Demonstreren móét mogen, ook als de inhoud niet bevalt

Demonstratierecht, pleidooi voor minder beperkingen

De Wet openbare manifestaties is aan herziening toe, vindt jurist Berend Roorda. Demonstraties verbieden omdat de inhoud ervan je niet bevalt, is uit den boze.

Beeld Bier en Brood

Een hakenkruis op een spandoek. Natuurlijk begrijpt Berend Roorda dat dat beladen is. Maar Pegida-aanhangers tonen bij demonstraties een hakenkruis dat in een prullenbak wordt gegooid. En ook dat mag niet. 'Dat is kwalijk, de overheid moet zich verre houden van opvattingen van demonstranten.'

Dat het recht om te demonstreren in Nederland onder druk staat, wil de Groningse jurist Berend Roorda (1987) niet meteen beweren. Maar 'bepaalde tendensen' in de omgang met dit grondrecht zijn wel degelijk zorgwekkend. Neem de neiging van bestuurders om demonstraties in bepaalde buurten te verbieden. Of het feit dat hun reactie op een demonstratie nog weleens wordt ingegeven door de inhoud van die demonstratie, wat wettelijk uit den boze is. 'Het recht om verwerpelijke opvattingen te vertolken, mag niet te makkelijk opzij worden geschoven.'

Het recht om te demonstreren, dat in 1983 tot grondrecht werd gepromoveerd, wordt steeds frequenter door steeds meer mensen beoefend en neemt steeds meer uiteenlopende vormen aan. In 2002 vormde Den Haag nog het decor van 350 betogingen, vorig jaar van maar liefst 1.500. En een demonstratie is allang niet meer identiek aan spreekkoren, spandoeken en gespierde vakbondstaal. 'Ludieke demonstraties', zoals het tomatengevecht op De Dam van tuinders die gedupeerd waren door de Russische boycot, oogden eerder als een op vermaak gericht evenement. Ook tentenkampen, zoals die van de Occupy-beweging in 2012, zijn een nieuw neveneffect van het demonstratierecht.

Maken al deze ontwikkelingen een aanpassing noodzakelijk van de Wet openbare manifestaties (WOM), vroeg het ministerie van Veiligheid en Justitie zich af. Roorda was een van de onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) die zich over deze vraag bogen. Volgende week donderdag promoveert hij op zijn bevindingen.

Beeld Bier en Brood

En? Moet de wet worden aangepast?

'Wat mij betreft wel. Ik doe acht voorstellen voor een verbetering van de wet. Zo zouden demonstranten meer verantwoordelijk moeten worden gemaakt voor het verloop van hun betoging en zouden gemeenten en de politie beter met de organisatoren moeten communiceren. Een beetje op de manier waarop dat in Zweden gaat met de zogenoemde dialoogpolitie, en in Amsterdam met de Vredeseenheid van Jan Swaan. Die overlegt niet alleen met de organisatoren van een betoging, maar zoekt ook contact met mensen of organisaties waarvan wordt vermoed dat ze een tegengeluid zullen laten horen. Dat veronderstelt een bepaalde bereidheid om mee te werken. Die bereidheid was er bij de islamitische organisaties die werden benaderd vóór de vertoning van de anti-islamfilm Fitna, in 2008. Maar ze ontbreekt nog weleens bij extreem-linkse organisaties die samenwerking met de politie om principiële redenen afwijzen.'

Wat kan die verantwoordelijkheid van betogers voor hun demonstratie concreet inhouden?

'Dat ze zelf ordebewaarders inzetten. Daardoor wordt een manifestatie vaak wat minder grimmig dan wanneer de politie de orde moet bewaken. In Duitsland is dat al een gangbare praktijk. In Nederland gebeurt het ook wel, maar tot op heden ontbreekt de wettelijke basis hiervoor.'

Kan die praktijk er niet toe leiden dat demonstranten ook verantwoordelijk worden gesteld voor materiële schade die bij een betoging ontstaat?

'Zeker. En dat zou ook best verdedigbaar zijn als de schade aantoonbaar het gevolg is van ordebewaarders die niet doen wat ze zouden moeten doen. Maar in het algemeen moeten verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid niet te veel met elkaar worden verward. De demonstratievrijheid komt natuurlijk sterk onder druk te staan als een demonstratie het risico van schadeclaims met zich meebrengt.'

Roorda stelt ook voor dat allerlei ambtelijke beperkingen van de demonstratievrijheid worden aangepast of opgeruimd. Zoals het wetsartikel dat de burgemeester het recht geeft een manifestatie te verbieden of te beëindigen, louter en alleen omdat ze niet is aangemeld. Of de inning van legesgelden voor een demonstratie, die in sommige gemeenten tot de standaardprocedure behoort. Ook zou voor de kennisgevingstermijn een maximum moeten gelden. Nu kan die termijn van gemeente tot gemeente uiteenlopen van enkele uren tot vele dagen en - in één geval - zelfs vier weken. Het demonstratierecht wordt volgens hem daardoor 'ontoelaatbaar beperkt'.

Die beperkingen gaan niet over de inhoud. Pegida-demonstraties worden wél op grond van hun inhoud aangepakt.

'Ja, en dat is kwalijk. Een grondrecht moet zo ruim mogelijk worden geïnterpreteerd, maar daarvan is bij Pegida geen sprake. De rechten van deze mensen worden beperkt op inhoudelijke gronden. Vanwege hun opvattingen dus, en daar moet de overheid zich verre van houden.

'In Enschede is een Pegida-aanhanger aangehouden omdat hij een afbeelding toonde van een hakenkruis dat in de prullenbak werd gegooid. Daarmee wilde hij kennelijk suggereren: ik distantieer mij van het nazi-gedachtengoed. Maar het tonen van een hakenkruis was voor de politie genoeg reden om de man aan te houden. De context waarbinnen dat hakenkruis werd getoond, zou er niet toe doen. Voor het OM deed het samenstel van feiten en omstandigheden wel ter zake: het stelde geen vervolging in tegen de man omdat de context zodanig was dat er geen sprake was van een strafbare handeling.'

Pegida-voorman Erwin Wagensveld staat ook voor de rechter omdat hij een spandoek met hakenkruis en prullenbak toonde. Daarmee negeerde hij een beperking van burgemeester Van der Laan, die hakenkruisen bij demonstraties heeft verboden. Ook als de context juist anti-nazi is. Wagensveld kan alleen worden veroordeeld als de rechter de beperking van het demonstratierecht door Van der Laan rechtmatig acht. En volgens Roorda kan de rechter dat niet doen. 'De burgemeester mag zich niet met de inhoud inlaten.'

Edwin Wagensveld wordt aangehouden bij de rechtbank in Amsterdam. De Nederlandse Pegida-voorman moest voor de kantonrechter verschijnen omdat hij tijdens een demonstratie een spandoek toonde met een hakenkruis erop. Beeld anp

Maar als je een hakenkruis mag tonen in combinatie met een prullenbak ben je nog maar één stap verwijderd van een hakenkruis zónder prullenbak?

'Ja, dat is de grote vraag van dit moment: hoever mag de verdraagzaamheid voor intolerantie zich uitstrekken? Ik vind dat lastig. Het hakenkruis is nog altijd zó beladen dat het niet tot het arsenaal van (demonstratie-)uitingen wordt toegelaten. De vrijheid om met een hakenkruisvlag te zwaaien staat te zeer op gespannen voet met de gevoelens van al diegenen die daar heel veel aanstoot aan nemen. Maar in het algemeen vind ik dat het recht om verwerpelijke opvattingen te vertolken niet te makkelijk opzij mag worden geschoven. We moeten echt vasthouden aan het censuurverbod.'

Wordt daar te snel de hand mee gelicht?

'Die neiging is er zeker. Burgemeesters vaardigen te snel een demonstratie-verbod uit in een bepaald gebied. Onder verwijzing naar de openbare orde, de vrees voor wanordelijkheden. Een botsing met tegendemonstranten. Terwijl de enige legitieme grond voor een demonstratieverbod bestuurlijke overmacht is: een situatie waarin de autoriteiten niet over voldoende politie-inzet kunnen beschikken om een betoging doorgang te kunnen laten vinden.

'Zo liet burgemeester Van Aartsen van Den Haag in beginsel geen demonstraties toe in de Schilderswijk. In Rotterdam werden 326 Feyenoordsupporters aangehouden omdat ze, zonder zich daarvan bewust te zijn, een gebied hadden betreden waar een demonstratieverbod was afgekondigd. In beide gevallen waren de gronden voor een demonstratieverbod ondeugdelijk. Wat mij betreft zou het Binnenhof vanwege zijn kwetsbaarheid de enige plaats in Nederland zijn waar een demonstratieverbod zou kunnen worden afgekondigd.'

En hoe reageren de autoriteiten op die nieuwe demonstratievorm: het opslaan van een tentenkamp?

'Nog wat onwennig. Deze protestvorm wordt vaak getoetst aan drie zogenoemde doelcriteria: levert een kamp gevaren op voor de gezondheid van de bewoners en voor de verkeersveiligheid of kan het leiden tot wanordelijkheden. In Duitsland kijken de autoriteiten bij de beoordeling van een aanvraag naar het volgende: is een tentenkamp een ge-eigend middel om aandacht te vragen voor een boodschap? Een tentenkamp van protesterende Roma werd toegestaan omdat tenten verwezen naar hun identiteit. Occupy-kampementen zouden uitdrukking geven aan het streven naar een alternatieve leefwijze van hun bewoners. Het probleem van die benadering is echter dat daarbij een oordeel wordt geveld over de inhoud van een protest. En daar moeten de autoriteiten zich, zoals gezegd, niet mee bemoeien.'

Het tentenkamp van Occupy Amsterdam. Beeld anp

Dus laat maar staan, die kampen.

'Interpreteer het recht op demonsteren zo ruim mogelijk. En neem daarbij de belangen van omwonenden in acht. Een oplossing zou kunnen zijn om een formeel-wettelijk verbod te stellen op demonstratieve kampementen tijdens de nachtelijke uren.'

Moet het begrip demonstratie niet nader worden gepreciseerd?

'Dat lijkt me geen goed idee. Het is moeilijk, zo niet onmogelijk, om precies te definiëren wat onder de vergader- en betogingsvrijheid moet worden verstaan. Daarmee zou je bovendien de reikwijdte van die grondwettelijke vrijheden onbedoeld kunnen beperken. Niet voor niets bevatten ook het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, de Duitse en de Engelse wetgeving geen definities van deze grondrechten.'

Heeft u zelf een spannend demonstratieverleden?

'Absoluut niet. Maar ik ben mij wel bewust van het grote belang van het demonstratierecht. Minderheidsgroepen kunnen er hun wensen mee tot uiting brengen. Wie mag demonstreren, zal minder snel naar radicalere uitingen van protest grijpen. En demonstraties waren de wegbereiders van de grote verworvenheden van de rechtsstaat. Ook elders in de wereld gingen betogingen vooraf aan democratische ontwikkelingen.'

U doelt toch niet op de Arabische Lente?

'Ik begrijp uw scepsis. Arabische Lente is een begrip dat vooral in het Westen wordt gebruikt. In de Arabische wereld zelf hebben ze het al snel over Arabische Hel. Maar toch zouden we in de toekomst weleens kunnen vaststellen dat de betogingen op het Tahrirplein uiteindelijk tot positieve ontwikkelingen hebben geleid. Het is nog te vroeg om daar een definitief oordeel over te vellen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.