Dennenappels

Lang geleden - ik zal een jaar of acht, negen geweest zijn - werden wij op zomerkamp gestuurd naar een verbouwde boerderij met aanpalende barakken die in mijn herinnering de Hoog Hullense Harenberg heette....

Wij, dat waren het Engelse jongetje, dat in het kader van een uitwisselingsprogramma voor overzeese gastgezinnen een half jaar bij ons inwoonde, en ik. Het ging in die tijd al niet zo goed meer tussen vader en moeder: in de lange stiltes die er bij het avondmaal vielen kon je het water door de verwarmingsbuizen horen druppelen.

De verbouwde boerderij had rood met wit geruite luiken, weet ik nog. Het dichtstbijzijnde dorp heette Honnedraf of Boerlom: er was alleen een kruidenier waar ze zwart op wit en bazooka-kauwgom verkochten. Verder herinner ik me de melkflessen die buiten, in ijzeren kratten op de stoep van de winkel, warm stonden te worden; gewone melk (die tegenwoordig om onbegrijpelijke redenen 'volle melk' genoemd wordt) had blauwe doppen, karnemelk groene.

De eerste dag werden wij in twee groepen opgedeeld. Het Engelse jongetje, dat Tony heette, wilde bij mij in de groep, maar dat mocht niet van tante Rie en oom Kolle die de leiding van de Hoog Hullense Harenberg in handen hadden. Zo kwam ik in de groep van 'De Zwarte Eekhoorns' terecht, terwijl Tony bij 'De Rode Paddenstoelen' werd ingedeeld.

'Mushrooms', siste tante Rie, toen Tony naar de vertaling vroeg. 'Red Mushrooms.' Van eekhoorns wist niemand hoe ze in het Engels heetten.

Om een lang verhaal kort te maken, moesten wij de dennenappels verstoppen. Zodra we uit het zicht van de boerderij waren verdwenen kieperden we de hele zak in een kuil die we provisorisch met takken en aarde bedekten, en togen vervolgens naar de kruidenierszaak in Honlom. Terwijl twee van ons de eigenaar afleidden met strikvragen over de kleur van de melkdoppen, roofde de rest de vakken zwart op wit en bazooka's leeg.

Tony was een tamelijk lelijk jongetje, met een ontevreden en verwende trek om zijn dunne lippen. Het duurde niet lang of we hoorden zijn verontwaardigde Engelse stemgeluid uit het bos komen. Niemand van ons wist hoe dennenappels in het Engels heetten, maar door de context waarin de Engelse vertaling werd gebruikt, maakten wij op dat 'De Rode Paddenstoelen' de kuil inmiddels gevonden hadden.

's Avonds bij het kampvuur beklaagde hij zich op luide toon bij tante Rie en oom Kolle over ons 'onsportieve' gedrag. Op zich is Engels best een mooie taal, die zich uitstekend voor de vertolking van popsongs leent, maar een achtjarig Engels jongetje dat maar door blijft zeiken en zeuren is meer dan het menselijk oor kan verdragen.

Voor zover wij zijn betoog begrepen, konden de in de kuil aangetroffen dennenappels nooit 'alle dennenappels' zijn en waren er ergens anders, op 'geheime vindplaatsen diep onder de grond', nog meer dennenappels verstopt die 'binnen drie kwartier tegen ons allen konden worden ingezet'.

Op Tony's bleke en, door jarenlang Engels eten, ongezonde gezicht waren enkele blauwe aderen dreigend beginnen te kloppen. Zijn Engels klonk inmiddels als het kakelen van een kalkoen die niet in een keer de kop wordt afgehakt, maar langzaam met een panty wordt gewurgd.

Na afloop van het zomerkamp smeekte ik vader en moeder of ik niet naar Engeland hoefde, om, zoals in de afspraak van overzeese gastgezinnen schriftelijk was overeengekomen, op mijn beurt een half jaar in Tony's ouderlijk huis te moeten inwonen.

Moeder heeft toen de Blairs gebeld met een of andere vage smoes over heimwee (homesick), en tot mijn niet geringe opluchting ging de hele overzeese uitwisseling toen niet door. Ik herinner me nog goed hoe Tony de zaak opnam: hij liep stampvoetend door het huis, als een achtjarig verwend Engels ettertje dat zijn zin niet krijgt.

Maar bovenal herinner ik me hoe vader hem bij zijn bovenarm vastgreep; vader had in de oorlog een halfjaar als tolk gediend bij de 101st Airborne Divisie, en zijn Amerikaans was vrijwel accentloos.

'Shut the fuck up, you stupid little brat!', beet hij de verbijsterde Tony toe.

Aan die woorden heb ik de afgelopen weken meer dan eens moeten terugdenken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden