Democraat op latere leeftijd

Meindert Fennema bewoog zich net zo gemakkelijk tussen de elite als tussen outcasts aan de periferie van het politieke spectrum. Een Friese vrije geest zwaait af.

Meindert Fennema, die gisteren afscheid nam als hoogleraar politieke theorie aan de Universiteit van Amsterdam, pocht ermee dat hij 'pas op latere leeftijd democraat is geworden'. Dat mag je wel zeggen, want van 1971 tot 1989 was hij lid van de CPN, wat een professoraat niet in de weg heeft gestaan en hem bij mijn weten ook nooit is nagedragen. Natuurlijk, er zijn veel oud-CPN'ers die het binnen de spraakmakende gemeente goed hebben gedaan, menigeen als zelfbenoemde bewaker van de publieke moraal.


Fennema neemt daarbij een aparte plaats in. Hij houdt ervan op de tenen van zijn oude strijdmakkers te gaan staan, maar is als inwoner van de gemeente Bloemendaal nog steeds lid van GroenLinks. Denk niet dat hij rechts is. De eerste bijdrage in Help! De elite verdwijnt, een bundel van zijn belangrijkste artikelen in de afgelopen veertig jaar, is een uithaal naar Geert Mak, dominee in de linkse kerk en met zijn donderpreken een boegbeeld van de politieke correctheid.


Daarmee is de toon gezet, en de toon van Fennema is altijd een tikje stout en kwajongensachtig, zoals dat gewoonte was bij het Utrechtse studentencorps waarvan hij ook lid is geweest. Fennema laveert als een koorddanser tussen zijn belangstelling voor elites, die niet meer zijn wat ze ooit waren, en het gewone volk, dat wel steeds meer te zeggen krijgt, maar nooit helemaal voor vol wordt aangezien en soms regelrecht wordt gediscrimineerd omdat het zich niet zo gedraagt als de nette bovenlaag belieft. En die bovenlaag is tegenwoordig vaak links, of prudent progressief, en ziet zich in verlegenheid gebracht door een democratisering waar zij vanaf de jaren zestig enthousiast voor heeft geijverd, net als Fennema zelf. Hier zit meteen de eerste tegenspraak, want de Fennema die op latere leeftijd democraat is geworden, is blijkbaar een andere dan de Fennema die zich als universitair frontsoldaat voor de democratie heeft sterk gemaakt. Volgens mij is het verschil tussen de jonge Fennema en de oude Fennema minder groot dan hijzelf wil doen voorkomen.


Belangrijker is wat Fennema te zeggen heeft en daar ben ik nog niet helemaal uit. Verdwijnt de elite, wat de titel suggereert? Het is waar dat de elites van nu van gezicht zijn veranderd vergeleken met die van veertig jaar geleden. De voorname regenten van toen met hun noblesse oblige zijn er niet meer. De bestuurders van nu zijn zakelijker en kennen als het om geld verdienen en zelfpromotie gaat minder scrupules. Er zijn meer patjepeeërs, en ook dat is een uitvloeisel van de democratisering die ironisch genoeg de kloof tussen de gewone burger en een boven hem geplaatste bestuurskaste heeft vergroot. Het is een ontwikkeling die ook binnen de elite met leedwezen wordt waargenomen. Een oud-bankier als Rijkman Groenink hoort volgens alle politicologenmaatstaven met zijn kasteel aan de Vecht en zijn particuliere kunstverzameling tot de bovenlaag. Maar met zijn keiharde op koerswinst gerichte manier van zakendoen doorbrak hij ook codes van de oude elite en geldt hij als de man die Dé Bank naar de ondergang heeft geleid.


Zulke individuen komen en gaan, maar ik denk niet dat we bang moeten zijn dat de Nederlandse elite als speciaal te onderscheiden groep verdwijnt, zelfs niet als het ergste boevenpak aan de macht komt. Historisch gezien is het aanpassingsvermogen van de Nederlandse elites opvallend. Dat mag blijken uit het overleven van Hans Max Hirschfeld, die tijdens de Duitse bezetting op verzoek van de Nederlandse regering in ballingschap op zijn hoge ambtelijke post bleef en daarvoor met lof werd overladen. Volgens Fennema, die over Hirschfeld een biografie schreef, grotendeels terecht. Ook dat is typisch Fennema. Hij weigert zo'n man als 'fout' te verketteren. Eerder verdedigt hij zo'n controversiële figuur tegen linkse vooroordelen. Dat ook links stigmatiseert, inclusief het Landelijk Bureau Racismebestrijding, behoort tot het soort ongerijmdheden waar Fennema zijn pijlen graag op richt.


Vandaar zijn interesse voor Geert Wilders, over wie hij eveneens een (deels ingebeelde) biografie heeft geschreven. Voor Fennema is de PVV-leider de tovenaarsleerling van Frits Bolkestein, wat door de laatste als onzin van de hand wordt gewezen met als argument dat hij nooit kon toveren en dus ook nooit een tovenaarsleraar kon zijn. Dat de oud-communist Fennema ook enigszins bevriend is met de notabele Bolkestein tekent zijn aparte positie. En het zegt iets over Nederland, in de kern een vriendelijk land, met een open en aanspreekbare elite. Maar dat geldt niet voor iedereen. Wie te nadrukkelijk uit de politiek correcte pas loopt en tegen het verheven zelfbeeld van de elite zondigt, loopt het risico van ostracisme. Hans Janmaat bijvoorbeeld, die in de jaren negentig door de rechter is veroordeeld voor de uitspraak 'vol is vol' die een decennium later bijna onschuldig aandoet. Dat Janmaat zelf het slachtoffer was van geweld, in het bijzonder zijn partner Wil Schuurman, die bij een actie van 'antifascisten' in het Betuwse dorp Kedichem in 1986 haar been verloor, behoort tot een van die zweren van de Nederlandse democratie die nog steeds een nare lucht verspreidt.


Ik vind Fennema op z'n best als hij zulke paria's als Janmaat behandelt. Dat is nog eens wat anders dan Fortuyn, van wie 'iedereen' nu vindt dat het goed was dat hij taboes doorbrak, of Wilders, die met zijn uitspraken over moslims veel verder gaat dan Janmaat ooit deed (en die dus misschien met terugwerkende kracht ook wel 'een punt' had). Ik zeg dat laatste uiteraard met de grootst mogelijke voorzichtigheid. De centrumdemocraten zijn nog steeds besmet, hoewel zonneklaar is dat de PVV, die twee jaar lang een rechtse regering gedoogde, in dat vacuüm opereert. Dat Wilders zelf afscheid nam van die machtspositie, met een SP-verhaal over 'onze oudjes die niet de dupe mogen worden van onzinnige dictaten van bureaucraten uit Brussel', maakt de politieke plaatsbepaling van de PVV nog interessanter. Extreem-rechts kun je die niet echt noemen, eerder centrumdemocratisch (of half-links).


Jammer genoeg werkt Fennema zijn gedachten over Janmaat, aan wie slechts één stuk is gewijd, niet uit, zoals ik ook meer had willen weten over de CPN, toch ook een centralistische partij die niet door de democratische beugel kon en waarvan hij tot de laatste snik lid is gebleven. Daaruit spreekt een behoefte om zich in 'fout' gezelschap te begeven, misschien uit nieuwsgierigheid om te zien hoe het daar toegaat, misschien ook uit het (populistische) idee dat de taal van het volk eerlijker is en meer 'waarheid' bevat dan de geparfumeerde wereld van de elite, met haar eeuwige machtsspelletjes en hypocrisie.


Dat Janmaat door de hele journalistiek is gedemoniseerd, terwijl een onderbuikpartij als de CPN juist vele journalistieke coryfeeën heeft voortgebracht, blijft een beschouwing waard. Dat de Tweede Kamer een Marcus Bakkerzaal heeft, valt te verklaren als eerbetoon aan een scherp parlementariër. Maar Wilders is dat ook en een Wilderszaal klinkt ook na zijn gedoogrol als vloeken in de kerk. Mag links meer dan rechts, of is dat slechts een retorische zaak en zit het als het om de macht gaat andersom? Fennema, die het liefst het randje van de politieke correctheid opzoekt, is bij uitstek de man voor zulk glas ijs. Alleen houdt hij naar mijn smaak iets te veel in op punten waar hij ook door had kunnen schaatsen. De echte pointe ontbreekt bij deze Friese vrije geest.


Meindert Fennema: Help! De elite verdwijnt - Veertig jaar Nederlandse politiek.

Bert Bakker; 356 pagina's; € 19,95.


ISBN 978 90 3513 808 7.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden