Commentaar

Den Haag moet meer en betere leraren vinden

Commentaar

De klad komt in het Nederlandse onderwijs. Wie verhoogt de status van de harde werkers voor de klas?

Een klaslokaal in Haarlem Foto anp

Had de Inspectie haar Onderwijsverslag niet beter in februari kunnen presenteren? Was de staat van het onderwijs dan wél een prominent thema geworden in de verkiezingscampagne? Die kans is groot, want het verslag leest als een noodkreet.

Het Nederlandse onderwijs presteert van oudsher uitstekend op internationale schaal, maar sinds enkele jaren zit de klad erin. De gemiddelde prestaties van Nederlandse leerlingen zijn stabiel of dalen. De top wordt smaller: het aantal leerlingen dat goed presteert, is sinds het begin van deze eeuw flink teruggelopen. Dat valt vooral op aan de bètakant. Het percentage leerlingen met hoge scores op rekenen, wiskunde en natuurwetenschappen daalt. Op de basisscholen gaan de rekenprestaties omlaag.

De inspecteurs leveren er gelukkig meteen het recept voor verbetering bij. De verschillen tussen scholen blijken immers groot. Bij scholen met vergelijkbare populaties verschilt de gemiddelde score op de eindtoets in groep 8 maar liefst tien tot twintig punten. Dat scheelt een of meer niveaus in het voortgezet onderwijs.

De cruciale factor: de kwaliteit van de docenten, de directeuren en de bestuurders. Investeert de schoolleiding in overleg en reflectie? Is er een duidelijk leerplan? Zijn leraren bereid van elkaar te leren? Scholen die achterblijven, mogen het deels zichzelf aanrekenen.

Maar ook mogen zij een beroep doen op hulp van de beleidsmakers in Den Haag, die er maar niet in slagen meer en vooral betere leraren te werven. Op een kwart van de scholen wordt meer dan 10 procent van de lessen onbevoegd gegeven, op 2 procent van de scholen zelfs een kwart van de lessen. Het tekort aan leerling-docenten met een bèta-achtergrond kan intussen niet los worden gezien van het tekort aan mannelijke docenten in opleiding. Gezien de dalende rekenprestaties is dat ronduit zorgelijk.

Kleinere klassen, minder werkdruk, betere lessen: het komt steeds weer neer op de noodzaak om meer en betere docenten te vinden. Zonder gerichte investeringen om de status en de aantrekkingskracht van het vak te verhogen, zal dat niet gaan. De formatie-onderhandelaars hebben er een topprioriteit bij voor hun kabinet in wording.