Column

Decentrale Jeugdzorg is de wereld op zijn kop

Het beleid van de geplaagde staatssecretaris Van Rijn, die zich ook al ternauwernood staande hield in de pgbcrisis, ontspoort opnieuw.

Staatssecretaris Martin van Rijn. Beeld anp

De decentralisatie in de Jeugdzorg heeft voor achttien miljoen meer aan bureaucratie opgeleverd. De ellende van de gemeentelijke bureaucratie rond de jeugdwet en de wmo komt op het bord van deels dezelfde groep die het ook al stevig bij het pgb-debacle voor de kiezen kreeg: zwaar belaste ouders van kinderen met een verstandelijke of psychiatrische beperking. Maar gaat vooral ten koste van kwetsbare, zorgbehoevende kinderen zelf.

Als je toevallig een kind met een beperking hebt, is dit geen nieuws. Sinds ik voor mijn zoontje zorgbehoevend ben, heeft zich een wondere wereld ontvouwd van zorgbureaucratie waar logica en gezond verstand snel verdwaald raken in de muffe spelonken van een monstrueus gangenstelsel vol kastjes en muren. Een kind met een beperking hebben is niet alleen tijdrovend vanwege de intensieve zorg, maar ook vanwege de eindeloze papierwinkel die met het regelen van een pgb, passend onderwijs of zorg gepaard gaat. Je streeft naar balans en doelmatigheid maar voor je het weet heb je een boekenplank vol ordners zorgadministratie en eens per twee weken een keukentafel 'vergadering' met het wijkteam.

Bureaucratie waarvan je soms de indruk krijgt dat het bedoeld is je zo radeloos te maken dat je op een gegeven moment poogt je zorgvraag maar op een andere manier op te lossen, hoe betrokken en actief het gemeentelijk wijkteam ook aan je kant staat. Participatiesamenleving, nietwaar.

Gevolg van de bureaucratie: Wachtlijsten bij gespecialiseerde instellingen. Papieren rompslomp die zorginstellingen tot zeer kostbare administratie noopt. Jeugdzorginstelling Karakter rekende uit dat met het geld voor zeven boekhouders - 1,2 miljoen- dit jaar ook tweehonderd kinderen hadden kunnen worden behandeld die nu nog op wachtlijsten staan. Tweehonderd kinderen, die in een wanhopige situatie kunnen verkeren. Voor wie acute hulp noodzakelijk kan zijn. Absurd en schandalig.

Maar geen wonder. Vrijwel elke gemeente heeft nu zijn eigen declaratiesysteem met eigen formulieren. Had niemand van tevoren kunnen bedenken dat dit tot een klein bureaucratisch inferno zou kunnen leiden? Het gedecentraliseerde model dat vorig jaar werd ingevoerd is gebaseerd op het Deense jeugdzorgsysteem. Het idee, zorg dichtbij het gezin, is goed, maar ook Deense sociaal werkers beklaagden zich over de ongebreidelde bureaucratie. De transitie Jeugdzorg ging daarnaast gepaard met een forse bezuiniging op de sector van 15 procent.

Het is de wereld op zijn kop. Niet de zorg die een kind nodig heeft is bepalend voor wanneer en welke behandeling het krijgt, maar de gemeente waarin het woont bepaalt hoe er behandeld wordt en zelfs of er behandeld wordt. De overheid moet gelijke gevallen gelijk behandelen, maar zou u in een gemeente tien minuten verderop wonen, dan ontvangt u misschien betere zorg voor uw kind. De ene gemeente doet de inkoop van de zorg nu immers anders dan de andere. Of voert een wellicht voortvarender zorgvraag ontmoedigingsbeleid. Zo meldden gemeenten in West Brabant deze week verheugd dat er maar liefst 36 miljoen budget over was uit hun Haagse budget voor jeugdzorg en WMO. Een fijne meevaller voor andere gemeentelijke potjes. Overigens klaagde een moeder van een autistisch kind, dat al driekwart jaar niet meer naar school gaat, de gemeente Breda aan voor het onthouden en traineren van zorg. Zorg die ze wel kreeg toen de gemeente nog niet verantwoordelijk was voor de jeugdzorg.

Martin van Rijn ziet de urgentie van het probleem, rept van 'regeldruksessies' maar moet forser ingrijpen. Uniforme, landelijk aangestuurde subsidievoorschriften en formulieren zijn bestuurlijk beschouwd wellicht een forse stap terug in het ingezette beleid maar de enige manier om de huidige impasse te doorbreken. Voorzitter Hans Spigt van Jeugdzorg Nederland bepleit het dringend invoeren van landelijke regels zodat de contractbesprekingen voor 2017 een minder grillig beeld laten zien. VNG en de branches zijn het inhoudelijk eens over de te gebruiken standaarden, het is aan de Rijksoverheid om die nu af te dwingen.

De ellende van bureaucratie is dat de vuistregel is: Eerst regels, dan mensen. Ook als dat kinderen met een beperking zijn. Regels moeten er uiteraard zijn maar alleen om kwetsbare kinderen zoveel mogelijk te beschermen en naar optimale zorg toe te leiden. Als ze kinderen schaden, moeten ze gewoon worden geschrapt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.