Defensie is speelbal politieke partijen

MOGELIJK EINDE JSF
Dat de PvdA nu met de JSF wil stoppen, is meer gebaseerd op opiniepeilingen dan op een visie op defensie. Dit hindert een coherent veiligheidsbeleid.

Nu de PvdA zich tegen de Joint Strike Fighter (JSF) keert, wil een kamermeerderheid uit het project stappen. Hiermee is verdere Nederlandse deelname aan de ontwikkeling en aanschaf van de beoogde opvolger van de F-16-straaljager hoogst onzeker. Nederland heeft al veel geld in het programma geïnvesteerd en de F-16 moet toch vervangen worden. Stoppen is dus vooral opportunistische symboolpolitiek om kort voor de verkiezingen zetelwinst te halen ten koste van een consistent defensiebeleid. Dit is tekenend voor de besluitvorming omtrent de krijgsmacht de afgelopen jaren.


Het was verdedigbaar geweest voor de Paarse kabinetten zich niet met de JSF in te laten. Ontwikkeling van nieuwe wapensystemen valt regelmatig duurder uit dan gepland, waardoor 'van de plank kopen' soms verstandig is. Je kent dan precies de kosten en prestaties van het product. Daarnaast is verdere Europese defensiesamenwerking al jaren een prioriteit. Dat gaat gemakkelijker met uniform materieel. Opties voor de luchtmacht waren de Brits-Duitse Eurofighter of de Franse Rafale.


Nu zit Nederland al zo ver in het JSF project dat zulke inzichten beter bij een volgend wapensysteem kunnen worden toegepast. De bijna één miljard euro bijdrage aan ontwikkeling en testtoestellen zijn anders weggegooid geld. Bovendien loopt het Nederlandse bedrijfsleven eenzelfde bedrag mis omdat het niet meer meedoet aan de JSF-productie.


Het is ook een mythe dat schrappen van de miljarden kostende JSF een even grote besparing oplevert. Het in de lucht houden van de versleten F-16's kost ook honderden miljoenen. Dit toestel moet vervangen worden. Tenzij Nederland een krijgsmacht vergelijkbaar met bijvoorbeeld Bulgarije of Chili ambieert, zal dit ook miljarden kosten.


Waarschijnlijk wordt dit een onvoordelige besteding vergeleken met het huidige JSF-project. Jaren later JSF's van de plank kopen is financieel nadelig. Het Nederlandse bedrijfsleven valt dan immers buiten het productieproces. Dit geldt ook voor de al operationele Rafale en de Eurofighter. Bovendien zijn dat kwalitatief inferieure toestellen die qua ontwikkeling grofweg tussen de F-16 en JSF inzitten. Hun wellicht lagere prijs impliceert dus ook een minder goede straaljager. Het besluit van D66 en PvdA om ondanks een eerder fiat in een laat stadium met de JSF te stoppen, is meer gebaseerd op de peilingen van Maurice de Hond dan op een doordachte visie op defensie.


Eenzelfde prioriteit van partijpolitiek en zetelwinst voltrok zich rond het besluit om een politietrainingsmissie naar Kunduz te sturen. CDA en VDD wilden koste wat kost militairen in Afghanistan om zo de Verenigde Staten te paaien. De oppositiepartijen D66, ChristenUnie en GroenLinks wilden zich laten voorstaan op internationale betrokkenheid zonder te accepteren dat deelname aan de Afghaanse oorlog onvermijdelijk bloedige handen oplevert.


Als compromis traint Nederland nu wijkagenten op het slagveld. In theorie controleert een monitorsysteem dat de opgeleide agenten geen gevechtstaken vervullen. Dit staat haaks op de in westerse defensiekringen omarmde counterinsurgency-doctrine. Hierbij zijn agenten en burgerwachten op dorpsniveau de eerste verdedigingslijn tegen rebellen.


Bovendien, als Afghanistan zo stabiel en georganiseerd was dat het de acties van iedere agent precies kan registreren, was het niet nodig het handjevol politietrainers met honderden Nederlandse militairen te beschermen. Als een instructeur niet in een dorpje kan werken zonder bescherming van een peloton infanteristen, is het een mirakel hoe de opgeleide agent na zijn vertrek overleeft zonder te vechten. Hoewel ze voor de camera anders beweren, vinden militairen de Kunduzmissie dan ook een klucht.


Het was beter geweest de in 2010 beëindigde Uruzgan-missie in afgezwakte vorm voort te zetten. Dit bleek niet haalbaar vanwege politiek opportunisme. Naar blijkt uit reconstructies en via Wikileaks gelekte Amerikaanse documenten, was de PvdA wel bereid elders in Afghanistan verder te gaan. Uit Uruzgan moest Nederland echter weg. De provincie stond symbool voor de Nederlandse inzet. Hoewel er aannemelijke voor- en tegenargumenten zijn om te vechten in Afghanistan, is het als je erheen gaat beter in dezelfde provincie te blijven. Waardevolle kennis over lokale stamverhoudingen, contacten en ervaringen hoeven dan niet opnieuw te worden opgedaan.


Meningsverschillen over kwesties als welke straaljager aan te schaffen of waar de krijgsmacht in te zetten, zijn geen probleem. Een politieke discussie over beleidsafwegingen hoort bij de democratie. Het is echter kwalijk als belangrijke besluiten niet voortvloeien uit een doordachte visie op defensie maar uit interne partijpolitiek of een paar zetels winst in een opiniepeiling. Dergelijke ad-hoc beslissingen staan een coherent veiligheidsbeleid in de weg.


Marno de Boer


is militair historicus. Twitter: @MarnodeBoer


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden