analyse

Demissionair, maar toch drie nieuwe bewindslieden: hoe het kabinet-Rutte III een duiventil werd

Het demissionaire kabinet pakt dinsdag de draad weer op met de beëdiging van drie nieuwe bewinds­lieden. Daarmee komt het totaal in Rutte III op 34. Waarom zijn er zoveel wisselingen? Opvallende factor: de werkdruk.

Sinds het kabinet-Rutte III begon zijn er vijftien wisselingen geweest.  Beeld ANP
Sinds het kabinet-Rutte III begon zijn er vijftien wisselingen geweest.Beeld ANP

‘Mijn streven is de beste mensen te vinden.’ Het is 2017. De winnaar van de verkiezingen en kersverse formateur Mark Rutte geeft het startschot voor de zoektocht naar bewindspersonen van zijn derde kabinet.

Met de beëdiging dinsdag van Tom de Bruijn (D66) tot minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, Dennis Wiersma (VVD) tot staatssecretaris van Sociale Zaken en Steven van Weyenberg (D66) tot staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat komt de teller van het aantal wisselingen in die ploeg sindsdien op 15. Dat maakt Rutte III tot een duiventil. Waar komen deze wisselingen vandaan en hoe uniek is dat?

Rutte III begon met 24 posten verdeeld over 16 ministers en 8 staatssecretarissen. Vandaag telt het demissionaire kabinet 16 ministers en 10 staatssecretarissen – op Financiën is een extra staatssecretariaat gecreëerd vanwege de toeslagenaffaire, op Economische Zaken vanwege de werkdruk. In vier jaar tijd stapten bewindspersonen op, gingen ministers met ziekteverlof of bezweken onder de werkdruk. Geschuif met portefeuilles en gepuzzel met verantwoordelijkheden doen het aantal bewindspersonen in Rutte III uitkomen op een totaal van 34. Het laatste kabinet dat er meer telde was Van Agt I: 38 bewindspersonen.

Na de beëdiging van De Bruijn (72), Wiersma (35) en Van Weyenberg (48) is de ploeg weer bijna compleet. Zij vervullen de vacatures die ontstonden door eerder geschuif en door het vertrek van Stientje van Veldhoven naar een nieuwe baan. Het kabinet is nagenoeg compleet, want Tamara van Ark (VVD), minister voor Medische Zorg, maakte onlangs bekend er zes weken uit te liggen vanwege nekklachten. Zij begon in Rutte III als staatssecretaris van Sociale Zaken maar promoveerde een jaar geleden tot minister, als opvolger van Martin van Rijn (PvdA). Die was op persoonlijke titel, niet namens oppositiepartij PvdA, tijdelijk minister geworden na het uitvallen van Bruno Bruins (VVD) als minister voor Medische Zorg. Het is maar een voorbeeld van de carrousel die steeds sneller draait door het uitvliegen en uitvallen van bewindslieden.

Eindstreep

Bewindspersonen die de eindstreep niet halen zijn niet nieuw. Ministers struikelen over moties van wantrouwen of staatssecretarissen vallen over zoekgeraakte bonnetjes. Het huidige kabinet is in zijn geheel demissionair, gevallen over het toeslagenschandaal. Ook dat is niet nieuw. Het kabinet-Kok II stapte kort voor de verkiezingen in 2002 op na een rapport over de val van Srebrenica in 1995.

Steven van Weyenberg (D66) is de nieuwe staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat. Beeld Hollandse Hoogte /  ANP
Steven van Weyenberg (D66) is de nieuwe staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

Na de val van Rutte III vertrok alleen de minister van Economische Zaken Eric Wiebes (VVD) echt vanwege zijn rol als staatssecretaris belastingen in het vorige kabinet. Vier collega’s waren hem al voorgegaan naar de uitgang. In december 2019 trok Menno Snel (D66) als staatssecretaris van Financiën zijn conclusies toen hij onvoldoende vertrouwen voelde van de Kamer in zijn capaciteiten om het schandaal rond de kinderopvangtoeslagen tot een goed einde te brengen. Mark Harbers (VVD) trad al na anderhalf jaar af als staatssecretaris asiel, nadat was gebleken dat zijn ministerie criminaliteitscijfers onder asielzoekers onvolledig had gedeeld met de Kamer.

Nog geen vier maanden na de bordesfoto bleek Halbe Zijlstra’s (VVD) positie als minister van Buitenlandse Zaken onhoudbaar na zijn leugens over een ontmoeting met de Russische president Vladimir Poetin. Deze zomer volgde Stientje van Veldhoven (D66). Zij wilde niet langer wachten op verlossing door benoeming van een opvolger als staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat in een nieuw kabinet en verliet vorige maand haar post voor een functie bij het World Resources Institute.

Formatie

Dat het kabinet in demissionaire status vier nieuwe bewindspersonen laat aantreden, is wel uniek. Naast de benoemingen van De Bruyn, Wiersma en Van Weyenberg kreeg het kabinet er in mei van dit jaar een extra staatssecretaris bij: Dilan Yeşilgöz (VVD) ontfermde zich over de portefeuille klimaat. Volgens hoogleraar parlementaire geschiedenis Carla van Baalen heeft de benoeming van nog eens drie bewindspersonen er alles mee te maken dat de formatie niet opschiet. ‘Anders zouden de vrijgevallen portefeuilles gewoon overgenomen worden door leden van het demissionaire kabinet. Dat in deze fase gewisseld wordt, kun je zien als een voorbereiding op een formatie die nog wel een tijdje kan duren.’

Dilan Yesilgöz werd in mei staatssecretaris klimaat, een nieuwe portefeuille in het kabinet.   Beeld ANP
Dilan Yesilgöz werd in mei staatssecretaris klimaat, een nieuwe portefeuille in het kabinet.Beeld ANP

En ook de reden voor de vele wissels in blessuretijd lijkt uniek: de werkdruk blijkt voor sommige bestuurders te hoog. Bruno Bruins ging in maart 2020 tijdens een coronadebat publiekelijk onderuit. Later keek hij daar openhartig op terug. ‘Kort na 7 uur stroomde de energie er opeens uit. Nee, het was niet eng. Ik ging onderuit en even later stond ik weer op. Alles bewoog nog. (...) Een dag later, toen de huisarts kwam, bleek dat het er niet in zat. Het zat er gewoon niet in. Hoe vervelend ook, de energie was er niet meer. (...) Nadat ik ben afgetreden, heb ik eerst alleen maar uitgerust. Er staat een bankje op mijn werkkamer, daar heb ik eindeloos op geslapen.’ Het was de eerste keer dat een minister of staatssecretaris wegens oververmoeidheid opstapte en daar ook nog openhartig op terugkeek.

Ook Bas van ’t Wout (VVD) viel uit. Reden: een burn-out. Van ’t Wout schoof vanuit de Kamer door naar het staatssecretariaat van Sociale Zaken om na het aftreden van Wiebes minister van Economische Zaken te worden. Na zijn vertrek bij Sociale Zaken nam minister Wouter Koolmees (D66) Van ’t Wouts portefeuille erbij, maar hij moest kort voor de zomer toegeven dat het wat veel werd. Vandaar dat Van ’t Wout nu alsnog wordt opgevolgd door partijgenoot Wiersma.

Dat politici uitvallen door de werkdruk is in de parlementaire geschiedenis eerder voorgekomen, weet hoogleraar Van Baalen. ‘Voor minister van Verkeer en Waterstaat Jacob Algera eiste de afwikkeling van de watersnoodramp zijn tol: in 1954 moest hij een paar maanden rust houden. Van Abraham Kuyper is ook bekend dat hij overspannen is geweest.’

Burn-outs

Dat in een kabinetsperiode twee ministers uitvallen vanwege de werkdruk is zeldzaam, maar niet uniek. Ook Jo Cals, premier van 1965 tot 1966, moest in 1954, toen hij minister van Onderwijs was, verplicht rust nemen. Paul van der Steen schreef een biografie over Cals: ‘Voor Cals bleken het oplossen van het leraren- en ruimtetekort, de record hoeveelheid schoolkinderen, een grote onderwijshervorming, zijn perfectionisme en het overlijden van zijn vader even te veel.’ Van toenmalig premier Willem Drees kreeg hij de tijd te herstellen. Van der Steen: ‘Iedereen zag hoe hard hij werkte.’

Hoewel burn-outs in de politiek vaker zijn voorgekomen, is het wel opmerkelijk dat de werkdruk nadrukkelijker een thema is geworden in Den Haag. De schroom om publiekelijk toe te geven dat het politieke bedrijf zijn tol eist, is definitief verdwenen. De buitenwereld mag dan graag ageren tegen ‘plucheplakkers’, het politieke bedrijf is intens.

Dat was altijd al zo, maar minder zichtbaar. Edith Schippers verhaalde na haar vertrek uit Den Haag hoe zij als minister van Volksgezondheid elke dag om acht uur ’s morgens door de dienstauto werd opgehaald en ’s avonds laat met loodgieterstassen vol stukken weer thuis werd afgeleverd. Ook in de vakanties ging het werk door, met elke dag telefonisch om negen uur ’s morgens overleg met het ministerie. Soms was er niets, soms was er crisis – denk aan het fipronil-eierschandaal.

Dennis Wiersma (VVD) wordt dinsdag beëdigd als staatssecretaris van Sociale Zaken. Beeld Hollandse Hoogte /  ANP
Dennis Wiersma (VVD) wordt dinsdag beëdigd als staatssecretaris van Sociale Zaken.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

Hugo de Jonge, nu minister van Volksgezondheid, vertelde afgelopen weekend in de Volkskrant hoe hij de gezinsvakantie van twee weken in Italië noodgedwongen inkortte naar een week. Nieuw is de invloed van sociale media en het toenemend aantal Kamervragen, debatten en moties, waarin het oordeel vaak hard is.

Over zijn rol als coronaminister zei De Jonge: ‘Kijk, het is onvermijdelijk dat je in zo’n crisis fouten maakt. Wat kennelijk bij Den Haag hoort, is dat de reactie dan heel erg is... Laat ik het in zijn algemeenheid formuleren: ik zou Den Haag gunnen dat het nemen van verantwoordelijkheid wordt aangemoedigd.’

Binnenhof

Niet alleen het kabinet kampt met de gevolgen van de hoge werkdruk op het Binnenhof. Kamerlid Pieter Omtzigt (CDA) meldde zich in maart ziek en zit overspannen thuis. Maar ook CDA-Kamerlid Harry van der Molen is nog steeds overwerkt thuis. Renske Leijten (SP) vertelde hoe zij tegen een burn-out aan zat. Eerder verliet D66’er Rens Raemakers de Tweede Kamer voor vier maanden vanwege een burn-out.

Hoogleraar Van Baalen herinnert eraan dat Rutte aan het begin van zijn premierschap beloofde te werken met een kleiner kabinet. Hij wilde ook het parlement inkrimpen. Dat het kabinet sindsdien met twee bewindspersonen is uitgebreid, ziet Van Baalen als een erkenning dat ministers en staatssecretarissen een betere balans tussen werk en privé nodig hebben.

Maar er zal meer nodig zijn. Kamervoorzitter Vera Bergkamp (D66) wil dat de agenda van de Tweede Kamer voorspelbaarder wordt en minder propvol. De debatten moeten puntiger en zakelijker, maar daar staat tegenover dat elke fractie over zijn eigen woorden en tekst gaat – liefst om daar filmpjes van te maken voor de eigen achterban op sociale media. Hugo de Jonge karakteriseerde de gang van zaken zo: ‘We hebben inmiddels achttien fracties in de Kamer, en als een Kamerdebat niet meer is dan steeds luidruchtiger achttien keer de groetjes doen aan de eigen achterban, geformuleerd in bijtende verwijten en botte beledigingen, dan zijn we best ver van huis.’

Mocht Rutte dit najaar beginnen aan de samenstelling van zijn vierde kabinet, dan zal hij niet alleen opnieuw op zoek moeten naar de beste mensen, maar toch ook naar meer bewindspersonen. Na het uitvallen van Van ’t Wout liet Rutte al doorschemeren dat het volgende kabinet zeer waarschijnlijk meer ministers zal tellen. ‘Ik vind dat er geen taboe meer moet komen op het aantal posten’, zei hij over het taboe dat hij zelf creëerde. ‘Zodat je die vier jaar kunt overleven en er ook gezond weer uitkomt.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden