Departementen stellen zelf norm voor allochtonen

Het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft van de Haagse departementen de meeste allochtone ambtenaren in dienst: 5,7 procent. Daarmee zit het als een van de weinige departementen boven de norm die het op grond van de Wet Bevordering Evenredige Arbeidsdeelname Allochtonen zou moeten halen....

JOSE SMITS

Van onze verslaggeefster

José Smits

DEN HAAG

Zeven andere ministeries zitten, blijkens hun eigen opgave onder de norm uit de wet, waarbij vooral Landbouw (1,6 procent) en Defensie (2 procent) slecht afsteken. Binnenlandse Zaken - onder leiding van minister Dijkstal, in zijn vorige baan als VVD-kamerlid mede-initiatiefnemer voor de allochtonenwet - laat zich dus van zijn goede kant zien.

Maar er is iets geks met de opgave van Binnenlandse Zaken, en ook met die van andere ministeries. De norm waaraan Binnenlandse Zaken zegt te voldoen, is zelf gekozen. De officiële opgave die het ministerie heeft moeten deponeren bij de Kamer van Koophandel, wijkt af van de cijfers van het Regionale Bestuur voor de Arbeidsvoorziening (RBA) in de regio Den Haag/Delft.

De leiding van het RBA betwijfelt daarom of de opgave van Binnenlandse Zaken klopt. Een woordvoerder van het RBA zegt: 'De ministeries werven het grootste deel van hun personeel in de regio. Van de beroepsbevolking in deze regio is volgens ons 14 procent van allochtone herkomst. Hoe kan Binnenlandse Zaken dan zeggen te voldoen aan de norm met 5,7 procent?'

Die twijfel wordt ook geuit als het gaat om de opgave van drie andere departementen die zeggen te voldoen aan de normen uit de allochtonenwet. Buitenlandse Zaken heeft 3,3 procent allochtonen in dienst en geeft zichzelf daarmee een voldoende. Ook Volkshuisvesting en Sociale Zaken beweren dat ze boven de norm zitten met respectievelijk 5,1 procent en 4,7 procent allochtone ambtenaren.

De verwarring wordt in de hand gewerkt door de diffuse opdracht die de Wet Bevordering Evenredige Arbeidsdeelname Allochtonen stelt. De wet probeert te bevorderen dat de bestaande discriminatie van allochtone sollicitanten vermindert. Als norm geldt dat het personeelsbestand een afspiegeling moet zijn van het aanbod op de arbeidsmarkt.

Haagse bedrijven moeten, als de beroepsbevolking in de regio Den Haag voor 14 procent uit allochtonen bestaat, dan gemiddeld 14 procent allochtonen in dienst hebben. De norm in Amsterdam is hoger: 22 procent. Bedrijven die hun personeel landelijk werven, mogen uitgaan van het landelijk evenredigheidspercentage, en dat zou 7 procent zijn.

Voorzover mogelijk wordt onderscheid gemaakt naar opleidingsniveau. Een bedrijf dat alleen hoogopgeleiden in dienst heeft, mag een lager percentage hanteren, omdat het aanbod allochtonen onder hooggeschoolden lager is. RBA-besturen kunnen per bedrijf aangeven welke norm zou moeten gelden. Het betekent dat voor elk bedrijf een andere norm kan gelden.

De Haagse ministeries hebben afgelopen week allemaal hun verplichte opgave bij de Kamer van Koophandel gedeponeerd. Uit de opgaven blijkt dat veel departementen creatief zijn geweest met het samenstellen van hun eigen norm. Rekening houdend met opleidingsniveaus, regionale spreiding van ambtenaren en de mate waarin regionaal, dan wel landelijk wordt geworven, komen ze allemaal verschillend uit.

Buitenlandse Zaken heeft de eigen norm aanzienlijk gedrukt door brutaalweg te stellen dat voor alle functies, ook de lagere, landelijk wordt geworven. Het RBA in Den Haag vindt die stelling van Buitenlandse Zaken aanvechtbaar. Volgens het RBA betrekken alle ministeries veel van hun personeel op de Haagse arbeidsmarkt.

Het ministerie van Financiën erkent ruiterlijk dat het voor een belangrijk deel in Den Haag werft en dus de hogere Haagse norm moet hanteren. Veel departementen leggen geen verantwoording af op dit punt en volstaan in hun opgave slechts met de uitkomst van hun interne gereken.

Bij alle verschillen tussen de departementen is er één overeenkomst. De meeste zijn uitgegaan van een algemeen aanbod van 7 procent allochtonen op de Haagse arbeidsmarkt. Waarom 7 procent wordt aangehouden en niet de 14 procent die het Regionale Bestuur voor de Arbeidsvoorziening hanteert, wordt door de departementen niet duidelijk gemaakt.

Bij het Haagse RBA wordt nu het vermoeden geuit dat de departementen zijn uitgegaan van een opgave van het regionale arbeidsaanbod van allochtonen zoals dat ooit is opgesteld door het ministerie van Sociale Zaken. Dat heeft daarvoor cijfers gebruikt van het landelijk bestuur van de Arbeidsvoorziening. Sociale Zaken zou in die telling van werkzoekenden op de arbeidsmarkt de 'tweede generatie' allochtonen niet meetellen. Het aanbod allochtonen op de arbeidsmarkt wordt daarmee kunstmatig gedrukt.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden