Deksels kosten mij moeite

Zondag krijgt Veronica Hazelhoff een Zilveren Griffel voor haar novelle Veren. Elf jaar geleden werd ze voor het laatst onderscheiden....

Veren sieren de tafel en de wanden. Veren van fazanten, veren van gieren en duiven. Ze vindt ze buiten, of krijgt ze cadeau van vrienden en bewonderaars. 'Kauwen en kraaien zijn rotbeesten. Ze zitten op het dak en gaan flink tekeer. Dat heeft iets sinisters.'

Veronica Hazelhoff (48) schrijft elk jaar een jeugdboek. Voor haar debuut Nou moe! (1981) kreeg ze een Zilveren Griffel; later, voor Auww! (1984), de Gouden Griffel. Maar sindsdien bleef de literaire erkenning uit. 'Schrijven is zwoegen, zeuren, zaniken. Je moet het lef hebben jezelf bloot te geven.'

Voor de novelle Veren, aanmerkelijk soberder en poëtischer dan haar overige werk, wordt ze nu eindelijk weer gelauwerd. Zondag ontvangt ze in Amsterdam een Zilveren Griffel, later, zoals vorige week bekend werd gemaakt, ook nog de Nienke van Hichtum-prijs. 'Bij slechte kritieken denk ik altijd: wacht maar af, 't wordt nòg slechter. Met complimentjes heb ik meer moeite. Ze maken me zenuwachtig. Maar dit keer heb ik besloten te genieten.'

Ze schuift met stenen en veren, net als Nessa, het merkwaardige Ierse meisje uit haar boek. Nessa, het gezicht zo akelig bleek, de ogen wonderlijk mooi, is vergroeid met de natuur. Mensen houdt ze uit haar buurt. 'Ik vind haar sympathiek. Ik zou haar wel tegen willen komen.'

De schrijfster voelt zich met het meisje verwant. 'Vroeger dacht ik altijd dat ik gekker was dan de rest van de wereld. Omdat ik wou schrijven. Dat wou niemand.'

Veronica, dikkig dwars meisje dat vaak het hoogste woord had, léék dapper. Voor een injectie of levensgevaarlijke toeren op de fiets draaide ze haar hand niet om, maar ze was nogal onzeker. Bijna niemand durfde ze te zeggen dat ze ervan droomde schrijfster te worden - zelfs haar vader niet, die vertegenwoordiger was bij uitgeverij Het Spectrum.

Het was haar moeder die na een lange periode vol twijfels en gêne ingreep. Hazelhoff, toen al dertig, ziet het nog voor zich: 'Ik had een verhaal voor de lezersoproep van Vrij Nederland geschreven, mijn moeder grist het onder me vandaan, zegt: anders verdwijnt het toch weer in de prullenbak, loopt naar de hoek van de straat en gooit het in de brievenbus.'

Toen het gepubliceerd werd, dacht Hazelhoff voor het eerst dat ze werkelijk iets kon. 'Nu ga ik door, riep ik, anders word ik zo'n klager.'

Misschien had ze opeens het lef omdat ze in dezelfde periode nòg een onzekerheid overwon. Na een uitbarsting in een overvolle wachtkamer ging ze, aangemoedigd door een specialist, op dieet en viel binnen een jaar 25 kilo af. Hazelhoff schafte woeste kleren aan en schilderde haar haar in alle kleuren van de regenboog. Zo was ze opvallend dun. 'Maar nog steeds vind ik dikke vrouwen leuker. In mijn hart hoor ik bij hen.'

Zie haar nu zitten, frêle, ineengedoken - 'Als je tegen me blaast ben ik weg. Vrienden zeggen: zullen wij eens een goeie maaltijd voor je maken? Of: eet toch een bonbon. Zo'n aanbeveling bezorgt me na al die jaren nog steeds een cultuurshock.'

Als ze foto's van vroeger ziet, valt haar op hoe chagrijnig ze kon kijken. 'Zo gelukkig was ik niet. Ik was het kind waar met smart op was gewacht, het gouden kind dat aan veel eisen moest voldoen.' Ze liep een paar keer weg, en kwam niet terug van een logeerpartij. 'Was er maar een broertje of zusje, dacht ik vaak, aan wie mijn ouders hun aandacht konden geven. Ik was vrijheidslievend.'

Haar verhalen zitten vol weerbarstige jongens en meisjes die zich de wet niet laten voorschrijven. Ze maken brokken, maar weten zich uiteindelijk altijd wel te redden. Soms lijken ze helemaal niet sympathiek. 'Maar de vertegenwoordigers van de zachte sector zijn vaak valser dan degenen met de scherpe tong. Een kreng kan bij nader inzien toch gevoelig of lief zijn. Ik hèb zo'n scherpe tong.' Stoute blik. 'Wat niet wil zeggen dat ik aardig ben. Ik zeg vaak de verkeerde dingen.'

Achteraf is Hazelhoff nooit te beroerd haar excuses aan te bieden. De schrijfster heeft geen last van valse schaamte, of valse bescheidenheid. Nooit zal ze onterecht credits opeisen. Met de op- en aanmerkingen die ze van haar uitgever krijgt doet ze haar voordeel. 'Ik ben blind voor mijn eigen werk. Een goede redacteur kan wonderen verrichten.'

De schrijfster is scheutig met complimenten. Als bevriende collega's prijzen krijgen is ze er als de kippen bij om ze te feliciteren. 'Desnoods zeg ik er eerlijk bij dat ik jaloers ben.'

Zoiets moet kunnen als je elkaar mag. 'Vriendschap is unconditional love, zou Oprah Winfrey zeggen. Je houdt zoveel van iemand dat je er niet aan moet denken dat die persoon uit je leven verdwijnt - ook al past hij of zij niet goed in je omgeving en dreigt er al snel ruzie.'

Soms zijn fikse ruzies nodig. 'Niets gaat vanzelf. Een vriendschap dien je te onderhouden.'

Haar verhalen worden gedomineerd door relaties, en hoe die onder druk komen te staan. 'Ik ben opgegroeid tussen de detectives en avonturenromans. Maar zelf heb ik ze nog nooit kunnen schrijven.'

Ze schenkt koffie. Of haar gast zelf even de koekjestrommel openmaakt. 'Deksels kosten mij moeite.' Haar handen zijn klein en krom, de voeten steken in stevige schoentjes. Begin jaren zeventig werd bij Hazelhoff reumatoïde artritis geconstateerd. 'Gehandicapt ben ik, ja. Moet ik soms een politiek correcte term verzinnen? Barst maar.'

Twee ochtenden per week krijgt ze hulp. En anders zijn er wel buren die suikerpotten en conservenblikjes voor haar openen. De toetsen van haar computer bedient ze met een ouderwets potloodje. Anders zou het tikken te zwaar zijn, de pees in haar rechterhand is immers geknapt. 'Het is een raadselachtige ziekte. Toen ik de kinderboekenwereld binnen denderde, zat ik in een rolstoel; nu kan ik tenminste weer lopen. Ik weet niet hoe erg of goed ik zal worden.'

Ze wil zich niet in een hoek laten drukken, en er ook niet nodeloos over zeuren. Zij en haar dochter Eva - de ziekte openbaarde zich op haar tweede verjaardag - weten immers niet beter. 'In kledingzaken vraag ik of ze me willen helpen met de rits van mijn spijkerbroek. Daar ben ik erg gemakkelijk in geworden.' Toen ze een Utrechtse bloemenverkoper vroeg of hij een zware plant voor haar wilde sjouwen en hij haar verzoek negeerde, wapperde ze met beide handjes. Hij schrok zich rot. Hazelhoff imiteert: O wijffie, 't spijt me zooo'

Ze giechelt. Maar pijn heeft ze elk uur van de dag, in de gewrichten van handen, voeten en ellebogen. Erover schrijven kan ze niet. 'Ik zou niet weten hoe ik dat in woorden moest vatten. In een van mijn eerste boeken staat deze zin: Maartje had geen pijn, ze wàs het.'

Hazelhoff wil er ook niet over schrijven. 'Voor je het weet ben je er de hele dag mee bezig. Als ik schrijf ben ik in een andere wereld. M'n ziekte wil ik zoveel mogelijk vergeten. Die is zo groot en veelomvattend dat ik er met de pet niet bij kan. Ik tob liever over kleine dingen.'

Zo'n ziekte heeft niet alleen een schaduwzijde: 'Ik was altijd een loper, een renner, een doener. De artritis dwong mij m'n leven totaal anders in te richten. Voor veranderingen ben ik niet langer bang.'

Zelfs niet nu ze sinds kort alleen woont. Onlangs liep, na 25 jaar, haar huwelijk stuk. 'Schrijven was arbeidstherapie, de novelle waar ik mee bezig was een reddingsboei.'

Haar laatste twee boeken - Veren en De sneeuwstorm - zijn nogal dun. 'Meer kan ik op dit moment niet opbrengen. Dikker kan ik niet aan. Emotioneel ben ik nog te zeer geschokt.'

Die lijvige roman kòmt er nog wel. 'Mijn boek over het violet en de dood zal een familiekroniek zijn, vol neven en nichten, met een lach en een traan.'

Ze brengt veel uren door met haar dochter, en met haar beste vriendin die al jaren boven haar woont. Haar leven lang al bivakkeert ze in een piepklein dorpje vlakbij Utrecht. Misschien gaat ze binnenkort verhuizen, op zoek naar mensen en gedoe. 'Rust kan ontzettend saai zijn.'

Als ze niet schrijft of vrienden ontvangt, zit ze graag voor de televisie. Hazelhoff zweert bij B-films. 'Van Terms of Endearment herinner ik me die ene scène: Shirley MacLaine staat woedend te schreeuwen omdat haar dochter zo'n pijn heeft. Ik zou het hele ziekenhuis hebben platgebrand. Van m'n dochter moeten ze afblijven.'

Ze houdt ook van B-boeken. 'Met als thema: vrouw-heeft-het-moeilijk-maar-komt-er-uit-dank-zij-eigen-wilskracht.'

Doremifasol, zingt ze zachtjes, alweer een boekje vol. Zo'n schrijfster wil Veronica Hazelhoff nooit zijn. Ze ergert zich aan slappe verhaaltjes. Noodgedwongen geeft ze slappe handjes. Ze laat de zere vingers zien: liever deelt ze kussen uit. Want kussen kost geen energie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden