'Denk niet dat je Engels beheerst'

Tien bekende Nederlanders doen opnieuw eindexamen. Vandaag: voetbaljournalist Simon Kuper. ‘De teksten verrasten me.’..

Hoe zou het zijn om in Engeland een examen Nederlands te maken met leuke tekstjes en multiplechoicevragen? Zou je dan ook in twintig minuten klaar zijn, zoals de Britse voetbaljournalist Simon Kuper (40)? ‘Maar ik heb niet alle 29 vragen echt beantwoord, noch de schrijfopdracht gemaakt’, zegt hij relativerend.

Het vmbo-t-examen waarvoor Kuper naar de Lucia Petrus Mavo in Rotterdam is gekomen, toetst de beheersing van zijn moerstaal: Engels. Hoewel geboren in Uganda, woonde Kuper zijn eerste jaren in Londen, en verhuisde toen met zijn ouders naar Oegstgeest waar hij na bijna tien jaar, kort voor zijn eigen vwo-eindexamen, weer vertrok, terug naar Engeland. Kuper studeerde Duits, reisde de hele wereld over om mensen over voetbal te interviewen, schrijft in het Engels voor The Financial Times en in het Nederlands voor Hard Gras, en woont sinds acht jaar in Parijs. Wat is dan nog je eigen taal? Wat voor Babylon huist er dan in je hoofd?

‘Valt mee’, zegt Kuper. ‘Als ik Nederlands spreek, hoef ik in mijn hoofd niets te vertalen. Voor Frans tot mijn schande wel. Mijn Duits is beter.’ Hoewel Kuper al lang weg is uit Nederland, spreekt hij het vloeiend en accentloos. Slechts heel af en toe hoor je een anglicisme als ‘in het publieke oog komen’. ‘Mijn Nederlands is nu beter dan toen ik hier wegging..’

Kuper is snel klaar met het examen, maar hij is onder de indruk van wat hem is voorgeschoteld. ‘In welk ander land ter wereld kan je scholieren van gemiddeld niveau dit soort vragen voorleggen? Zelfs in landen waar veel Engels wordt gesproken, zal dat niet het geval zijn. Jullie steken er met kop en schouders bovenuit.’

Het examen bevat twaalf teksten met vragen (vaak maar één), en een schrijfopdracht. ‘Een goede mix van formelere en vlottere teksten, vaak verrassend modern. Niet alleen in hun onderwerp, maar ook in hun taalgebruik’, zegt Kuper. ‘Die derde tekst met recensies van computergames, bevat echt eigentijdse volkstaal, niet dat formele van veel krantenartikelen.’ Verder valt op dat veel reclameteksten zijn gebruikt. Kuper vindt dat goed: het zijn teksten waarmee jongeren echt in aanraking komen.

De vragen zijn niet mis. ‘Ik lees natuurlijk snel zo’n artikel, maar bij de vraag moest ik vaak terug naar de tekst: wat staat er precies, en hoe? Vaak erg subtiele verschillen.’ Zoals vraag 5, waarvoor je een zinsdeel moest invullen. Of vraag 2, over een wervingsadvertentie voor vrouwelijke brandweerlieden, met genoeg informatie om je voor de meerkeuze antwoorden op een dwaalspoor te brengen. ‘Echt pittige vragen.’

Niet alleen de exameninhoud verraste Kuper; ook de omgeving in een school met 98 procent kinderen met een niet-Nederlandse achtergrond trof hem aangenaam. ‘Al die doom- en gloom-verhalen over de sfeer op zwarte scholen en de kwaliteit van het onderwijs... ik vond die kinderen heel vriendelijk en lief.’

Ondanks alle lof voor de taalbeheersing hier te lande, is er volgens Kuper geen reden voor Nederlanders om naast hun schoenen te gaan lopen. ‘Alle NederIanders kunnen zich redden met Engels, en dat is bijzonder. Maar denk niet dat je het dan echt beheerst. Ik was eens op een conferentie van de gemeente Rotterdam en daar besloten vele sprekers hun praatje zelf maar in het Engels te doen. Dat werd heel slecht en saai. De eerste de beste Britse spreker komt meteen tien keer zo slim over.’

Vertaalopdracht
Sowieso heeft Kuper de indruk dat hier meer op tekstbegrip wordt getoetst dan op (geschreven) taalbeheersing, wat in Engeland zo belangrijk is. ‘Gelukkig zag ik aan het eind de opdracht een brief te schrijven aan de BBC. Maar toen ik beter keek, moest dat in zo weinig woorden en met zoveel vaste elementen, dat elke creativiteit wel moest ontbreken. Dat werd eerder een vertaalopdracht.’

Maar in Engeland is wel weer alle lof voor de taalbeheersing van de Nederlanders die daar spelen of speelden. ‘Boudewijn Zenden spreekt beter Engels dan David Beckham. En Gullit verrijkte het Engels met stijlbloempjes als sexy football’.

Kuper vertrekt binnenkort voor een maand naar Zuid-Afrika voor het WK. Menig Nederlander zal die weken naar een Britse tv-zender zappen omdat daar het voetbalcommentaar zo enthousiast is. Kuper: ‘Dat komt doordat Nederlanders sinds Cruijff altijd analytisch naar het voetbal kijken. Ze ontleden het. Britten kijken vooral naar beleving en emotie. Als Nederlanders het bij voetbal hebben over passie, gaat het altijd over buitenlanders. Of over Edgar Davids.’

By the way: hoe ver komt Oranje eigenlijk? Kuper: ‘Nederland verliest de kwartfinale van Brazilië, dat later de finale wint van Servië.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden