Deel 15

Een vriend van me laat me een briefje lezen dat hij heeft gevonden in Verbeelding en voorstelling van G.J. Hoogerwerff....

De afzender doelt op de evacuatie van Arnhem en daaraan wordt ook gerefereerd in de brochure In Nacht en IJs, waarin H.E. Greve na de oorlog een overzicht gaf van het wel en wee van de openbare bibliotheken gedurende de laatste oorlogswinter. Drie filialen van de openbare bibliotheek Arnhem werden verwoest, maar het hoofdgebouw bleef redelijk gespaard. 'De boeken bleken grootdeels aanwezig, hoewel van de kunstboeken veel gestolen werd.'

Greve zal de titel gekozen hebben om aan te duiden waardoor het bibliotheekwerk in die laatste oorlogswinter het meest gehinderd werd: nauwelijks elektriciteit en uiteindelijk ook geen brandstof meer. Terecht roemt Greve de vindingrijkheid en de plichtsbetrachting van het personeel. Alleen in uiterste nood werden de deuren gesloten, want lezen was de enige manier van ontspannen geworden en de leeszaal een van de weinige mogelijkheden voor gezellige sociale contacten met een cultureel tintje.

Maar het zat niet altijd mee. In Appingedam, Delft, Vlaardingen, Weesp en Winschoten wordt de opgespaarde voorraad brandstof door de lokale overheid in beslag genomen. In Bussum zijn de kolen met Kerstmis gestolen. Een oervorm van leengeld werd onder invloed van de kou ingesteld in Bussum, Hilversum en Weesp: leners wordt verzocht om bij ieder bezoek aan bibliotheek of leeszaal een blokje hout mee te brengen. In Winschoten had men een klant die tweemaal per dag een warme kruik kwam bezorgen.

De duisternis noodzaakte tot sluiting aan het einde van de middag, ook al werden op veel plaatsen de kasten zo dicht mogelijk bij het raam gezet. In Delft werd de uitleenbalie 'radicaal doormidden gezaagd' en gedeeltelijk verplaatst. In de leeszaal van Utrecht moesten lezers zelf een lucifer meebrengen om het leeskaarsje aan te steken. Veendam, waar het in de leeszaal warm was dank zij een grote voorraad turf, meldt 'langdurige oogaandoeningen' bij het personeel.

Van de vele manieren waarop boeken verloren gingen, is die door diefstal de merkwaardigste. Breda spreekt zelfs van een 'ongekende oneerlijkheid van de lezers', Haarlem over 'het plunderrapaille'. Als in Voorburg de duisternis aanleiding geeft tot diefstal, worden ook daar de kasten naar de ramen verplaatst. In Apeldoorn zit het weer anders: 'Er bleek door de NSB-directie en het haar ondergeschikte personeel veel van de kostbaarste boeken verkwanseld voor voedsel.' In Bussum is een encyclopedie gestolen, een Winkler Prins.

Hoe geconditioneerd ben ik? Ik kon het allemaal wel begrijpen, die oneerlijke lezers, die jatters, zelfs die inbrekers. Nood breekt wetten. Wat moest je anders dan lezen? Pas toen ik de brief las, gericht aan meneer pastoor, drong het tot me door. Die Oosthoek, die Winkler Prins, die kunstboeken, dat zijn natuurlijk allemaal lekker dikke boeken. Die zijn niet om te lezen.

En toch zegt Greve het nergens, al zal hij het best geweten hebben. Het is weer avond en het is weer ongemeen koud. Het kind ligt te kleumen in de wieg. Dan wordt wat oud papier te voorschijn gehaald, en met een overgespaarde lucifer wordt daar de brand in gestoken. En als het lekker vlamt, neemt vader deel 15 van de Winkler Prins in de hand - van Sirocco tot Utopia - en houdt die boven het vuur.

Ed Schilders

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.