Democratie is meer dan de helft plus 1

Individueel burgerschap staat centraal in de liberale democratie, zegt Remieg Aerts. Dus is er voor andersdenkenden ruimte. Maar niet als zij ondemocratisch zijn, stelt Martien Pennings....

In een prikkelend betoog verdedigt Wout van Tongeren de stelling dat de democratie niet geidentificeerd mag worden met liberale waarden (Forum, 24 juli). Hij beroept zich op de Franse politiek filosoof Claude Lefort. Volgens Lefort kent de democratie geen ultieme vorm of ideologie. Daarom, meent Van Tongeren, kunnen zelfs radicaal islamitische bewegingen (Moslimbroederschap, Hamas) en principes die tegenover de westerse waarden staan (elementen uit de sharia), niet als onverenigbaar met ‘de democratie’ veroordeeld worden. Ook ‘onze’ democratie kan op den duur door islamitische waarden worden aangepast, zoals minister Vogelaar onlangs suggereerde.

Ik heb in hoofdzaak drie bezwaren tegen deze redenering.

Volgens Lefort is in de democratie het centrum van de macht ‘leeg’. Zij heeft op zichzelf geen programma, geen leidende ideologie die gelegitimeerd kan worden met een beroep op een vermeende volkswil. Alleen totalitaire ‘volksdemocratieën’ werken volgens dat principe. Dat is juist. Maar het feit dat de inhoud van democratie in wezen omstreden is en zij tal van vormen en varianten kent, betekent niet dat de betekenis van ‘democratie’ willekeurig is. Zo zijn totalitaire volksdemocratieën geen echte democratieën, en impliceert de aanwezigheid van kiesrecht of een meerderheidsstelsel nog geen ontwikkelde democratie.

Het betekent evenmin dat wij geen goede redenen zouden kunnen hebben om een bepaalde invulling van democratie te prefereren. Zo zijn er goede redenen om aan de liberale democratie de voorkeur te geven. Ten eerste omdat deze vorm zich in het Westen en ook daarbuiten sinds ten minste een halve eeuw bewezen heeft als relatief aangenaam en veilig om in te leven. Bij alle tekortkomingen is er geen reden hier geringschattend over te doen.

Verder betekent ‘liberale democratie’ niet, zoals Van Tongeren lijkt te veronderstellen, de democratie van het liberalisme. Ook de christen-democratie en de sociaal-democratie hebben zich, vanuit hun eigen ideologie, kunnen vestigen binnen de ‘liberale democratie’. Zij hebben het principe van sociale solidariteit toegevoegd, dat de verzorgingsstaat mogelijk heeft gemaakt. Die ruimte biedt de liberale democratie, omdat zij geen ideologie is, maar een open stelsel of een geheel van spelregels.

Waar gaat het in democratie wezenlijk om? Niet om volkssoevereiniteit of meerderheidsbestuur. Zoals Bernard Manin in The Principles of Representative Government (1997) heeft laten zien, zijn westerse democratieën geen ‘volksmachten’ in strikte en historische betekenis, maar vertegenwoordigende stelsels. Het werkelijke principe van onze democratie is burgerschap: burgers associëren zich vrijelijk in allerlei verbanden, en organiseren de uitvoering van het publiek bestuur volgens gezamenlijk overeengekomen procedures en lichamen. Zij richten de staat zo in, dat deze hun belangen dient en geen onderdrukkende macht kan zijn. Regels reguleren ook de verhoudingen tussen de burgers onderling.

Die procedures (besluitvorming bij meerderheid, na inspraak en overleg) vormen slechts deel van een groter pakket: burgerrechten, onafhankelijke rechtspraak en pers, bescherming van minderheidsbelangen en erkenning van gelijkwaardigheid in juridische en bestuurlijke zaken en in het maatschappelijke en culturele verkeer. Dat toch zijn de kenmerken van samenlevingen die wij democratisch noemen. In al deze zaken betreft het de gelijkheid, rechten en vrijheden van afzonderlijke burgers – niet van collectieven als standen, klassen, rassen, seksen of geloofsgemeenschappen. Vertegenwoordiging van zulke collectieven behoort tot het feodalisme, dat als principe zijn einde vond in de Franse Revolutie. In de democratie die sindsdien tot ontwikkeling is gekomen, staat individueel burgerschap centraal. Die burgers hebben de vrijheid zichzelf te organiseren, in verenigingen, kerkgenootschappen, politieke partijen, vakbonden en ngo’s. Hierin zijn liberalisme en democratie inderdaad vanouds verwant.

Ook als wezenlijk open systeem kan de democratie wel degelijk een ‘bedoeling’ hebben, namelijk de bescherming en bevordering van humanitaire waarden. Dat is waar wij de democratie voor hebben. Daarvoor is zij ook het meest geschikt, meer bijvoorbeeld dan als effectieve vorm van bestuur. Dat de democratie ooit allerlei radicaal islamitische principes of zelfs de sharia zou kunnen omvatten, is onzin – juist als men zich op Lefort beroept. Immers, als een onvoorwaardelijk religieus stelsel de inhoud van de democratie zou gaan bepalen, heeft die democratie volgens Lefort een leidende ideologie en daarmee een totalitair karakter gekregen. Natuurlijk kan ook een stelsel zonder humanitaire rechten en vrijheden ‘democratie’ blijven heten. Maar op de mestvaalt is de roos toch niet meer wat zij was. In deze maatschappelijke discussie zitten we niet te wachten op spitsvondige redeneringen, maar op leefbare realiteitszin.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden