Den Uyl krijgt geen standbeeld

Liesbeth wil graag met Joop een avondje uit, even iets cultureels doen, gezellig naar Poëzie Hardop. Maar Joop werkt liever door aan een essay, ongetwijfeld de zoveelste variant op zijn stokpaardje: de verdeling van kennis, macht en inkomen....

Joop den Uyl en zijn vrouw Liesbeth zijn de hoofdfiguren in Don Duyns' toneelstuk Den Uyl, of: De Vaandeldragers, dat dit weekend onder toeziend oog van dochter Saskia Noorman-Den Uyl en andere familieleden in première ging. Saskia zat pontificaal op de eerste rij, en daar hoort ze ook als een van de weinigen die het gedachtegoed van haar geëngageerde ouders nog wil uitdragen.

De dochter moest tijdens de voorstelling af en toe onbedaarlijk lachen, soms viel haar mond open, soms keek ze wat bedeesd naar de vloer. Een feest der herkenning moet het geweest zijn, zo te kijken naar twee acteurs die door voortreffelijk werk van de afdeling Kostuum en Kap-en Grimewerk van theatergroep Growing up in Public zoveel op haar ouders zijn gaan lijken.

Maar zij zal ook momenten van gêne hebben gekend, omdat Duyns voor het echtpaar Den Uyl geen standbeeld heeft opgericht. Joop (prachtig gelijkend gespeeld door Dick van den Toorn) en Liesbeth (een fenomenaal acterende en geklede Debbie Korper) tonen zich weliswaar zielsverwanten, maar de ruzietjes en het onbegrip overschaduwen de lieve momenten. Vooral Liesbeth is in dit stuk een drammerige tante, die geheel haar eigen koers vaart.

Dat levert prachtige en vooral ook komische scènes op, vooral als Korper plotseling in een strijdlied uitbarst of een hysterische aanval krijgt van Hollandse benauwdheid. Weg wil ze, weg van het land van Mies Bouwman en Willem Ruys, weg van het gekonkel op het Binnenhof, weg van Wiegel en Van Agt.

Tussen dit tweetal duikt regelmatig de figuur Dries van Agt op. Als een Meester Kwel loopt hij het engagement en politiek gevoel van Den Uyl voor de voeten. In de dialogen tussen de twee maakt Duyns in simpele woorden duidelijk hoe tussen het bevlogen idealisme van de één en het flierefluiterige van de ander een enorme afrond gaapte. Stijn Westenend speelt Van Agt op de rand van de karikatuur, met die zwarte pukkels op het gezicht, dat vettig vastgeplakt haar en die zo intens katholiek gevouwen handen.

De schrijver zelf duikt ook op in deze voorstelling, in de rol van Juda Goslinga, een dertiger van nu die zich afvraagt wat precies de betekenis is geweest van de man die hij als jongetje zo vaak op televisie zag. Goslinga praat de scènes aan elkaar en voorziet ze van commentaar in een speelstijl die uit het stand-up comedycafé lijkt geplukt. Want Growing up in Public mikt duidelijk ook op een jong publiek. Het Den Uyl Combo speelt daarom muziek die het midden houdt tussen Armand en Acda & De Munnik.

De composities zijn af en toe onnodig hard en simpel. Maar er klopt meer niet: de opbouw van de voorstelling is nogal rommelig met al dat heen en weer gezap in de tijd; de dubbelrollen (Korper speelt ook Wiegel en Goslinga Van Thijn) leveren soms onbedoeld flauwe satire op. Duyns heeft niet echt een keuze gemaakt of hij het fenomeen Den Uyl wil relativeren of juist wil omhelzen. 'Jullie hadden goud in handen en hebben er lood van gemaakt!', roept Goslinga verwijtend. Maar dat geldt ook enigszins voor deze voorstelling.

Wat je Duyns en zijn spelers niettemin moet nageven, is dat zij hebben gezorgd voor opflakkerende gevoelens voor deze bevlogen politicus met zijn dromen over een rechtvaardiger maatschappij. 'Ik heb een ceder in mijn tuin geplant', horen we hem mompelen, en ceders staan er helaas niet meer in het paarse polderlandschap van nu.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.