Decennialang kleine stapjes vooruit

Een keerpunt in de strijd tegen kanker. Zo omschreef het prestigieuze vakblad Science gisteren het onderzoek dat het uitriep tot dé wetenschappelijke doorbraak van 2013. Het gaat om een therapie die in geval van kanker ons immuunsysteem een zodanige schop onder zijn spreekwoordelijke hol geeft dat deze eigenhandig de tumor gaat opruimen.


De blijde verwachting stroomt van de pagina's van de doorbraakbijlage van Science. 'In het veld gonst het van de verhalen over verlengde levens: de vrouw die vanwege een melanoom een longtumor had zo groot als een grapefruit, en die na dertien jaar nog steeds leeft en gezond is; de 6-jarige die bijna gestorven was aan leukemie en nu in groep-7 zit, de kanker in remissie.'


Maar voordat we de fles kerstpakketwijn opentrekken en ons collectief overgeven aan een oh-de-wereld-is-mooi-met-lichtjes-en-drank-en-straks-ook-nog-zonder-kanker-kerstgevoel, moet me iets van het hart. Want hoe fraai dit soort wetenschapsnieuws ook is, dit is geen doorbraak. Er heeft geen revolutie plaatsgevonden. Het jaar 2013 was niet het jaar dat een kankeronderzoeker al eureka-roepend uit bad sprong en zich met nog vochtige haren naar zijn lab haastte om daar alle rondslingerende proefdieren van nare tumoren te genezen.


Zoals Martijn van Calmthout vandaag elders in de krant schrijft: het verhaal van deze immuuntherapie tegen kanker begint eigenlijk in de jaren tachtig. Terwijl ik in 1987 op school leerde hoe je luciferdoosjes kunt versieren met wasco en ecoline, werd er een molecuul genaamd CTLA-4 ontdekt. Het duurde negen jaar - ik had inmiddels een beugel en een haat-liefdeverhouding met de stelling van Pythagoras - voordat onderzoekers meldden dat antilichamen tegen dit molecuul muizen van hun tumoren af konden helpen. Pas in 2011 - het jaar dat mijn oudste dochter zich op de kleuterschool ging storten op die luciferdoosjes - werd bekend dat ook mensen geholpen konden worden door anti-CTLA-4. Zij leefden er gemiddeld vier maand langer door.


Dit jaar bleek 22 procent van een groep van 1.800 melanoompatiënten die dit middel kregen na drie jaar nog te leven. Dat is de doorbraak in kwestie, en goed nieuws - een stevige slok kerstpakketwijn is beslist op zijn plaats -, maar we zijn nog lang niet klaar. Het is bijvoorbeeld niet uitgesloten dat er nog eens een decennium overheen gaat voordat dit anti-CTLA-4 in de dagelijkse praktijk wordt ingevoerd. Voordat het gebruik van dit middel wijdverbreid is en er zoveel grote studies naar zijn gedaan dat er zinvolle meta-analyses kunnen worden gedaan die echt iets zekers kunnen zeggen over de werkzaamheid, kan ik oma zijn.


Zo'n tijdsspanne is niet abnormaal. Wetenschappelijke vooruitgang is decennialang kleine stapjes maken. En in de tussentijd kan er van alles gebeuren. Volgens hoogleraar epidemiologie John Ioannidis blijken de claims die onderzoekers publiceren vaker onwaar dan correct. Dat maakt schrijven over zo'n tussenstapsclaim nogal riskant. En een doorbraak uitroepen helemaal.


Onderzoeker Daniel Lakens betoogt in het maandblad De Psycholoog dan ook dat journalisten maar beter kunnen ophouden met hun veelvuldig schrijven over deze tussenstapjes. 'Echte wetenschap heeft zelden een persmomentje', schrijft hij. En: 'Sommige van de meest spraakmakende onderzoeken zullen misschien heel snel complete onzin blijken te zijn, maar een leuk artikeltje erover wordt wel veel gelezen.'


Dat vertekent het beeld van wat wetenschap is: wat niet zelden een proces van generaties is, verwordt tot een nieuwtje met een halfwaardetijd van één dag. Lakens zou liever zien dat journalisten het wetenschapsnieuws laten voor wat het is, en zich richten op die veel informatievere meta-analyses. 'Soms moeten journalisten simpelweg meer geduld betrachten.'


Ter verdediging van mijn collega-wetenschapsjournalisten: dat nieuws heeft wel een functie. Al was het maar omdat Neerlands volk moet weten wat die academische knakkers allemaal uitspoken van hun belastinggeld. Het werkelijke probleem, en dat erkent Lakens ook, is dat de gemiddelde lezer maar weinig idee heeft van hoe die ene spannende nieuwswaardige doorbraak zich qua voorlopigheid en korreltjes zout verhoudt tot het wetenschappelijk proces.


Deze krant maakte een goede start door hierover te schrijven in de rubriek Ware Wetenschap. Het zou ook helpen als scholen hier wat minder minimalistisch over zouden onderwijzen. Tot die tijd adviseer ik lezers om bij elke wetenschapsdoorbraak in gedachten een disclaimer te plaatsen: in het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst.


ASHA TEN BROEKE is wetenschapsjournalist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden