REPORTAGE

Deelerwoud heeft jacht niet nodig

Wild in het woud

De afgelopen vijftien jaar is er in het Deelerwoud geen wild meer afgeschoten. Het experiment van Natuurmonumenten pakt goed uit voor de dieren. 'Alleen de wolf missen we hier nog.'

Zonder jagers reguleert de hertenpopulatie zich nu zelf: de dieren worden minder snel groot en de vrouwtjes worden op latere leeftijd vruchtbaar. Beeld Julius Schrank / de Volkskrant

De auto staat nog niet geparkeerd, midden in het normaal gesproken ontoegankelijke 'rustgebied voor wild' in het Deelerwoud, of links en rechts duiken groepjes damherten en edelherten op. 'Zie je, ze blijven redelijk rustig,' zegt Jaap Krul, boswachter van Natuurmonumenten, terwijl de herten op enkele honderden meters afstand een omzichtige boog maken rond de bezoekers en in het bos verdwijnen. 'Dat was vijftien jaar geleden wel anders. Toen was het vluchtgedrag veel extremer. En elders op de Veluwe moet je echt geluk hebben om midden op de dag een hert te zien.'

De dieren zijn minder schuw geworden, dat is één van de effecten van het nu vijftien jaar lopende experiment van Natuurmonumenten om in het Deelerwoud geen wild meer af te schieten. Een deel van het aangrenzende Nationaal Park de Veluwezoom is sinds een paar jaar eveneens jachtvrij. Ook wilde zwijnen worden niet meer bejaagd in het in totaal 2.200 hectare grote gebied.

Wel is het Deelerwoud verbonden met de rest van de Veluwe, waar 'gewoon' wordt gejaagd. In de directe omgeving van het Deelerwoud wordt tegenwoordig zelfs meer geschoten dan voorheen. Dat maakt de situatie in het Deelerwoud volgens Natuurmonumenten niet vergelijkbaar met de jachtvrije Oostvaardersplassen en de Amsterdamse Waterleidingduinen - afgesloten gebieden die de gemoederen al jaren verhitten.

Ongemak

Toch was ook het experiment om het wild in het Deelerwoud met rust te laten aanvankelijk omstreden. 'Er was angst voor overlast en er waren zorgen over de verkeersveiligheid', zegt Machiel Bosch, beheerder van Natuurmonumenten. 'En terreinbeheerders in de omgeving waren bang voor onbeheersbare populaties. Ook wij wisten van tevoren niet wat er zou gaan gebeuren. Dat wilden wij juist weten: wat gebeurt er als dierpopulaties zich op een natuurlijker manier kunnen ontwikkelen?'

Het experiment kwam voor een deel voort uit ongemak. Veel leden van Natuurmonumenten wilden medio jaren negentig minder jacht en meer kans om wild te zien in de natuur. Ze vonden het geen goed idee dat Natuurmonumenten het jaarlijkse afschot tegen betaling uitbesteedde aan particuliere jagers. Ook boswachters hadden er moeite mee dat ze fungeerden als chauffeurs voor de jagers en ze het wild moesten aanwijzen.

Tekst gaat verder onder graphic

Gevolgen van vijftien jaar niet jagen

Natuurmonumenten nam het beheer weer in eigen hand en besloot daarnaast tot een jachtvrije zone in het relatief geïsoleerde Deelerwoud. Machiel Bosch: 'Het wildbeheer is vaak een soort boekhoudkundig systeem: het wild wordt geteld en op basis van een berekening wordt dan het afschot vastgesteld. Maar als natuurorganisatie streef je toch naar een situatie waarin de natuur zelf de draagkracht bepaalt.'

De gevolgen van vijftien jaar niet jagen zijn intensief gevolgd. Zoals verwacht stegen de aantallen damherten en edelherten flink, van respectievelijk 64 tot 400 (in 2014) en 49 tot 264. Het aantal edelherten is inmiddels gestabiliseerd, het aantal damherten stijgt nog, al vlakt de groei af. Reeën zijn nagenoeg verdwenen uit het Deelerwoud, ze zijn weggeconcurreerd door de herten. De schade in aangrenzende landbouwgebieden nam toe - één boer telde op een bepaald moment tachtig herten op zijn akker - totdat er een raster werd geplaatst. Ook werd er meer wild aangereden, al kan dat deels te maken hebben met het flink toegenomen verkeer op de naastgelegen weg.

Voor de vegetatie in het gebied had het experiment tamelijk ingrijpende gevolgen: de verjonging van grove den en zomereik verminderde bijvoorbeeld sterk. Machiel Bosch: 'We blijven de impact op de biodiversiteit in de gaten houden. Dat kan een reden zijn om uiteindelijk toch in te grijpen.'

De wolf

De jachtvrije zone blijft in ieder geval de komende jaren nog bestaan. Jaap Krul is er blij mee. 'Met de dieren gaat het goed en er gebeuren hier geweldige dingen. In het begin liepen hier bijna alleen mannetjesherten, nu is het overgrote deel hinde, want vrouwtjes blijven het liefst in de buurt van hun geboortegrond. We hebben hier tegenwoordig een levendige bronsttijd, al die mannetjes uit de omgeving komen hier naartoe. De populaties dieren reguleren zich ook zelf nu er minder voedsel is. Ze worden minder snel groot en de vrouwtjes worden pas op latere leeftijd vruchtbaar. Zo vlakken de aantallen af. Op deze manier bereikt de natuur doorgaans een evenwicht. Nou ja, samen met een roofdier dan. De wolf missen we hier natuurlijk nog.'

Hij is genoemd: de wolf. Als die nog eens zou komen, zegt Machiel Bosch, dan komt een oud ideaal weer in zicht, dat van een grote, aaneengesloten, met andere natuurgebieden verbonden, jachtvrije Veluwe, waarin de natuur zich zelf reguleert. Bosch: 'Ik kan het niet ontkennen. Ik zou het geweldig vinden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.