in alle kleuren verfden en ze samen met boerenknecht Gerben Zonderland een hele reeks doldwaze avonturen zouden beleven, die gelukkig altijd goed afliepen.


De deeltjes die volgden, kregen titels als Volle kracht, Kameleon, Alle hens aan dek, Kameleon!, Ruim baan, Kameleon! en Lang leve de Kameleon!. Toen H. de Roos in 1991 overleed, schreef Kluitman-directeur P. Stanco er nog een paar deeltjes achteraan onder het pseudoniem P. de Roos. Nummertje 62 heette De Kameleon stuurloos.


Inmiddels zijn er meer dan 13 miljoen Kameleonboeken verkocht. In 2003 werd De schippers van de Kameleon verfimd door Steven de Jong, in 2005 volgde een tweede film. Het Friese dorpje Terherne, dat zich vanaf 2004 afficheert als het Kameleon-dorp, trekt jaarlijks 60 duizend bezoekers.


Uw reacties en tips

Wat een mooie rubriek weer, dat Der Nederlanden! Over dat zegeltjes sparen: ongetwijfeld kennen jullie de leus van de Spar: 'Kopen bij de Spar, is sparen bij de koop.' Maar was het ook bekend dat De Spar eigenlijk een afkorting is, die daar ook mee te maken heeft? 'Door Eendrachtig Sparen Profiteren Allen Regelmatig.' Hier heet het nu gewoon Spar, maar bijvoorbeeld in Spanje zie je nog wel eens Spar-winkels die DESPAR heten, het hele acronym dus.


Frank den Hollander, Groningen


Iris Boersbroek schreef: 'Het moet zijn 'anderhalf keer zoveel als', of 'anderhalf keer meer dan'. Dat laatste is ook fout. 'Anderhalf keer meer dan' betekent netto 'twee en een half keer zoveel als'. Maar eigenlijk is het gewoon fout. Om over 'twee keer minder dan' maar te zwijgen...


Olaf Seibert, Nijmegen


Terecht om op een dan/als-fout te wijzen, maar dan wel graag met begrip voor de inhoud van de zin. Is 'anderhalf maal zoveel als' hetzelfde als 'anderhalf keer meer dan'? Ik dacht het niet. Het tweede lid moet zijn 'de helft meer dan'. Wie aan taalverzorging doet, moet ook kunnen rekenen.


Carel van Wijk, 's-Hertogenbosch


Volgende week:

Monarchie, de


mail:dernederlanden@volkskrant.nl


of kijk op vk.nl/dernederlanden


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden