Depeche Mode

MENNO POT

Prikkelende paradox: het woord 'delta' in de titel van het dertiende studioalbum van Depeche Mode sinds 1980 verwijst naar de rauwe deltablues uit het stroomgebied van de Mississippi, terwijl 'machine' staat voor het elektronische instrumentarium waarvan de vanuit de VS opererende Engelsen zich bedienen.

Delta Machine heeft inderdaad iets onmiskenbaar bluesachtigs, soms aanwijsbaar (gitaarloopjes in Slow en Goodbye, uitbundige gospel in Soothe My Soul), op andere momenten (Angel) subtieler.

Tegelijkertijd is dit toch typisch Depeche Mode, de succesvolste elektronische popgroep ooit, die in het verleden muziek maakte die nu gedateerd klinkt, maar op een nieuwe plaat altijd weer vitaal en eigentijds blijkt. Knap, na ruim drie decennia.

Ze zaten naar eigen zeggen op dezelfde golflengte, wilden qua sound en songtypen dezelfde kant op: Martin L. Gore, die 25 jaar lang bijna alle muziek schreef, en frontman Dave Gahan, die zich pas sinds 2005 als songschrijver manifesteert en drie songs leverde (plus twee bonustracks).

Delta Machine is niet eens een heel verrassende Depeche Modeplaat: het studiogeluid en de zwarte, sinistere lyriek zijn overbekend en het album bevat geen potentiële hit waarvan je opveert, maar coherent en begeesterd klinkt het allemaal wel, meer dan voorganger The Sounds Of The Universe (2009), van de gedragen industriële opener Welcome To My World tot het onheilspellend pulserende Alone. Alleen de melodramatische single Heaven misstaat.

Wie Delta Machine wil kopen, kieze de 'deluxe'-versie. Voor enkele euro's extra krijg je vier prima songs én een boekje met foto's van Anton Corbijn, beeldbepalende bandvriend sinds 1986.

Delta Machine, Columbia/Sony

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden