Defensie is vorm van ontwikkelingshulp

Er moet geld van Ontwikkelingssamenwerking naar Defensie omdat arme landen baat hebben bij vredesmissies die rust en orde brengen, meent Mat Herben....

Mat Herben

Afgelopen maandag stuurde de minister van Buitenlandse Zaken, mede namens zijn collega's van Ontwikkelingssamenwerking en Defensie, een brief naar de Tweede Kamer over het verschijnsel 'falende staten'. Het gaat om landen die de interne rechtsorde niet kunnen handhaven en daarmee ook een bedreiging vormen voor de regio. Met de tv-beelden van Liberia en Congo op het netvlies is het niet zo moeilijk je hiervan een voorstelling te maken. De drie bewindslieden willen antwoord van de Adviesraad Internationale Vraagstukken en van de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken op vragen als: Hoe kunnen politieke en economische instrumenten, zoals ontwikkelingssamenwerking, het beste worden ingezet? Onder welke omstandigheden verdient de inzet van militaire middelen overweging?

Het is een terechte adviesaanvraag, maar intussen bezuinigt het kabinet op defensie, waardoor de effectieve mogelijkheden voor militaire en humanitaire hulp verdampen. Ontwikkelingssamenwerking is goed. De vraag is alleen voor wie. Worden de hulpbehoevenden er ook beter van? Onlangs erkende minister van Ontwikkelingssamenwerking Van Ardenne dat 'veel geld op verkeerde plaatsen terecht is gekomen in de verkeerde zakken'. Een van haar ambtenaren, Roel van der Veen, stelde onlangs in een uitgebreide studie vast dat de duizend miljard (!) dollar die sinds het begin van de jaren zestig in Afrika is gepompt, nauwelijks tot ontwikkeling heeft geleid. Integendeel, het lijkt alleen maar erger te worden.

Ontwikkelingssamenwerking kan alleen effect hebben als de landen in kwestie beschikken over een redelijk stabiele en betrouwbare overheid. Veel landen, vooral in Afrika, voldoen niet aan deze voorwaarde. Op Nederland kunnen deze landen dus niet rekenen, aangezien wij alleen ontwikkelingshulp geven aan landen die wél over een stabiele en betrouwbare overheid beschikken. Dat is een trieste constatering, temeer omdat wij wel degelijk in staat zijn ook die landen die worden geteisterd door rebellen en roversbenden, de helpende hand te reiken. Daarvoor hebben we immers een op vredesmissies ingestelde krijgsmacht. Maar het probleem is dat Defensie sinds jaar en dag wordt getroffen door ongekend forse bezuinigingen. De komende kabinetsperiode moet jaarlijks bijna vierhonderd miljoen euro worden bezuinigd, ruim negenduizend militairen verliezen hun baan en het budget voor vredesoperaties was al in april op.

Wie kijkt naar de bedragen die worden uitgegeven aan Defensie en voor Ontwikkelingssamenwerking,moet constateren dat er sprake is van een groeiende onevenwichtigheid. Wat betreft ontwikkelingssamenwerking is Nederland wereldwijd een van de toppers. Wij geven 0,8 procent van ons BNP, ruim vier miljard euro, uit aan ontwikkelingssamenwerking. Dat ligt boven de officiële VN-norm die 0,7 procent voorschrijft. Voor de Europese Unie als geheel ligt dit percentage op slechts 0,33 procent. Alle landen van de OESO, de club van rijke landen, tezamen halen gemiddeld niet meer dan 0,24 procent.

Kijken we nu naar Defensie, dan zien we een heel ander beeld. In 1991 bedroegen de Nederlandse defensieuitgaven nog 3,7 procent van het BNP. Anno 2003 mogen we blij zijn als we op 1,5 procent uitkomen. En dat terwijl je toch moeilijk kunt volhouden dat de wereld van nu veiliger en stabieler is dan die van destijds. Maken we een vergelijking met onze bondgenoten, dan liggen onze defensieuitgaven beduidend onder het gemiddelde van de EU – 1,86 procent, en helemaal onder dat van de NAVO – 2,73 procent. Terwijl nagenoeg alle Europese landen meer geld gaan uitgeven aan defensie, gezien de toenemende dreiging van het internationaal terrorisme en de straks onoverbrugbare achterstand ten opzichte van de VS, gaat Nederland door met bezuinigen!

Conclusie: op het gebied van ontwikkelingssamenwerking doen we veel meer dan de andere landen, op het gebied van defensie juist een stuk minder.

In navolging van de LPF hebben enkele prominenten – militair deskundige Rob de Wijk, CDAkopstuk Hans Hillen en ook VVD-defensiespecialist Hans van Baalen – gepleit voor het overhemakenvan de geschetste scheefgroei. Wij pleiten ervoor om van de 0,8 procent van het BNP die thans wordt besteed aan Ontwikkelingssamenwerking, 0,1 procent ten goede laten komen van Defensie. Van die 0,1 procent zou de helft (ongeveer 250 miljoen euro) moeten worden overgeheveld naar de Defensiebegroting. De overblijvende helft wordt als non-ODA (Official Development Aid) geboekt onder de post HGIS (Homogene Groep Internationale Samenwerking), het potje waaruit ook nu al vredesoperaties en de VN-contributie worden betaald. Voor dit jaar gold dat reeds in april de bodem in zicht bleek, en er feitelijk geen geld meer was om naar Irak te gaan; al met al een pijnlijke vertoning, ook tegenover onze bondgenoten.

Op deze manier blijft de VNrichtlijn van 0,7 procent overeind (en dat terwijl er bijna geen land is dat deze norm haalt!), terwijl tevens extra geld toekomt aan de krijgsmacht. Een mooi voorbeeld van een win-win-situatie, en dat in deze economisch barre tijden!

Door de aanschaf van twee Hercules-transportvliegtuigen te financieren, heeft minister Pronk destijds laten zien dat verdergaande samenwerking tussen Defensie en Ontwikkelingssamenwerking mogelijk is. Zo schokkend is ons voorstel dus niet. Natuurlijk zou ook minister Van Ardenne in ruil voor haar steun trekkingsrechten moeten krijgen op de inzet van defensiemiddelen. Om een voorbeeld te noemen: het zou een goede zaak zijn als de Rampenbrigade, die in de dienstplichttijd bestond, weer werd heropgericht. Op de vliegbasis Soesterberg – vlakbij de Amersfoortse School voor Vredesmissies – zouden twee bataljons met geneeskundig personeel, genie, verbindingen, en dergelijke kunnen worden geformeerd.

Doen we dat niet, dan zullen in de komende bezuinigingsronde bijvoorbeeld vierhonderd geneeskundige functies verdwijnen, waardoor humanitaire hulp – zoals in 1994 in Rwanda – feitelijk onmogelijk wordt. Wie ontwikkelingssamenwerking echt een warm hart toedraagt, zorgt voor een volwaardige krijgsmacht die 'falende staten' kan helpen.

velen van gelden van Ontwikkelingssamenwerking naar Defensie. Wie met dergelijke suggesties komt, wordt steevast gebrandmerkt als 'vervuiler' door de linkse partijen. Dit spreken in termen van vervuiling is niet alleen een belediging voor al onze militairen die hun levens wagen in verre en vreemde landen, maar tevens een miskenning van het gegeven dat vredesoperaties een wezenlijke bijdrage leveren aan de duurzame ontwikkeling van de landen in kwestie. In de praktijk heeft Defensie zich getransformeerd tot de 'sterke arm' van Ontwikkelingssamenwerking. Juist voor die landen die (nog) niet over een stabiele en betrouwbare overheid beschikken, en die dus volgens het huidige beleid buiten de boot vallen, kan Defensie met haar vredesmissies heel veel betekenen.

De LPF wil een bescheiden bijdrage leveren aan het ongedaan

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden