Den Haag

Martin Bril..

Martin Bril

Het Plein ligt er doodstil bij. In het Kamergebouw is het debat over Hirsi Ali nog in volle gang. Van buiten is dat nauwelijks te zien. Voor de ingang staan twee donkerblauwe ministersauto’s op de stoep, chauffeurs achter het stuur, krant op schoot. In de hal van de Kamer brandt schemerig wat licht, een bode sloft over de glimmend geboende vloer. Bij de receptie staat de televisie aan.

Het miezerde.

De keien van het Plein glimmen. De terrassen zijn leeg. In de bijbehorende cafés branden de lichten nog, maar er is weinig publiek. Op een bankje tegenover Sociëteit de Witte zitten drie jongens een joint te roken. De zoete geur hangt vredig tussen de bomen. Een keurige heer met een aktetas beent in de richting van de Herengracht, onderweg naar een laatste trein. Op het hoofd van Willem van Oranje zit een duif te koeren.

Uit de parkeergarage komt een gepimpte Golf waaruit keihard Crazy van Gnarls Barkley schalt. Als de auto aan het einde van de Korte Vijverberg het Korte Voorhout opdraait, lijkt de muziek nog steeds op het Plein te hangen. Vanuit zijn Torentje naast het Mauritshuis kan Jan Peter Balkenende het horen – als hij het raam open heeft staan, en zijn oren.

Onwezenlijke sfeer.

Altijd in Den Haag, eigenlijk. Geen stad die zo ver van de politiek staat, terwijl het politieke bedrijf zich in haar midden bevindt. Misschien is het beter om van nonchalance te spreken. In Den Haag gaat alles altijd gewoon door, ook als heel het land het over Den Haag heeft. Den Haag is aan de politiek gewend, Den Haag weet dat het allemaal niet zo veel voorstelt, Den Haag is wijs.

Of moe.

Of allebei.

Overdag is het zo rond het Binnenhof: winkelend publiek, volle terrassen, dagjesmensen die met een ijsje in de hand langs de bezienswaardigheden schuifelen. Een bekend gezicht wil de lethargie nog wel eens doorbreken. ‘Kijk, hoe heet ie ook alweer!’ De mensen stoten elkaar aan, ze knikken, ze wijzen, ze grijpen naar hun fototoestellen en mobieltjes. Niet omdat het Mat Herben is die voorbijkomt, of Harry van Bommel of Ella Kalsbeek of Hans van Baalen, maar omdat Hans en Harry en Ella en Mat gezichten hebben die de mensen kennen van de televisie. Geen heel beroemde gezichten, maar bekend genoeg.

Wat zou toch de aantrekkingskracht zijn van bekende gezichten? Het moet wel bijna angst zijn – angst voor het onbekende, angst voor het vreemde. Wanhopig is iedereen voortdurend op zoek naar dingen die hij kent: merken, bekende gezichten, het eten van thuis, houvast in deze barre tijden. Het zijn uiteraard vooral mensen van buiten die dit gedrag vertonen; Hagenezen kijken door politici heen, Hagenezen hebben al zo veel politici zien komen en gaan dat eentje meer of minder hen niet uitmaakt, sterker – ze zijn allemaal hetzelfde, die politici. En na een tijdje zijn ze weer verdwenen, of dood, of ergens burgemeester.

En blijft Den Haag.

Nu het Plein er donker en nat bij ligt, gaan deze gedachten even rond. Morgen is het hier weer druk, als altijd. Een nieuwe dag, de dag na de crisis, het voelt alsof het Plein er al helemaal klaar voor is. Duizenden verhalen liggen hier, anekdotes, schandalen, geheimen, roddels en waarheden die niemand kent, maar de keien praten niet, ze glimmen alleen, en Willem van Oranje kijkt stoïcijns de verte in.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden