Den Haag stelt tachtig extra mijnruimexperts beschikbaar Nederland gidsland tegen landmijnen

Kapitein J. Fiers heeft zes vierkante kilometer van Cambodja 'bevrijd'. Honderd mijnen ruimde de kapitein gedurende de drie maanden dat hij in de provincie Siem Reap verbleef....

Van onze verslaggever

Stieven Ramdharie

DEN HAAG

Het was dus een betrekkelijk gering aantal dat Fiers kon laten ruimen. Maar daar denkt de kapitein niet aan. Fiers, leider van een Nederlands VN-team dat in 1993 met tachtig Cambodjanen hielp mijnen te ruimen, denkt aan zijn rotsachtige stuk Cambodja van zes bij één kilometer dat nu veilig is en waar weer huizen kunnen komen.

'Honderd landmijnen in drie maanden, dat schiet natuurlijk niet op', geeft Fiers toe. 'Maar het maakte ons niet uit of we tweeduizend mijnen weghaalden of tien, als je gebied maar was vrijgemaakt. Dat is onze verdienste geweest.'

De toonaangevende rol die Nederland sinds twee jaar speelt in de internationale discussie over het gebruik van en een verbod op anti-personeelsmijnen, zal de komende maanden nog groter worden. Meer dan al het geval was zullen Nederlandse instructeurs naar het buitenland worden uitgezonden.

Naast het tiental militairen dat tot nu toe beschikbaar was voor internationale operaties, zullen er binnenkort tachtig extra mijnruiminstructeurs bij komen (kosten van de opleiding: zo'n drie miljoen gulden). Bovendien zal Nederland ook nog van zich doen spreken als voorzitter van de Europese Unie. Als het aan 'Den Haag' ligt zal vandaag op een conferentie in Bonn over het Ottawa-'verdrag' een belangrijke stap worden gezet naar een wereldwijd verbod van de anti-personeelsmijn. Er zal in Bonn vooral worden gesproken over de verificatie van dit verdrag, waarbij Nederland nauw betrokken is. Het verdrag moet eind dit jaar worden getekend.

'We willen absoluut geen loos verdrag', zegt P. van Rossem van Pax Christi, een van de initiatiefnemers van het verdrag. 'Hoe meer regels over controle, hoe beter.'

Het beleid van Den Haag biedt 'onmiskenbaar een mooi plaatje', zegt Van Rossem, die betrokken is bij de internationale campagne tegen landmijnen. 'Maar dat was vóór 1993 geheel anders. Nederland had mijnen en was bereid ze in te zetten. Minister Voorhoeve heeft bij de ommezwaai in het beleid zeker een belangrijke rol gespeeld. Hij is eerder tot inkeer gekomen dan zijn militairen. Met een conservatieve minister op Defensie was dit alles zeker niet gebeurd.'

Voorhoeve zelf noemt de ambitieuze inzet van Nederland op dit gebied geen politieke keuze, maar een humanitaire plicht. De tachtig extra instructeurs die later dit jaar kunnen worden uitgezonden, al dan niet in VN-verband, zijn onderdeel van een groot aantal maatregelen.

Zo wordt er elf miljoen gulden uitgegeven aan vier Israëlische en Britse mijnenruiminstallaties om ervaring op te doen voor de missies in het buitenland. Verder is er zeven miljoen uitgetrokken voor de ontwikkeling van een ingenieus detectiesysteem. Nederland droeg al eerder bij aan de kosten van operaties in Afghanistan (vijf miljoen gulden), Mozambique en Angola (twee miljoen), waar tien militairen van de landmacht lesgaven in het ruimen van mijnen. De eerdergenoemde tachtig man worden straks eveneens uitgezonden om anderen op te leiden tot mijnruimer.

Instructeurs zijn schaars. Dat heeft ertoe geleid dat er tot nu toe jaarlijks slechts 80 duizend van de 120 miljoen landmijnen worden geruimd. Mede dankzij de Nederlandse inbreng zijn er in Cambodja nu ruim drieduizend lokale mijnenruimers opgeleid.

Nederland trok vorig jaar al internationaal de aandacht door het besluit van Voorhoeve om de krijgsmacht geen anti-personeelsmijnen te laten gebruiken. Twee jaar eerder was al voorzichtig besloten de voorraad overtollige anti-tank- en personeelsmijnen, zo'n 440 duizend stuks, te vernietigen. Het gebruik van anti-personeelsmijnen werd toen echter niet afgezworen. Daarvoor was het nog te vroeg, want ook de militairen moesten 'om'.

'Het is geen politiek dictaat geweest', benadrukt W. Bargerbos van de directie Algemene Beleidszaken van Defensie. 'We hebben onze militairen de principiële vraag gesteld of anti-personeelsmijnen nog gebruikt moesten worden. Onze basis is sterker als de krijgsmacht zelf zegt dat ze niet meer nodig zijn.'

Van Rossem heeft de maandenlange discussie onder de militairen meegemaakt. 'Een deel van de militairen had zeker moeite met deze vérgaande stap. Ze waren bang voor een precedent. Want binnen de kortste keren zou er een ander wapen worden gevonden dat excessief geweld veroorzaakte. Sommige strategen vonden bovendien dat de mijnen nog nodig waren tijdens bepaalde operaties', aldus Van Rossem.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden