Delfzijl krijgt paradepaardje schone stroom

Vandaag opent een nieuwe fabriek in het geplaagde Delfzijl: de eerste centrale die geheel met hout wordt gestookt.

DELFZIJL/AMSTERDAM - In Delfzijl schurken dood en wedergeboorte tegen elkaar. Aan de ene kant van het hek staat aluminiumsmelterij Aldel, de grootslurper van fossiele energie die eind december failliet ging. Aan de andere kant staat de gloednieuwe energiefabriek van Eneco voor bio-energie, die vandaag wordt geopend.

Een smalle asfaltweg, genaamd Metaalpark, scheidt de twee fabrieken die met hun kont tegen het zeehavenkanaal liggen. Via dat kanaal kreeg Aldel haar aluinaarde aangevoerd tot lage aluminiumprijzen en hoge energieprijzen dat structureel verliesgevend maakte. Nu ontvangt de biomassafabriek er haar houtsnippers en houtkorrels, waarmee volledig duurzame elektriciteit wordt geproduceerd.

Zo heeft Groningen toch weer iets om trots op te zijn. De 'Eneco Bio Golden Raand' is de grootste en efficiëntste bio-energiecentrale van de Benelux. De naam verwijst naar de 'gouden rand' die al in het Gronings volkslied voorkomt. De groene stroom gaat voor de helft naar Akzo Chemicals, een steenworp verderop in dezelfde rand van industriële bedrijvigheid in het uiterste noorden van de provincie.

De Golden Raand is de eerste energiecentrale in Nederland die volledig draait op hout. Dat is bijzonder, hoewel andere, conventionele centrales samen veel méér biobrandstof gebruiken. Daar worden de houtsnippers vooral bijgestookt in kolencentrales, in een poging die minder belastend te maken voor het klimaat.

Dat bijstoken gebeurt jaarlijks met ongeveer 2 miljoen ton biomassa, terwijl het in de Groningse centrale gaat om 300 duizend ton. Als de nieuwe kolencentrale van RWE Essent, nu in aanbouw dertig kilometer verderop aan de Eemshaven, haar plannen realiseert om een kwart hout te gaan bijstoken, vergt dat bijna tien keer zoveel biomassa als in Delfzijl.

De capaciteit van de nieuwe centrale is met bijna 50 megawatt beperkt. Omgerekend is de Golden Raand weliswaar goed voor het 'stroomgebruik van 120 duizend huishoudens', zoals Eneco adverteert. Maar ze zou nog geen kwart van de energie kunnen leveren die buurman Aldel nodig had. Dat was dan ook een van de grootste elektriciteitsgebruikers van het land.

Ander belangrijk verschil: bij Aldel werkte vierhonderd mensen. De biomassacentrale levert directe werkgelegenheid aan dertig personeelsleden.

Over de duurzaamheid van het hout waarop de centrale draait, is weinig discussie. Aanvankelijk overwoog Eneco om de brandstof voor de helft te halen uit Vietnam, waar het als resthout overblijft in de lokale meubelindustrie. Het transport naar Nederland bleek echter niet efficiënt genoeg.

Nu komt tweederde uit Nederland, en de rest uit België en Engeland. Het gaat om houten bouw- en sloopafval dat wordt vermalen en tot korrels geperst. Het hout zou in Nederland anders in een afvalcentrale groene stroom hebben opgewekt. Het rendement daarvan is lager dan in een biomassacentrale.

'Dat Nederlands sloophout klinkt wel goed', zegt Willem Wissekerke, campagneleider bij Greenpeace. 'Maar het deel uit Engeland bestaat uit houten transportpallets. Die zou je eigenlijk opnieuw moeten gebruiken, in plaats van ze te verbranden.'

Stroom uit de biomassacentrale is duurder dan uit conventionele centrales die wél bijdragen aan het broeikaseffect. Volgens Eneco is de kostprijs ongeveer 15 cent per kilowattuur. 'We kunnen die stroom verkopen tegen de huidige stroomprijzen van 5 tot 6 cent per kilowattuur. Dankzij de subsidie van 10 cent per kilowattuur, zijn we in staat uit de kosten te komen.' De subsidie loopt tot 2020.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden