'Deeltijd-WW? Te veel risico's. Toch maar een ontslagronde'

Minister Donner ziet de animo voor deeltijd-WW groeien. Betrokkenen zien dat anders...

amsterdam Begin er niet aan. Dit advies geeft advocaat Marnix van Daal van het Apeldoornse Dommerholt Advocaten tegenwoordig geregeld aan cliënten die deeltijd-WW overwegen. ‘De risico’s zijn te groot. Doe het alleen als je zeker weet dat je over een tijdje weer meer werk hebt. Anders kun je beter meteen nu al gaan reorganiseren. De meeste van mijn cliënten kiezen daarom voor ontslagronden.’

Sinds april kunnen bedrijven in nood aanspraak maken op deeltijd-WW. Ofwel, werknemers deels in de WW parkeren. Volgens het ministerie van Sociale Zaken groeit de animo gestaag voor de nieuwe variant van de werktijdverkorting. Eind deze maand stuurt minister Donner een evaluatie naar de Kamer. Maar uit een rondgang langs arbeidsjuristen, werkgeversorganisatie AWVN en FNV Bondgenoten rijst een ander beeld: bedrijven zijn huiverig.

Officiële cijfers worden eind juni verwacht. Maar FNV Bondgenoten zegt zo’n 24 deeltijdakkoorden te hebben afgesloten, en er nog enkele in de pijplijn te hebben. Dat valt wat tegen, aldus de grootste vakbond van Nederland. Van de voorganger, de werktijdverkorting, maakten bijna negenhonderd bedrijven gebruik.

‘Het is nog te vroeg om deeltijd-WW af te schrijven. Het is een nieuwe regeling, en die moet je wat tijd geven. Maar er blijken bij de praktische uitvoering nog te veel haken en ogen’, zegt Jan Mathies van AWVN.

Een van de hobbels blijft de boete. Vijftien maanden lang kan een bedrijf zijn werknemers deels uit de WW-pot betalen. Ontslaat hij ze toch, dan moet hij een boete betalen. Dit is om te voorkomen dat bedrijven te lichtvoetig omspringen met WW-gelden. Maar het schrikt ook af, zegt Mathies. ‘Het is heel lastig in te schatten of de omzet tegen die tijd alweer is bijgetrokken. Als dat niet het geval is, betaal je de boete en de kosten van een sociaal plan.’

Bovendien hekelen de bedrijven het gesteggel met de vakbonden over de aanvulling van het loon. Deeltijd-WW’ers gaan er minimaal 15 procent op achteruit. Voor mensen die dagelijks meer dan 183 euro bruto (het maximaal WW-dagloon) verdienen is de terugval nog groter. In eerste instantie riep FNV Bondgenoten dat aanvulling sowieso een vereiste was. Dit was tegen het zere been van de werkgevers, die stelden dat niet alle bedrijven het kunnen betalen. Uiteindelijk werd een meldpunt opgericht. Daar kunnen bonden en bedrijven die er echt niet uitkomen terecht voor een scheidsrechter.

Momenteel liggen er een ‘handjevol’ zaken bij dit meldpunt en wachten betrokkenen gespannen op de uitkomst. ‘Dat zal meer duidelijkheid geven over de loonaanvulling’, aldus Mathies.

Bovendien proberen de bonden het voor elkaar te krijgen dat een werknemer minimaal zes maanden na afloop van de regeling in dienst blijft. Zo kan hij zijn WW-rechten weer opbouwen. ‘Het is lastig om zulke garanties te geven’, zegt Mathies.

Maar ook juridisch zijn er nog allerlei vraagtekens bij de regeling te plaatsen, aldus Evert Verhulp, hoogleraar arbeidsrecht van de Universiteit van Amsterdam. ‘Zo heeft de werknemer nog altijd het recht deeltijd-WW te weigeren. Dan krijg je de kromme situatie dat de ene werknemer in de deeltijd-WW zit, zijn WW-rechten opeet en misschien wel niet zijn volledige salaris krijgt. En dat er voor de ander niets verandert.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden