Democratie kan voordeel doen met bijzonder onderwijs

Onderwijs is wat de VVD betreft seculier, maar zij legt zich neer bij de uitkomst van de schoolstrijd. De liberalen miskennen daarmee de betekenis van het bijzonder onderwijs voor de democratie, aldus Ab Klink en Maxime Verhagen....

Ab Klink en Maxime Verhagen

Sinds een paar jaar houdt de vrijheid van onderwijs de gemoederen in de politiek weer flink bezig. Die vrijheid zou de poort openen voor bedreigende radicale ideeën of voor buitenissig-ouderwetse opvattingen waarmee ouders hun kinderen opzadelen, nota bene op kosten van de gemeenschap.

Met openbaar onderwijs hebben we daar geen last van. De overheid bepaalt wat er in de les aan de orde komt en welke opvattingen leerkrachten aan kinderen kunnen overdragen. Het openbaar onderwijs biedt veiligheid, ook voor de toekomst van de rechtsstaat.

Een Franse staatscommissie die zich met integratie bezighield, koos om die reden voor publiek onderwijs. Een seculiere moraal beschermt vrijheidsrechten, terwijl religie en levensbeschouwing al te snel kunnen uitlopen op fundamentalisme. De scheiding van kerk en staat is eigenlijk toch het best gewaarborgd met openbaar en seculier onderwijs.

Die opvatting zien we terug in de jongste aanzet voor een beginselprogramma van de VVD. De commissie-Dales kiest er wel voor om de vrijheid van onderwijs intact te laten. Maar dat is een strikt pragmatische en daarom kwetsbare keuze. De commissie stelt onomwonden dat zij geen goede grond ziet waarom de staat scholen op een religieuze grondslag zou moeten financieren.

Onderwijs is wat de VVD betreft seculier. Maar, omdat het nu eenmaal in Nederland anders gegroeid is, moet het maar zo blijven. Het debat in de VVD lijkt hiermee voorlopig beslecht. De vrijheid van onderwijs blijft bestaan, maar het morele gelijk ligt toch eigenlijk bij die liberalen die niets van levensbeschouwelijk onderwijs moeten hebben.

Het debat is niet van vandaag of gisteren. De huidige situatie is de uitkomst van de schoolstrijd aan het eind van de 19de eeuw en die in 1917 is beslecht. Openbaar en bijzonder onderwijs werden voortaan gelijk behandeld. Minder bekend is dat een eeuw daarvoor nota bene de voorman van de liberalen, J.R. Thorbecke, zich al intensief met deze vragen bezighield. Hij maakte toen korte metten met het pleidooi voor een onderwijsmonopolie van de overheid.

Mikpunt van Thorbeckes kritiek is de stelling van een Gentse collega-hoogleraar die erg bezorgd was over de rol van private scholen. Die scholen konden zijns inziens jongeren vergiftigen met opvattingen die de vrijheid ondermijnen. Toen al was Frankrijk een lichtend voorbeeld. Daar was alle onderwijs openbaar gemaakt.

Maar Thorbecke laat geen spaan heel van dat ideaal. 'Een regering, die zich slechts staande kan houden dan door dwangonderwijs, is al half verloren', schreef hij in 1829. Om met de staatsbeginselen strijdige onderwijs te weren, moet de regering vooral rekenen op 'de gezonde zin' van goede burgers.

Als die gezonde zin ontbreekt, helpt ook openbaar onderwijs niets. Sterker nog, als mensen met sterk verschillende opvattingen en doelen zelf scholen stichten en onderwijs geven, zorgt dat juist voor een brede betrokkenheid bij de koers en de inrichting van de samenleving en daarmee voor burgerschap. In de woorden van Thorbecke: 'particuliere belangen en het algemeen belang kunnen elkaar dan wederkerig bevorderen'. Thorbecke als voorloper van Hans Wiegel die protest aantekende tegen zijn partij voorzover die de vrijheid van onderwijs ter discussie stelt.

Het debat is dus weer hyperactueel. De angst voor de opkomst van islamitische scholen geeft nieuw bloed aan oude tegenstellingen. Tot en met in het NOS-Journaal krijgen we te horen dat Frankrijk beter met de integratie van moslims uit de voeten kan, omdat openbaar onderwijs daar de regel is. De zogenoemde laïcité als strategie van integratie. Religie en wereldbeschouwingen van mensen horen thuis in de woonkamer, in de parochie en in de moskee, maar niet in scholen en bij omroepen.

Laten wij vooropstellen dat wij niet tot de groep mensen behoren die dit debat zinloos vinden. Wij horen ook niet bij degenen die romantisch spreken over dé waarde van religie in het algemeen. Religie is vaak waardevol, maar niet zelden desastreus. Wij hebben ook in het geheel niet de behoefte te doen alsof er niks aan de hand is.

In veel landen van Europa wordt de bevolking letterlijk gedecimeerd. Bij gelijkblijvende geboortecijfers zal de bevolking van Italië, Spanje en Duitsland binnen een paar generaties halveren. 'Terwijl de bevolking in Europa implodeert, explodeert zij om ons heen', schreef oud-president Roman Herzog vorig jaar in een document van de Duitse CDU.

Ook de levensbeschouwelijke kaart van Europa zal sterk veranderen. De islam zal getalsmatig niet overheersend worden, maar deze religie is wel degelijk in opkomst. Het is de angst voor fundamentalisme die kopschuw maakt voor religie en wereldbeschouwing. De uitkomst is een pleidooi voor een strategie van laïcité met haar voorkeur voor de neutrale, seculiere school.

Maar zal die strategie werken? Heeft Thorbecke geen gelijk als hij zegt dat 'dwangonderwijs' niet helpt en dat het vooral op burgerschap aankomt? Zal een strategie die de islam naar de binnenkamer verwijst, niet juist leiden tot een gesloten en in zichzelf gekeerde religie? Een religie die dan niet of nauwelijks de kans krijgt zich te verbinden met de waarden van de rechtsstaat?

Want daarom gaat het in Thorbeckes pleidooi voor bijzonder onderwijs: dat private en publieke belangen met elkaar worden verbonden en elkaar versterken. Dit is een belangrijk gezichtspunt dat dicht aanligt tegen de opvatting van het CDA. Wij vinden dat de culturele bronnen voor de rechtsstaat niet moeten worden verengd tot de Verlichting. Dat is onnodig, het is onhistorisch en bovendien gevaarlijk. Gevaarlijk omdat de diepste overtuigingen van grote groepen van mensen op die manier niet verbonden raken met de kernwaarden van de rechtsstaat.

Historisch gezien is het ook onhoudbaar te stellen dat de rechtsstaat alleen veilig is bij een seculiere moraal. Het gaat echt te ver baanbrekende personen als John Locke of de zogenoemde Founding Fathers van de Verenigde Staten een rol in de marge van de ontwikkeling van democratie en rechtsstaat te geven. Hun bijdrage aan de democratie en de rechtsstaat was meer dan marginaal, evenals hun christelijke geloof daarbij meer dan bijzaak of franje was. Juist het geloof inspireerde vaak tot democratie, mensenrechten en vrijheid.

Kuyper, Groen van Prinsterer, Schaepman of Willem van Oranje waren, ieder op een eigen manier, bepaald meer dan 'hooguit begeleiders van de vrijheid', zoals de VVD in een kennelijke bui van ruimhartigheid, schrijft. Of neem de Bergrede uit het Nieuwe Testament. Dat die rede in de grachtengordel onbekend is, betekent nog niet dat er geen tientallen miljoenen mensen in Europa zich door laten inspireren. Voor het draagvlak onder de rechtsstaat is dat pure winst.

De Bergrede bindt ethiek, moraal en leefregels principieel aan oprechtheid. Oprechtheid is nooit af te dwingen. Daar kan geen overheid bij en zij moet dat ook nooit en te nimmer willen: want een afgedwongen geloof is abject en een afgedwongen moraal komt nooit boven de schijnheiligheid uit. Dat is de boodschap van de Bergrede.

Theocratisch en fundamentalistisch denken wordt hier van binnenuit bestreden: om godsdienstige en niet om seculiere redenen dus. De cultuurhistorische betekenis daarvan is door bijna alle grote historici, sociologen en filosofen gezien. Dat kan de opstellers van het VVD-manifest, waarvan sommigen - naar wij weten - een brede belangstelling hebben, toch niet zijn ontgaan.

Daar komt nog iets bij. Behalve het CDA vindt ook de VVD dat de bezinning op de historische, culturele en geestelijke grondslagen van het Westen een bredere plek in het onderwijs moet krijgen: patriottisme via onder meer het geschiedenisonderwijs.

Maar dan dringt zich voor de VVD wel een dilemma op: gaat haar voorkeur voor seculiere scholen er straks ook toe leiden dat in het kerncurriculum van scholen de religieuze bronnen van rechtsstaat en democratie niet aan de orde mogen komen? Dat is toch bijna een vorm van culturele zelfverminking. Wie een 'geestelijke verwoestijning' van het Westen (T.S. Eliot) wil vermijden en wie naar een breed draagvlak voor mensenrechten en democratie zoekt, gaat toch niet bewust een van de culturele bronnen voor burgerschap laten opdrogen?

Neem dan de Berlijnse Tagesspiegel die wij deze week onder ogen kregen. Die neutrale krant pleit er in een hoofdredactioneel commentaar voor in het onderwijs niet alleen aandacht te geven aan de Verlichting, maar juist ook aan bronnen voor tolerantie en voor burgerlijke waarden, zoals de Bergrede en de Tien Geboden.

Het pleidooi is terecht. Zoals gezegd: een democratie is veerkrachtig als mensen hun diepste overtuigingen weten te verbinden met de kernwaarden van de rechtsstaat. Dat is geen privilege van seculiere mensen. Wie de democratie en het burgerschap een warm hart toedraagt, moet ook niet naar zo'n privilege willen streven. De rechtsstaat verdient niet alleen de steun van aanhangers van de Verlichting.

Sterker nog, als er nu iets belangrijk is voor het Westen en met name Europa, dan is het wel dat er een islam veld wint die van binnenuit die rechtsstaat mee gaat dragen. Een islam die geen gesloten religie wordt. Een islam die zich niet alleen maar neerlegt bij de hier geldende regels omdat de koran nu eenmaal van hen vraagt zich als minderheid te voegen in het gastland. Maar een islam die vrijheidsrechten, tolerantie, het geweldsmonopolie van de overheid en de gelijkwaardigheid van man en vrouw van binnenuit ondersteunt en onderschrijft. Een islam die inziet dat oprechtheid niet zonder vrijheid kan en zich niet verdraagt met dwang, laat staan met eigenrichting of met fatwa's.

Om allerlei redenen is dat voor moslims soms geen gemakkelijke weg, evenmin als het voor bepaalde christenen en voor radicale democraten een gemakkelijke weg was. Ook het christendom en de (volks)democraten kenden immers hun extremisten en de zwarte bladzijden die zij schreven. Daar komt voor moslims bij dat democratische tradities in hun herkomstlanden vaak afwezig of erg jong zijn.

De vatbaarheid van die specifieke stromingen voor fundamentalisme is relatief groot. Des te meer reden zowel steun te geven aan een 'Euro-islam' als aan een verdergaande democratisering van het Midden-Oosten. Van een politiek van ontkenning moeten wij op beide fronten niets hebben. De islam in het binnenland wegduwen naar de privé-sfeer leidt tot een gesloten religie, terwijl een vrijblijvende en afzijdige buitenlandse politiek ertoe leidt dat de islamitische landen (van herkomst) in zichzelf gekeerde regimes blijven. Voor Europa is allebei riskant.

Eigen scholen in eigen land kunnen helpen een positieve ontwikkeling in gang te zetten. Maar dan is het natuurlijk wel nodig dat die scholen aansluiten bij de kernwaarden van de rechtsstaat. Reden voor het CDA een paar jaar geleden al van de overheid te vragen scholen daarop te toetsen en daarin te stimuleren. De inspectie doet dat inmiddels al een paar jaar. Het is goed dat de VVD dat nu enige jaren later ook bepleit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden