DEMOCRATIE 2.0

Internet bleek cruciaal in de Democratische voorverkiezingen. Barack Obama weet miljoenen te mobiliseren met netwerksites, e-mail en YouTube. De nieuwe online-democratie geeft burgers een stem, zeggen experts....

In vier jaar kan veel veranderen. Zack Exley had als online-chef van de Democratische presidentskandidaat John Kerry in 2004 ook al lijsten met aanhangers die zich op internet hadden gemeld. Maar de campagne-organisatoren in het veld gooiden ze weg, vertelt hij. ‘Ze zeiden: mensen van internet? Daar kun je niets mee. Dat zijn rare types, die willen videospelletjes spelen.’

In 2008 heeft internet de Democratische voorverkiezingen beslist, zegt Exley, nu politiek consultant bij het internetbedrijf Thoughtworks Inc. ‘Het heeft de politiek helemaal veranderd. Zonder internet was Barack Obama er nooit in geslaagd al die energie bij jonge vrijwilligers aan te boren en had hij nooit zoveel geld kunnen ophalen bij zoveel kleine donateurs. Hillary Clinton zou nu de Democratische kandidaat zijn, daar is geen twijfel over mogelijk.’

Obama ’08 is meer dan een gewone campagne, zegt Andrew Rasiej van Personal Democracy Forum, een specialist op het gebied van politiek en internet. ‘Het is een media-operatie. Zij begrijpen hoe sterk deze nieuwe macht is. Ze maken handig gebruik van de grote verandering die plaatsvindt.’ De netwerksystemen die ten grondslag liggen aan ‘Internet 2.0’, zoals YouTube en Facebook, leiden zo tot wat hier en daar al ‘Democratie 2.0’ wordt genoemd.

Abraham Lincoln was de eerste politicus die op grote schaal de kranten gebruikte om steun te verwerven. Franklin Delano Roosevelt maakte zich met zijn beroemde ‘praatjes bij de haard’ snel het nieuwe medium radio eigen. John F. Kennedy was de eerste president die de kracht van de televisie onderkende. Barack Obama moet nog winnen, maar hij wordt door internet-experts al moeiteloos in dat rijtje geplaatst, als eerste kandidaat die de mogelijkheden van het nieuwe medium ten volle uitbuit.

‘Ze hebben vanaf het begin bewust gekozen voor de netwerk-benadering’, zegt Rasiej. Het werd een campagne van onderop. Hillary Clinton doet ook aan internet-organisatie, maar begon veel later en denkt traditioneler. Zij heeft de beste Democratische campagne ooit opgebouwd, maar wel van het oude model, met een ‘top-down’ commando-systeem, zeggen de experts. Voor een netwerk-campagne moet je vertrouwen stellen in je aanhangers en accepteren dat ze hun eigen inbreng hebben. Zo stichtten Obama-aanhangers overal eigen kantoortjes zonder toestemming van het campagnehoofdkwartier. ‘Obama had daar meer sympathie voor, door zijn ervaring als straathoekwerker in Chicago’, zegt Rasiej.

Het is ook het verhaal van een nieuwe generatie Democratische organisatoren. Joe Rospars, de man die Obama’s internetoperatie leidt, had bij de sensationele, maar mislukte campagne van de outsider Howard Dean vier jaar geleden voor het eerst gemerkt hoe snel je mensen bijeen kunt brengen op internet. Ook de organisatoren in het veld zijn vaak Dean-veteranen, opgegroeid met internet. ‘Obama is de eerste die internet en de organisatie in het veld bij elkaar heeft gebracht’, zegt Exley.

De gevolgen zijn ernaar. ‘Het is gigantisch wat hij hier heeft gedaan, ze hebben zevenduizend precinct captains (kiesdistrict-leiders) gerecruteerd’ , zegt Dan Ancona, een internet-organisator in Californië. ‘Ik ben zeer onder de indruk van hun veldoperatie in North Carolina. Ik heb nog nooit zoiets gezien’, zegt Zephyr Teachout, hoogleraar aan Duke University en een van de internetpioniers van Dean. ‘Ze geven een half miljoen mensen een gevoel eigenaar te zijn van de campagne’, zegt Tracy Russo, die de internetoperatie van de gesneuvelde kandidaat John Edwards leidde. ‘Dit geeft gewone burgers veel meer macht dan ze voorheen hadden.’

De internetspecialisten zijn het eens: Obama’s campagne is een symptoom van een nieuw tijdperk in de politiek, waarbij individuele burgers invloed hebben omdat ze zich online zo makkelijk kunnen bundelen. ‘We staan aan het begin van een paradigma-wisseling’, zegt Rasiej van Personal Democracy Forum.

Het geld is het duidelijkste voorbeeld. ‘De kleine donateur verandert de politiek’, zegt hoogleraar Teachout. Traditioneel moet een kandidaat zijn oren laten hangen naar grote geldschieters. Nu kan de kandidaat buiten de gevestigde structuren om steun en geld vergaren, en buiten de gevestigde media om filmpjes en ideeën verspreiden. ‘Het is een grote zegen voor de democratie.’

‘Vroeger kon je als kandidaat mislukken omdat rijke mensen een hekel aan je hadden’, zegt Zack Exley. Nu hebben outsiders een grotere kans, als ze mensen aanspreken. De campagne van de libertaire Republikeinse rebel Ron Paul, groot geworden op internet, is nog steeds gaande.

De nieuwe aanpak heeft ook gevolgen na de verkiezingen, denken de experts, omdat Obama, als hij wint, ‘de eerste president met vijf miljoen e-mail-adressen’ wordt. ‘Stel dat hij de gezondheidszorg wil hervormen en het Congres ligt dwars, dan kan hij miljoenen burgers mobiliseren’, droomt Exley. ‘Hij kan ruimer denken, en eindelijk de grote dingen aanpakken.’ Teachout, die Obama’s campagne nog iets te gecontroleerd vindt, hoopt juist dat het netwerk dat hij heeft gecreëerd, zelfstandig voortleeft en Obama zonodig op de vingers tikt: ‘Internet wordt een extra controle op het presidentschap.’

Rasiej stelt dat de politiek van de 20ste eeuw nu plaatsmaakt voor die van de 21ste eeuw, en dat dat zichtbaar wordt in deze verkiezingscyclus. ‘Terug naar vroeger gaan we niet meer.’

30VOvoorkant_ph01

Hillary Clinton en Barack Obama (boven) worden door hun aanhangers geregeld in beeld gebracht. Zo nu en dan duiken op internet foto’s en filmpjes op, gemaakt tijdens de campagne van de presidentskandidaten, waar ze bij nader inzien niet zo blij mee zijn. Niet altijd met de beste bedoelingen worden de beelden vervolgens weer door anderen verspreid.

Virals

Internetgebruikers vertrouwen steeds vaker op nieuws dat ze elkaar opsturen. Populaire filmpjes kunnen een kandidaat enorm helpen of schaden. Bekendste voorbeeld is de Yes, We Can-song van Will.i.am, inmiddels 14 miljoen keer bekeken, waarin hippe artiesten een toespraak van Obama op muziek zetten. Hillary Clinton had weer succes met een geestige Sopranos-pastiche.

Maar nog steeds dient zich, als je bij YouTube de naam Hillary intikt, de veelbekeken variant op een Apple-spotje uit 1984 aan waarin Clinton te zien is als Big Brother; haar macht wordt doorbroken door de Obama-campagne. Net als de muziekvideo is het filmpje spontaan gemaakt door aanhangers. En op dit moment heeft een Democratische webregisseur veel succes met een filmcompilatie van slechte McCain-momenten op Therealjohnmccain.com.

Nog interessanter voor de kandidaten is dat hun eigen speeches worden bekeken en aangeraden aan vrienden, zonder filtering van de traditionele media. Obama’s toespraak over rassentegenstellingen in Amerika werd zo 5 miljoen keer op YouTube bekeken.

Netwerken

My.BarackObama.com gebruikt de techniek van populaire sociale netwerk-websites als Facebook. Daardoor is de campagne er al vroeg in geslaagd Obama-aanhangers met elkaar in contact te brengen. Lokale steungroepjes organiseren zichzelf en doen vrijwilligerswerk voor de Obama-campagne zonder dat het hoofdkwartier er veel omkijken naar heeft. Dat kan bestaan uit telefoontjes plegen met kiezers, langs deuren gaan, maar ook een reis ondernemen naar een andere staat om kiezers ter plekke te overtuigen.

De te bewerken kiezers vinden ze door middel van moderne software die de Obama-campagne ter beschikking stelt. De campagne traint vrijwilligers om deze instrumenten te kunnen gebruiken en weer andere vrijwilligers aan te sturen. Er zijn nu 750 duizend actieve vrijwilligers en achtduizend steungroepen, waaronder 'Beards for Obama'. Een formidabel leger dat volgens experts nog flink kan groeien. Met hen is de Obama-campagne begonnen aan een grootscheepse kiezerregistratie, die de kandidaat in november miljoenen nieuwe stemmen moet opleveren.

Geld

Het geld ophalen via internet, dat in 2004 al een keer de onbekende kandidaat Howard Dean omhoog deed schieten, is in 2008 tot volle wasdom gekomen. Obama heeft nu bijna anderhalf miljoen kleine donateurs, die het grootste deel van zijn recordbedrag van 250 miljoen dollar bijeen hebben gebracht. Vroeger was een kandidaat afhankelijk van de luimen van de grote geldschieters. Nu kan hij een alternatieve financieringsbasis opzetten. Outsiders hebben daardoor meer kans door te dringen. Het stelt kandidaten soms ook in staat langer door te gaan, waar vroeger het nee van de geldmannen het einde van de kandidatuur betekende. Zo haalde Hillary Clinton onmiddellijk na haar zege in Pennsylvania 10 miljoen dollar op van gewone donateurs die haar in de race wilden houden. Waar vroeger een handvol rijken besliste over – en invloed had op – een kandidaat, ligt diens lot nu in handen van miljoenen mensen.

Schandalen

Internet heeft ook nadelen: geruchten en onwelgevallige filmpjes worden razendsnel verspreid. Zo kampt Obama nog steeds met de eindeloos doorgestuurde e-mails waarin wordt beweerd dat hij moslim is. De campagne vocht onder andere terug door bij zoekmachine Google een prominente plaats te kopen voor een site die het gerucht ontkent.

Mobiele telefoons en kleine camera’s brengen kandidaten in de problemen. Obama had de traditionele media uitgesloten van zijn bezoek aan een groep grotere geldschieters in Californië. Maar een blogger nam toch op hoe hij zei dat de arbeiders in Pennsylvania ‘bitter’ waren en ‘zich vastklampen’ aan religie en geweren. Op internet werd de opmerking onmiddellijk een hit die Obama menige stem kostte.

Memorabel is ook de ondergang van de Republikein George Allen, gouverneur van Virginia en getipt als een sterke kandidaat voor het presidentschap – totdat hij een Amerikaan met Indiaas bloed uitschold voor makaak, het filmpje ervan een websensatie werd en Allen zijn zeker gewaande herverkiezing misliep.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden