interview

Deken: advocaten van kantoor Ficq & Partners waren geen loopjongens van Ridouan T.

Advocaten van het kantoor Ficq & Partners zijn ten onrechte door het Openbaar Ministerie neergezet als ‘loopjongens’ van de vermeende criminele organisatie van Ridouan T. Dat concludeert de Amsterdamse deken, die toezicht houdt op de advocatuur, na zes maanden onderzoek.

Deken Evert Jan Henrichs. Beeld Rebecca Fertinel
Deken Evert Jan Henrichs.Beeld Rebecca Fertinel

Wel werden de regels voor contante betalingen niet altijd correct nageleefd. Maar, stelt de deken, ‘dat is niet ernstig genoeg om naar de tuchtrechter te gaan’.

Er is geen bewijs dat de raadslieden Nico Meijering, Christian Flokstra, Leon van Kleef en Juriaan de Vries vertrouwelijke informatie hebben gelekt, zegt deken Evert Jan Henrichs op zijn kantoor in Amsterdam. ‘Sterker nog: ik ben ervan overtuigd dat ze integer en onafhankelijk hebben gehandeld’.

Meer dan 25 uur sprak Henrichs afgelopen maanden met de beschuldigde raadslieden. Soms tot laat in de avond. ‘Ze hebben volledige openheid van zaken gegeven, en alle documenten, tot hun financiële administratie aan toe.’

Aanleiding voor het onderzoek waren beschuldigingen die het Openbaar Ministerie publiekelijk uitte tijdens het liquidatieproces Marengo, waarin Ridouan T. en zestien anderen terechtstaan. De aanklagers baseerden zich op honderden heimelijk verstuurde pgp-(‘Pretty Good Privacy’)-berichten uit 2015, die aan Ridouan T. en zijn kompanen worden toegeschreven.

Volgens het OM hebben advocaten vertrouwelijke informatie over een strafrechtelijk onderzoek naar T.’s organisatie gelekt. Op die manier zouden de advocaten het voor de organisatie mogelijk hebben gemaakt om de regie te houden over welke verdachte wat moest zeggen, of juist zijn mond moest houden. Zo schreef één van de criminelen: ‘Wat kan ik aan Van Kleef zeggen? Dat zijn cliënt zich moet beroepen op zijn zwijgrecht?’

Daarnaast rees het beeld dat de advocaten, eveneens in strijd met de regels, duizenden euro’s aan contant geld hadden aangenomen. In een bericht van november 2015 staat: ‘Broer 1 keer 4000 voor Meijering en 1 keer 4000 voor Van Kleef. (...) Ik ga die 2 x 4000 brengen en dan ga ik met hun beide zitten.’

Het zogenoemde ‘lek-proces verbaal’ waarop het OM zich baseerde, was zeer belastend voor de advocaten. Waarom is er volgens u geen bewijs dat de beschuldigingen waar zijn?

‘Als je die berichten leest, komt er inderdaad op het eerste gezicht een heel onaangenaam beeld over de advocaten naar voren. Maar je moet je realiseren dat het berichten zijn waarin verdachten onderling met elkaar spreken. De advocaten weten niet dat er zo over hen gesproken wordt, en hebben zelf ook geen cryptotelefoons.’

Hoe zijn die berichten dan te verklaren?

‘Er waren redenen waarom er zo werd gepraat, ontlastende redenen, maar daar kan ik niks over zeggen vanwege mijn geheimhoudingsplicht. Dat maakt zo’n onderzoek juist zo lastig, en dat maakt je als advocaat ook zo kwetsbaar. Als je ergens van wordt beschuldigd, kun je je als advocaat niet publiekelijk verdedigen. Je mag het niet uitleggen, want dan schaad je je geheimhoudingsplicht ten opzichte van je cliënt.

‘Dat is ook de reden waarom we voor zulke situaties het deken-onderzoek hebben bedacht. Tegen mij moét de advocaat wel alles vertellen, en dat hebben deze raadslieden ook gedaan. Op mij rust dan vervolgens een afgeleide geheimhoudingsplicht. Dus ik mag wel mijn conclusies naar buiten brengen, maar niet vertellen waarop ik die baseer.’

Als de beschuldigingen niet waar zijn, waarom praten cliënten dan onderling zo over hun raadslieden?

‘Ook dat zou ik graag willen vertellen, maar dat mag ik niet.’

Vorige week oordeelde u over hetzelfde ‘lek-pv’ dat ook Khalid Kasem niets te verwijten valt. Bent u niet bang voor het verwijt: de slager keurt zijn eigen vlees?

‘Ik moet inderdaad maar hopen dat mensen geloven dat ik mijn werk goed heb gedaan. Maar dit is de enige manier om het werk van een advocaat goed te toetsen. Een extern toezichthouder kan zo’n onderzoek niet doen, want dan beroept een advocaat zich sowieso op zijn geheimhoudingsplicht.’

Volgens Henrichs hebben de advocaten van het kantoor Ficq & Partners ‘niet tuchtrechtelijk verwijtbaar’ gehandeld. Toch past het kantoor als gevolg van dit onderzoek zijn werkwijze aan. Want, stelt de deken, ‘het kantoor heeft wel de schijn tegen’. Dat wordt versterkt, zegt hij, als een kantoor meerdere cliënten in één zaak bijstaat. ‘In het Marengo-proces bijvoorbeeld, verdedigden advocaten van Ficq en Partners vijf verdachten. Daardoor kan het lijken alsof ze niet de belangen van de individuele cliënt dienen, maar die van de hele organisatie van Ridouan T. ‘Dus ik heb gezegd: of je het nu leuk vindt of niet, je hebt met deze werkwijze wél bijgedragen aan die schijn.’

Om die reden heeft het kantoor toegezegd in de toekomst ‘zeer terughoudend’ te zijn met het aannemen van meerdere cliënten in één zaak, en wil het op termijn het aantal cliënten in lopende zaken, waaronder het Marengo-proces, afbouwen.

Onlangs werd bekend dat advocaten Nico Meijering en Christian Flokstra de verdediging van Saïd R. - volgens het OM de rechterhand van Ridouan T. - hebben neergelegd. Heeft dat te maken met het nieuwe beleid?

‘Ook daar mag ik niets over zeggen.’

Volgens de tuchtregels mogen advocaten meerdere cliënten in één zaak vertegenwoordigen. Maar als er sprake is van tegenstrijdige belangen, moeten ze de verdediging neerleggen. Als bijvoorbeeld alle cliënten zich in een strafzaak beroepen op hun zwijgrecht, is er geen sprake van tegenstrijdig belang. Gaat één van hen belastend verklaren, dan wordt het problematisch.

Daarom gaan er binnen de advocatuur stemmen op om zulke situaties überhaupt te voorkomen, en voortaan als kantoor niet meer dan één cliënt in een strafzaak te vertegenwoordigen.

‘Deze discussie over onafhankelijkheid speelt al langer, ik heb hem zelf geïnitieerd’, zegt Henrichs. ‘En nu worden we ingehaald door de actualiteit van het Marengo-proces. Dit onderwerp gaat dus niet over tegenstrijdig belang, maar over de kernwaarde onafhankelijkheid. Een advocaat moet volledig onafhankelijk kunnen opereren, het belang van de individuele cliënt staat daarbij voorop. Een raadsman mag zich dus niet laten beïnvloeden door de belangen van andere cliënten die misschien door kantoorgenoten vertegenwoordigd worden, of door de belangen van een criminele organisatie. En het gaat verder dan dat: want je moet zelfs die schijn voorkomen. Juist omdat je als advocaat zo kwetsbaar bent en je je niet publiekelijk kunt verdedigen, is het goed om roomser dan de paus te zijn. Wat je niet wilt, is in een positie terechtkomen waarin bijvoorbeeld je cliënt niet vrijuit durft te spreken, omdat hij weet dat jouw kantoorgenoot de baas van de criminele organisatie bijstaat.’

Hadden de advocaten van Ficq & Partners dit niet kunnen zien aankomen?

‘Het is een besef dat de laatste jaren is gegroeid. De zware criminaliteit is toegenomen, verdachten beroepen zich vaker op hun zwijgrecht, er zijn meer gewelddadige liquidatiezaken. Het is een ontwikkeling geweest, eerder was dit niet echt aan de orde.’

Meer advocatenkantoren staan meerdere verdachten in één zaak bij. Ook in Marengo.

‘Daarom ga ik dit ook bespreken met mijn collega-dekens in de rest van het land. Maar uiteindelijk zijn de wetgever en de Nederlandse Orde van Advocaten verantwoordelijk voor de regelgeving.’

U constateert dat de advocaten van Ficq & Partners te vaak contant geld aannamen. Toch vindt u dit niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.

‘De regels voor het aannemen van contanten zijn inderdaad niet altijd correct nageleefd. In principe mag een advocaat geen cash geld aannemen. Er zijn drie uitzonderingen op die regel, maar over de interpretatie daarvan bestaat binnen de beroepsgroep veel onduidelijkheid. Dat was voorafgaand aan dit onderzoek al bekend bij ons dekens, en daar gaan we nu breder onderzoek naar doen.

Je zou denken dat advocaten de regels goed kennen.

‘Ik meen dus dat wat we bij het kantoor van Ficq & Partners hebben aangetroffen niet uniek is. De omvang ervan is ook niet ernstig genoeg. Het is aan het licht gekomen doordat ze volledig openheid van zaken hebben gegeven, en het is niet ernstig genoeg om hen daarvoor voor de tuchtrechter te brengen. Het is eerder een administratief probleem dan een integriteitsschending. Bovendien nemen ze inmiddels helemaal geen cash geld meer aan.

‘Goed toezicht is niet per se op zoek gaan naar overtredingen en naar de Raad van Discipline rennen om een straf uit te delen. Het is in mijn ogen ook: afspraken maken hoe je een misstap in de toekomst kunt voorkomen.’

De betrokken advocaten hebben steeds gezegd dat ze onterecht zijn ‘besmeurd’. Welke les hoopt u dat het OM hieruit trekt?

‘Het is niet aan mij om te zeggen of het terecht is dat het OM het zogenoemde ‘lek-proces-verbaal’ openlijk op zitting heeft besproken. Wat ik wel weet is dat het voor de advocaten uitermate belastend is geweest om publiekelijk door het slijk gehaald te worden gehaald, terwijl ze zich vanwege hun geheimhoudingsplicht niet konden verweren. Daardoor zijn kantoorgenoten weggegaan en cliënten opgestapt.

‘Het verdient de voorkeur zulke beschuldigingen eerst in vertrouwelijkheid te bespreken. Ik hoop dat het OM dat een volgende keer - zo mogelijk - anders zal doen.’

De verhoudingen tussen het OM en de advocaten in het Marengo-proces zijn op z’n zachtst gezegd heel slecht.

‘Je ziet dat de verdenking van het OM ook wel te maken heeft met spelverruwing. Als hoeder van de advocatuur ben ik bereid daar een bemiddelende rol in te spelen, en de uitslag van mijn onderzoek geeft daar ook aanleiding toe. Ik doe dat dus graag, maar of dat ook gaat gebeuren, is niet aan mij.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden