Depressie trekt haar eigen plan

Er is maar weinig te doen aan de duur van depressies. Die voltrekken zich volgens een vast, misschien wel bij de patiënt aangeboren patroon....

Een kwart van de Nederlandse bevolking is wel eens depressief. Niet dat al die mensen wekenlang van ellende in hun bed blijven liggen, maar ze voldoen wel aan de officiële definitie van depressie. Dat betekent dat ze ooit een periode van minimaal twee weken doormaakten waarin ze zich somber of lusteloos voelden en een aantal bijkomende klachten hadden als slapeloosheid, geen eetlust, suïcidale neigingen of een negatief zelfbeeld.

'Elk jaar zijn dat in Nederland ruim zeshonderdduizend mensen tussen 18 en 65 jaar', zegt drs. Jan Spijker. 'Het gros daarvan heeft een lichte tot matige depressie, maar 30 procent is toch wel ernstig depressief.'

Spijker is psychiater bij de Gelderse Roos, een instelling voor de geestelijke gezondheidszorg in de regio Arnhem. Zes jaar geleden kwam hij op het thema voor zijn promotie van komende dinsdag, in Utrecht, omdat op zijn spreekuur veel mensen kwamen die helemaal niet opknapten na een behandeling met antidepressiva of psychotherapie.

'Schizofrenie werd toen gezien als een belangrijke ziekte. Voor depressies was toch de algemene gedachte dat het vanzelf wel overging, zeker na een pilletje of een bezoek aan de therapeut. Dat is dus niet zo, blijkt uit mijn onderzoek.' Spijker haalde zijn gegevens uit het Nemesis-onderzoek waarbij ruim zevenduizend mensen drie keer uitgebreid werden ondervraagd tussen 1996 en 1999. De enquêteurs gebruikten in opdracht van het Trimbosinstituut in Utrecht interviews om psychische stoornissen vast te stellen en ze vroegen ook naar een aantal persoonlijke omstandigheden van de deelnemers.

'Het Nemesis-onderzoek is uniek omdat het een doorsnede van de Nederlandse bevolking betreft. Het geeft niet alleen informatie over hoe vaak psychische stoornissen voorkomen, maar doordat je op verschillende tijden meet, ook iets over hun oorzaken en beloop, en over kenmerken van de ondervraagden, zoals de mate van beperking die zij ervaren, hun kwaliteit van leven en hun gebruik van de zorg. We hebben mensen een aantal jaar kunnen volgen. Het zou goed zijn als je ook nog eens na vijf jaar of langer kunt kijken. Maar helaas is het geld op.'

Spijker volgde de depressieve en potentieel depressieve deelnemers twee jaar lang. 'Er is veel onderzoek onder depressieve patiënten gedaan, maar hier gaat het om de algemene bevolking. Ongeveer eenderde van de mensen die kampen met een depressie heeft een lichte vorm, eenderde een matige vorm en eenderde is ernstig depressief.

'De helft van hen knapt binnen drie maanden op. Maar als de depressie langer duurt, dan is er een grote kans dat deze chronisch wordt. Na een jaar is nog 25 procent depressief. En het is opvallend dat, ook bij een lichte of matige depressie, 20 procent nog niet over is na een periode van twee jaar.'

Spijker wilde weten of valt te voorspellen hoe lang een depressieve episode duurt. De reeds doorgemaakte duur van de depressieve periode blijkt daarvoor in elk geval voorspellend. 'Mensen die meer dan een jaar lang depressief zijn, moeten er rekening mee houden dat hun depressie erg lang gaat duren. Ook als eerdere doorgemaakte episoden lang duurden, is de kans erg groot dat een nieuwe periode ook lang duurt.' Dat betekent overigens niet dat een langdurige depressie hopeloos is. 'Ook als je vier jaar lang een depressie hebt, kun je daar nog uit komen.',

Verder blijkt dat de ernst van de depressie ook invloed heeft op de duur - hoe ernstiger hoe langer. Mensen die aangeven weinig steun van hun omgeving te krijgen, zijn langer depressief. En mensen die last hebben van andere kwalen, zoals rugpijn en CARA, knappen minder snel op. Spijker: 'Na elke depressieve episode heb je een grotere kans op een volgende, maar die perioden hoeven niet steeds langer te gaan duren. Elk individu lijkt een eigen vaste duur te hebben die nauwelijks wordt beïnvloed door externe factoren.' Behalve dan steun van anderen en bijkomende andere ziekten.

De factoren die bekend staan als risicofactoren voor het krijgen van een depressie blijken, aldus Spijker, geen invloed te hebben op de duur van een depressieve episode. Dat zijn bijvoorbeeld negatieve gebeurtenissen in de jeugd, verlies van dierbaren of werk, ernstige ziekte en een neurotische persoonlijkheid. Ook vrouw zijn biedt meer risico op depressies dan man zijn. Spijker: 'Als bijvoorbeeld je partner overlijdt, krijg je wel eerder dan gemiddeld een depressie, maar die hoeft daarom niet langer te duren.'

Vandaar dat Spijker denkt dat er een erfelijke of een biologische aanleg is voor de duur van iemands depressie. 'Op het moment dat iemand depressief wordt, gaat er een programma lopen, zoals het programma van een wasmachine, dat vastligt. Bij de een duurt dat een paar weken, bij de ander meer dan twee jaar.' Een sombere conclusie, want als het programma zich autonoom en zonder noemenswaardige invloeden van buiten afwikkelt, wat heeft therapie dan nog voor nut?

Spijker: 'Het effect van therapie is inderdaad veel geringer dan wij vaak denken. Er wordt te weinig rekening gehouden met het gewone beloop van de depressie en er is een relatief grote terugval als men stopt met medicijnen of psychotherapie.

'Je kunt echter toch proberen om een paar accenten te verleggen in de uitvoer van het vaste programmaatje en het iets te versnellen. Als je een depressie van vier maanden tot drie kunt bekorten, heb je toch wat gewonnen aan lijden en ziektelast.'

Er zijn studies onder zeer gecontroleerde omstandigheden waaruit blijkt dat 60 tot 70 procent van de depressieve patiënten verbetert. Zowel door medicijnen, als door kortdurende psychotherapie. 'Ik denk dat je, vanwege het placebo-effect en het natuurlijke beloop, minstens 40 procent van het effect moet aftrekken. Je zou studies moeten doen met mensen die al minstens drie maanden depressief zijn', meent Spijker.

'Het effect van behandeling is niet zo groot, zeker niet in de dagelijkse praktijk, waarin de omstandigheden van zowel hulpverlener - vaak de huisarts - als de patiënt meestal verre van ideaal zijn.'

Om terugval te voorkomen, moet men antidepressiva lang blijven geven en patiënten die voor psychotherapie kozen op een onderhoudstherapie van een sessie per maand zetten, is de ervaring.

'De belangrijkste uitkomst van mijn onderzoek is dat het misschien niet nodig is om mensen te behandelen bij wie de depressie nog maar kort duurt en die geen specifieke kenmerken hebben voor een mogelijk langere duur', concludeert Spijker. 'Zij hebben immers een grote kans dat hun depressie vanzelf overgaat.

Wie echter wel die kenmerken vertoont of al langer depressief is, moet echter juist wel direct behandeld worden. Dit in de hoop de depressieve periode te kunnen bekorten of in elk geval de symptomen van de depressie te verminderen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden