Demontabel object

'Spectacular Bodies' heet de tentoonstelling in Londen over de fascinatie van de mensheid voor het menselijk lichaam zelf. Vooral voor de binnenkant....

MET DE kermis kwam vroeger soms een tent mee die anders was dan alle andere. Het was er stil, je kon er niet rondgeslingerd of gelanceerd worden door mechanische attributen, zelfs teddyberen waren er niet te winnen. Toch stond er altijd veel volk bij de ingang. Dat werd aangetrokken door de spreekstalmeester, die met rollende 'r' zijn waren aan de man bracht. 'De vrrrouw die een gerrraamte wordt. Kom errrbij, kom errrbij. U zult het vlees van haarrr botten zien vallen. Zij is een menselijk wonderrrr derrr natuurrr!'

Na lang talmen en spieden of er bekenden in de buurt waren durfde je dan, van het geld dat eigenlijk voor de botsauto's bestemd was, een kaartje te kopen. Je schuifelde naar binnen en waarachtig, in het schemerdonker van de kermistent zag je hoe een meisje in bloemetjesjurk van het ene op het andere moment in een skelet veranderde. Alsof dat nog niet vreemd genoeg was, viel niet alleen het vlees van haar botten, ook haar jurk verdween als sneeuw voor de zon. Jaren later, na wat lessen biologie, begreep je dat het een minstens even groot wonder was dat haar geraamte overeind was blijven staan, zo zonder de hulp van spieren.

Veel mensen zullen een herinnering hebben aan het moment dat ze voor het eerst met hun binnenkant werden geconfronteerd. Misschien was het Kale Hein, het geraamte in de hoek van het schoollokaal. Of anders waren het konijnenbotjes die je vond in de duinen, een niet voor kinderen bedoelde televisieserie, of een onfortuinlijke val uit het klimrek.

Het fysieke interieur heeft sindsdien heel wat aan exclusiviteit ingeboet. Het menselijk wonder van de kermis zou vandaag de dag niet veel klandizie meer krijgen. Wie niet meteen de andere kant opkijkt, kan bij Vinger aan de Pols wel vreemdere doorkijkjes van het menselijk lichaam krijgen. Publieksfilms als Terminator of Face/Off versterken het idee dat het lichaam een demontabel object is. Ook kunstenaars staan op vertrouwde voet met het onderhuidse. De Française Orlan bijvoorbeeld presenteert, met hulp van de plastisch chirurg, haar lichaam als een kunstwerk dat een permanente metamorfose ondergaat. De Brit Stelarc ging in 1993 nog wat verder. Hij bracht een inwendige sculptuur aan die in de maag gedragen werd, daarmee het lichaam tot een museumzaal makend.

Hoe onverzadigbaar onze nieuwsgierigheid is naar alles wat onder de huid klopt en suist en scharniert, moge blijken uit het succes van de Duitse patholoog-anatoom Von Hagens, voor wiens Ganzkörperplastinate, op ingenieuze wijze vervaardigd uit echte stukken mens, de bezoekers in Mannheim drie jaar geleden dagen in de rij stonden. Hoe zittender ons leven is, hoe groter de belangstelling voor het lichaam lijkt te worden.

Toen de Hayward Gallery, een somber gebouw op de zuidoever van de Theems in Londen, bezig was met de voorbereidingen van de expositie Spectacular Bodies, moet het besef gerezen zijn dat de belangstelling voor de binnenkant van het menselijk lichaam wellicht zijn verzadigingspunt nadert. Een briljante spreekstalmeester werd gezocht om bezoekers te lokken. Het moet gezegd: het affiche dat overal in Londen om aandacht vraagt, is werkelijk zeer uitdagend. Een licht androgyne gestalte, zo te zien van buitenaardse afkomst, tilt met afgewend hoofd zijn lichtblauwe shirt omhoog. De buik is min of meer intact, al liggen de bloedbanen erg dicht onder de oppervlakte en heeft de huid een wasachtige glans. Aan zijn linkerzijde lijkt een rij ribben bovenop de huid te liggen. Schokkender is zijn deels opengewerkte hals, waarin door de huid heen de halswervels en een slagader te zien zijn, waarvan de uitlopers zich over de kale schedel vertakken.

Dat affiche kan als beeld de concurrentie aangaan met sciencefiction-films, clubnights, exposities van onder de vleugels van Saatchi opererende Britse kunstenaars, en al het andere dat in de straten van Londen om aandacht vraagt. Toch volstond voor de vormgever een minimale ingreep. Hij nam een wassen beeld van de Sardijnse kunstenaar Clemente Susini uit 1804, trok het een broek en shirt aan, veranderde iets aan de houding en zie: daar was het medische model, ooit bestemd voor de collegezaal uit de Napoleontische tijd, maar nu klaar voor de 21ste eeuw.

Beelden zoals dit zijn in groten getale aanwezig in de Hayward Gallery. Het is indrukwekkend en soms ook nogal ongemakkelijk om te zien wat de zeventiende- en achttiende-eeuwse beeldhouwers zoal met was vermochten. Van dezelfde Susini, opperwassenbeeldenmaker van de universiteit van Cagliari, ligt er het opengewerkte bovenlijf van een man, van kop tot penis, met de organen er zo'n beetje los naast gedrapeerd opdat alle bloedvaten en zenuwbanen goed zichtbaar zouden zijn. Tamelijk bizar is ook de op zijn speer leunende krijger uit de achttiende eeuw, wiens buik een gapend gat is waaruit aders puilen, terwijl de huid van zijn rechterbeen en linkerarm als een mouw is opgestroopt en zijn linkeroog elk moment uit de kas lijkt te kunnen vallen.

De afdeling met wassen beelden illustreert nog het best wat Spectacular Bodies beoogt: het wil de verbeeldingen van het menselijk lichaam tonen die zich op het raakvlak van kunst en wetenschap bevinden. Meestal dienden die afbeeldingen een praktisch doel. Aan de hand van al die opengewerkte buiken, benen, borsten en schedels konden studenten deelgenoot worden gemaakt van de jongste medische inzichten aangaande kwalen en hun remedies.

Hoe bewonderenswaardig het vakmanschap van de beeldenmakers ook is, hoe oneindig fijn hun gereedschap geweest moet zijn om al die haarvaten en spieraanhechtingen in was te vangen, toch krijgt geleidelijk de fascinatie voor hun expressieve kwaliteiten de overhand. Het is niet zomaar een hoopje organen, vlees, vet en botten wat hier ligt. Susini, Gaetano Zumbo, Ercole Lelli, Antonio Citarelli, André Pierre Pinson, Petrus Koning en al die andere makers van medische beelden konden geen weerstand bieden aan de verleiding van de esthetiek.

Dus gaf Pinson de vrouw, wier buikwand om pedagogische redenen afneembaar is, een zeer bevallige houding mee. Ze leunt op een zitzak avant la lettre, terwijl haar darmen en middenrif zijn blootgesteld aan onze blikken. Maar niets in haar pose weerspiegelt het ongewone van deze situatie. Ze kijkt verstoord, maar niet naar haar ingewanden die als worstjes in de etalage liggen. Eerder is er iets vaags in de verte wat haar wrevel wekt. Zeker plaatselijk verdoofd, zou de moderne conclusie zijn.

Minstens even ongewoon is het beeld van een zwangere vrouw van wie de buik kennelijk is opengeknipt. Bereidwillig spreidt ze als een gordijn de lappen huid open, zodat we een helder zicht hebben op haar baarmoeder, de darmen als een krans er omheen gedrapeerd. Haar blik is er een van grote offerbereidheid.

Een van de beeldengroepen is een achttiende-eeuwse variatie op Rembrandts' De Anatomische les van dr. Nicolaes Tulp; houten dokters buigen zich over een lichaam van ivoor. De echte Tulp is niet naar Londen gehaald, wel hangt er een door Rembrandt vereeuwigde collega van hem: De anatomische les van dr. Jan Deijman (1656). Het is dat schilderij met het ongebruikelijke perspectief. We kijken tegen de grauwe voeten van het ontzielde lichaam aan, terwijl doktershanden aan het hoofd frommelen.

Voor dergelijke anatomische lessen uit Holland is de hele eerste zaal van de Hayward Gallery ingeruimd. Het is aardig te zien hoe de heren professoren zich steeds afstandelijker, zeg maar professioneler, lijken op te stellen. Kijken Deijman en zijn metgezellen nog met veel piëteit naar de dode, het gezelschap rond professor Frederik Ruysch, in 1683 door Jan van Neck geschilderd, lijkt voor de baby die met opengesneden buikje op hun ontleedtafel ligt uitsluitend wetenschappelijke nieuwsgierigheid te kunnen opbrengen. Een kleine eeuw later lijken de heren doktoren rond professor Petrus Camper, in 1758 door Tibout Regters geschilderd, zo ingenomen met de eigen status dat niemand van hen het half ontvelde hoofd op tafel een blik waardig keurt.

Nog erger is het gesteld met het medisch gezelschap dat Cornelis Troost in 1728 vereeuwigde. Alsof het een parelhoentje is, zo ongeïnteresseerd snijdt professor Willem Roëll het open been van zijn studie-object aan. De salonjonkers om hem heen hadden niet eens het fatsoen om hun driekanten steek af te zetten.

Zijn die 'anatomische lessen' nog vooral een uiting van een afgeleide belangstelling, namelijk die voor de medische stand die zich over het menselijk lichaam buigt, talloos zijn de voorbeelden van kunstenaars die door het lichaam geobsedeerd zijn. Geen schilder of hij heeft wel eens spiergroepen en botscharnieren geschetst, al was het maar bij wijze van oefening. Geen beeldhouwer of hij heeft met zijn vingers wel eens de welving van een borst met vlak onder het huidoppervlak de structuur van de ribben willen vormgeven. Al die exercities zijn in overvloed in de Hayward aanwezig, en niet van de minste namen. Zo stond Koningin Elisabeth II een aantal prachtige schetsvellen van Leonardo da Vinci af, met studies van een hand, een foetus in de baarmoeder en de spieren van de voet, waar de meester nog flink wat notities naast krabbelde.

Er is eenvoudigweg geen einde aan de fascinatie voor het lichaam. Dat is ook wat de tentoonstelling in de Hayward Gallery zo willekeurig maakt. Zeker omdat het lichaam hier niet alleen als willig instrument, maar ook als spiegel voor de ziel wordt opgevat. Aparte zalen zijn ingeruimd voor het portret en de mimiek. Daar staan de extreme zelfportretten van de achttiende-eeuwse Weense hofbeeldhouwer Franz Xaver Messerschmidt, die zich geplaagd voelde door geesten die hem prikten en knepen, en alle moeite deed om de gelaatsuitdrukkingen die dat hem bezorgde in lood of brons te vatten. Maar ook dodenmaskers, antropologische fotoreeksen, het danseresje van Degas en het werk van Cesare Lombroso, de negentiende-eeuwse Italiaanse criminoloog die de theorie van Darwin een stukje verder wilde helpen door met schedelmeting, kinprofielen en haargrens misdadige kenmerken vast te stellen, zijn hier verenigd.

Dat is veel en veel te veel van het goede. De paar hedendaagse kunstenaars die er als contrapunt aan zijn toegevoegd (Bill Viola, John Isaacs, Katharine Dowson, Marc Quinn, Beth B, Christine Borland, Gerhard Lang en Tony Oursler), kunnen daar niets aan verhelpen. Integendeel, omdat kennelijk ook voor hen stringente criteria ontbraken, versterken hun bijdragen de suggestie van een rariteitenkabinet.

Ergens op de wereld moet een vrouw rondlopen - ze zal inmiddels tegen de zestig jaar zijn - die zich in een oogwenk kan veranderen in een staketsel van ribben, botten en gewrichten. Die vrouw zou zich bij de Hayward Gallery moeten melden. Dan doet Spectacular Bodies alsnog recht aan zijn affiche.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden