Democratisch ideaal kan niet meer selectief worden toegepast

Wat hebben Wojciech Jaruzelski en Mahmoud al-Zahar met elkaar gemeen? Op het eerste gezicht weinig tot niets. Het is hoogst onwaarschijnlijk dat de voormalige sterke man van Polen en de nieuwe Palestijnse minister van Buitenlandse Zaken elkaar ooit hebben ontmoet....

Een kwart eeuw na dato is Jaruzelski alsnog in staat van beschuldiging gesteld wegens de staat van beleg die hij in 1981 afkondigde, in een poging de vrije vakbond Solidariteit uit te schakelen. Hij deed dat als premier en voorzitter van de militaire raad, in de aanklacht omschreven als een 'georganiseerde criminele groep', die willens en wetens de Poolse grondwet heeft geschonden.

In een reactie kwalificeerde Jaruzelski de aanklacht als een vorm van moreel natrappen. Hij heeft al vele jaren geleden zijn excuses aangeboden voor de staat van beleg, maar daarbij aangetekend dat hij dit deed in de vaste overtuiging dat met deze noodgreep een groter kwaad werd voorkomen: een Sovjet-invasie. Dat na de ineenstorting van de Sovjet-Unie uit documenten bleek dat een invasie destijds geen werkelijke optie was voor het Kremlin, zou daaraan weinig afdoen.

Mocht het daadwerkelijk tot een proces komen, dan kan Jaruzelski interessante getuigen oproepen. Bijvoorbeeld de toenmalige West-Duitse bondskanselier Helmut Schmidt, die kort na de staat van beleg een artikel schreef in het weekblad Die Zeit waarin hij volop begrip toonde voor het handelen van de Poolse leider. 'Ik geloof dat Jaruzelski vooral optreedt om de belangen van het Poolse volk, zoals hij die ziet, zo goed mogelijk te dienen.'

De zienswijze van Schmidt was bepaald niet uitzonderlijk in West-Europa. Van links tot rechts omarmden velen het primaat van de détente. Stabiliteit in de verhouding tussen Oost en West stond centraal. De behoefte van Moskou aan een ruime cordon sanitaire werd daarbij als een gegeven aanvaard, waaraan het verlangen van de Oost-Europeanen naar vrijheid en democratie, helaas pindakaas, ondergeschikt moest worden gemaakt. Het was een denken dat ad absurdum werd doorgevoerd door enkele PvdA-politici (onder wie de onverbeterlijke voetzoeker Jan Nagel) die na een bezoek aan de DDR de Berlijnse Muur tot een 'historische noodzaak' uitriepen.

De vrees dat de promotie van vrijheid en democratie zich slecht laat verenigen met de noodzaak van een zekere stabiliteit, doet heden ten dage wederom opgeld ten aanzien van het Midden-Oosten. President Bush ijvert voor een democratische omwenteling, maar dat is een mission impossible, zeggen de critici. Erger, deze missie is schadelijk voor de Amerikaanse en westerse belangen. De transformatie van Oost-Europa was uniek in haar soort en wordt ten onrechte geprojecteerd op het Midden-Oosten, schrijft ex-neoconservatief Francis Fukuyama in zijn nieuwe boek, America at the Crossroads. Zbigniew Brzezinski, de veiligheidsadviseur van president Carter, waarschuwt voor een 'dogmatische toepassing' van het democratiseringsideaal en voert de zege van Hamas ten tonele als afschrikwekkend voorbeeld van een averechts effect. Ook de verkiezingen in Irak zijn niet bepaald een triomftocht van onberispelijke seculiere democraten geworden.

De critici raken een gevoelig punt, maar er schuurt toch ook wat in hun visie. In de eerste plaats: wat is eigenlijk de stabiliteit waard van een reeds vele decennia door conflicten geplaagde regio die demografisch uit haar voegen barst en waar autocratisch bestuur en economische stagnatie hand in hand gaan? Ten tweede: wie bepaalt welke volkeren wel en niet rijp zijn voor vrijheid en democratie? Zijn de Turken als toekomstige partners in de Europese Unie dat net wel, maar begint achter hen het domein van tribalisme en islamisme?

Het aantreden van een Palestijnse regering met onhanteerbare standpunten en een terroristische achtergrond plaatst de buitenwereld inderdaad voor een lastig dilemma. Maar een nieuwe termijn voor de onbetrouwbare en corrupte Fatah-kliek met Hamas als dreigende macht op de achtergrond zou de problemen er niet veel kleiner op hebben gemaakt.

Waar het nu op aan komt is dat het Westen een manier vindt om enerzijds respect te betonen voor de uitkomst van de verkiezingen en anderzijds duidelijk te maken dat met een aantal elementaire voorwaarden voor overleg en hulpverlening niet kan worden gemarchandeerd. Hier komt Zahar om de hoek kijken. Hij schreef dinsdag een brief aan VN-baas Annan, waarin hij zich erover beklaagde dat Israëls 'illegale kolonisatiepolitiek' de kans op 'het bereiken van een vredesregeling op basis van een twee-statenoplossing' om zeep helpt. De brief veroorzaakte onder westerse diplomaten enige opschudding. Want hoewel negatief ingebed, suggereerde de term 'twee-statenoplossing' toch een kleine verschuiving in het Hamas-standpunt.

De dingen hebben nooit een rechte lijn in het Midden-Oosten, dus wat gebeurde: Zahar haastte zich toe te lichten dat zijn brief 'geen spoor' van een erkenning van Israël bevatte. Niettemin bleef de indruk bestaan dat de realiteitszin zich even had doen gelden bij een regering die allicht begint te beseffen dat de Iraanse lofzang te weinig soelaas biedt. Een aansporing voor Washington en Brussel om zowel wortel als stok paraat te houden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden