Column

Den Haag was eenzaamheid

Het is middag. Buiten slecht weer en donker. Behalve ik is er niemand thuis. Waar mijn geliefde naar toe is weet ik niet. Het huis is stil en ik voel me verlaten. Waar dat gevoel vandaan komt weet ik niet. Ik voel me verlaten en daardoor eenzaam. Eenzaam en alleen op de wereld.

Beeld anp

Mijn herinnering voert me terug naar mijn kindzijn in Den Haag. Daar voelde ik me ook vaak eenzaam. Mijn vader was al vroeg uit het huwelijk met mijn moeder verdwenen en zat op afstand van mij vader te wezen. Mijn moeder was actrice en speelde door het hele land heen. Ze was meer uit huis dan erin. Ik was eenzaam en speelde lusteloos met mijn blokkendoos. Het karpet waarop ik zat, geurde onaangenaam. De toren die ik bouwde viel om. Den Haag was eenzaamheid.

Het kan ook anders. Uit de bundel Grond van Idwer de la Parra (De Bezige Bij, 2016):

Den Haag, november
en kraaien. Gedachten vallen
in flarden van het hoge kerkdak
en waaien krassend over.
Mee te vliegen met de mensen,
ik heb ze jaren laten wachten.

Dacht mijn hart te kennen, stapelde
mijn wensen hoger dan de poppenkast
die ik verachtte. Ik heb gezworven,
gekte gekauwd als rijpe bramen.
Sloot me aan bij titanen, op zoek
naar grenzen - sloot me soms

bij vrouwen aan en fiets nu samen
met een jongen door de stad.
Begint te plenzen, pa, we moeten
schuilen! Zo houdt hij me tegen
en leidt me door een hek. Zonder
vloek of amen in het kerkportaal
bekijken we de regen.

Uit Ilja Leonard Pfeijffers mooie bloemlezing uit de Nederlandse poëzie (Prometheus, 2016), waarin veel te ontdekken valt dat u en in ieder geval ik niet kennen, een gedicht over de Jodenvervolging van Gerard den Brabander:

Omdat ik weten wou waar Sally zat,
zwierf ik erheen en vond er vrouw noch kind.
Venijnig danste en pijpte er de wind
en sloeg een roffel op het vuilnisvat.
En voor het huis, dat zelfs geen tranen had,

alleen maar huiverde tot op 't gebinnt,
zag ik door lege kamers over 't grind
van de achtertuin een trage, klamme rat.
Toen ineens de zon op. Koud en stug
rustte haar blik op mij en op de stad

De wind sprong mij uitdagend op de rug
en hield mij sarrend bij het haar gevat
en vocht mij voort over de Magere Brug,
omdat ik weten wou waar Sally zat

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.