Debuutdromen

Wie als schrijver wil debuteren, moet blijk geven van 'innerlijke noodzaak', wie een plaatje wil maken, doet er goed aan te streven naar mainstream....

De ene kant van dit verhaal is Niels 't Hooft, die op een maandagmorgen achterop de fiets van zijn literair agent klom en er 's middags weer van af kwam in de wetenschap dat zijn eerste boek volgend jaar zal verschijnen.

De andere kant van dit verhaal zijn zestigduizend landgenoten (een schatting van de Stichting Schrijven) die een roman of een novelle in hun bureaula hebben liggen en voor wie de literair agent waarschijnlijk nimmer in de remmen zal knijpen. Stel je voor: een Kuip vol aspirant-auteurs.

Uitgeverij Cossée kreeg dit jaar al tweehonderd manuscripten ongevraagd toegezonden, en dan is Cossée nog een kleintje. Toen Wil Hansen nog in dienst was als redacteur bij Meulenhoff kwamen er jaarlijks wel zeshonderd manuscripten onder zijn ogen.

Duizenden willen gelezen worden, slechts tientallen zien die wens in vervulling gaan. Nauwkeurig cijfermateriaal ontbreekt, maar de Marten Toonder/Geertjan Lubberhuizenprijs (bekroning van het beste prozadebuut) wordt zelden door meer dan veertig inzendingen betwist.

Al die ongevraagde manuscripten belanden op stapels die in het jargon slush piles worden genoemd. Piles is het Engelse woord voor stapels, de betekenis van slush varieert van brij tot leuterpraat. Maar de uitgever die het hele zwikkie in één keer wegmietert, zal nooit meer rustig slapen. Als de redactie van De Arbeiderspers dat dertig jaar geleden had gedaan, was F.B. Hotz misschien wel voor altijd onopgemerkt gebleven.

De overdaad was voor Wil Hansen vorig jaar reden om met twee collega's zijn eigen uitgeverij te beginnen. Een verantwoorde uitgave is voor hem het resultaat van goed samenspel tussen schrijver en redacteur. Daarvoor ontbrak de tijd bij Meulenhoff.

Wat heeft Hansen gedaan met de tweehonderd manuscripten die op de deurmat van Cossée ploften? Elk manuscript krijgt van hem tien bladzijden de kans zich te bewijzen. 'Als het boeiend blijft, pik ik er daarna nog wat passages uit en blijft het me interesseren, dan leg ik het weg voor een tweede lezing.'

Per saldo moeten van die tweehonderd manuscripten er nog zestig worden gelezen en zijn er 25 door naar de tweede ronde. Eén manuscript acht Hansen uitgeefbaar. 'Maar het zal een heel ander boek worden dan oorspronkelijk was opgeschreven.' Hij heeft door schade en schande geleerd ongenadig te zijn in zijn oordeel. 'Als je je eufemistisch uitdrukt, krijg je een halve bewerking. Schrijvers zijn geneigd je bezwaren te verzachten.'

De regel is dat geen enkele debutant een kant-en-klaar boek aflevert, en de uitzondering op die regel was Erwin Mortier. Zijn debuut is min of meer een toevalstreffer geweest. Mortiers naam viel in een gesprek dat Hansen had met een redactrice van het Vlaamse dagblad De Morgen. Ze had net het vermoeden uitgesproken dat deze parttime-medewerker van de krant literaire ambities had toen haar mobiele telefoon rinkelde. Erwin Mortier meldde zich en de telefoon verhuisde naar het oor van Wil Hansen.

Zo helpt het toeval wel vaker een handje. Querido-uitgever Reinold Kuipers ging in de jaren zestig eens een hapje eten bij Scheltema, etablissement te Amsterdam. Kuipers belandde aan tafel bij twee dames. De één bleek te dichten, de ander werkte aan een roman. Bij het afrekenen zei de uitgever dat hij te zijner tijd graag iets zou ontvangen, en dat deed hij. De gedichten vonden geen genade in zijn ogen, maar de roman verscheen in 1965 onder de titel Een tevreden lach. Andreas Burnier zou een bekend schrijfster worden.

Mortiers proeve van bekwaamheid las Hansen op een vliegreis naar Indonesië; bij aankomst legde hij meteen telefonisch contact.

In 1999 verscheen Marcel, waarvoor nauwelijks samenspel met de redacteur nodig was. Structureel en stilistisch toonde Mortier zich al een meester, slechts in zijn beeldspraak moest hij worden afgeremd.

Marcel was een instant-succes. Dankzij de lovende recensies werden er zestienduizend exemplaren van verkocht. Van Mortiers derde roman, Sluitertijd, deze zomer verschenen bij Cossée, gingen er al twintigduizend over de toonbank.

Van World of Hurt, het debuut van zangeres Ilse Delange, zijn een half miljoen exemplaren verkocht. Maar populaire muziek is dan ook heel andere koek. In deze sector van de cultuur geldt het primaat van de markt, en dan wint de mainstream het al gauw van de credibility. Toch is het verhaal in wezen hetzelfde: menigeen klopt op de deur van de platenbaas, een enkeling mag binnenkomen.

Menno Timmerman, artist & repertoire manager van Warner Brothers, heeft voor demo's een kartonnen doos naast zijn bureau staan. Op zo'n demo toont de aspirant-artiest zijn of haar kunnen. Soms zijn het nog cassettebandjes, maar meestal cd's of minidiscs. Het gemiddeld aantal demo's ligt tussen de vijf en tien exemplaren per week.

Achter het bureau van Timmerman staat een muziekinstallatie waarin al die eerste pogingen passen. Tijdens het luisteren, vertrouwt hij aan zijn computer het eerste oordeel toe. 'Hoe langer het commentaar, des te interessanter de muziek.'

Menno Timmerman hanteert als voornaamste criterium eigen identiteit. Velen kunnen zingen, weinigen zijn zanger. Collega Henkjan Smits: 'Als ik één keer per jaar iets in de markt zet, ben ik spekkoper.'

Voor de zekerheid bewaart Timmerman al zijn commentaren, want je weet nooit. Straks blijkt hij de nieuwe Beatles over het hoofd te hebben gezien. Tot nu toe is alleen de groep Racoon hem min of meer ontglipt. 'Ik was nog met ze bezig toen Sony een contract bood.' Maar dat heeft tot op heden nog niet tot een glanzende loopbaan geleid.

Sommige inzendingen vindt Timmerman schaamteloos slecht. Die bewaart hij voor het nageslacht op een verzamelbandje. Terwijl de A & R manager van Warner Brothers verse koffie haalt, zingt ene James Patrick waarschijnlijk over de liefde.

Menno Timmerman hoorde Ilse DeLange acht jaar geleden op een country-festival voor de eerste keer zingen en viel naar eigen zeggen van zijn stoel. Wat een drive. Wat een stem. 'De droom van iedere A & R-manager.'

Maar het moest nog vier jaar duren voordat die stem en die drive in de huiskamer klonken. Timmerman formeerde een band rond DeLange om te kijken hoe ze daarin functioneerde. Hij haalde haar er vervolgens weer uit omdat de band DeLanges ontwikkeling stagneerde.

Ilse DeLange wilde het maken met eigentijds country-repertoire, een genre dat destijds nauwelijks werd beluisterd in Nederland. Maar voor Timmerman gaat kwaliteit voor trend; hij werd er met het onwaarschijnlijke succes van World of Hurt ruimschoots voor beloond.

Maar de gehoopte sprong naar Nashville werd niet gemaakt. Ilse DeLange wilde steeds meer de kant op van popzangeres en werd daarmee een ongewenst persoon in het country-mekka. Volgens Timmerman liep ze te hard van stapel en haar tweede cd, Livin' On Love, is volgens hem het rommelige resultaat van die turbulente periode. Maar nu knalt uit zijn luidsprekers een nummer dat in maart op de derde cd van Ilse DeLange zal prijken. Daarmee wordt in artistieke zin weer vooruitgang geboekt. Het heeft zo moeten gaan, denkt Timmerman achteraf. 'Als ik Ilse destijds op een of andere manier had gedwongen, was ze er alleen maar ongelukkig van geworden en was het effect waarschijnlijk averechts geweest.'

That's what A & R is all about, zegt Henkjan Smits als het gaat over 'het brengen van artiesten'. Met Total Touch, Kane, Volumia! en Herman Brood in de rebound heeft Smits zo'n staat van dienst opgebouwd dat hij nu als freelancer kan opereren.

Smits is voorzitter van de jury van Idols, een muzikale talentenjacht waarvoor 7626 kandidaten zich hebben opgegeven. Smits verklaart het grote succes van dit tv-programma uit een vorm van ramptoerisme. Nu zijn er zijn nog 94 kandidaten over, en steeds meer zal Idols echt om muzikaliteit gaan. In de finale staan twee kandidaten; van beiden wordt vooraf al een single worden opgenomen, want de commerciële verwachtingen zijn hooggespannen.

'Wij zijn het vijfde land dat de formule van Idols heeft overgenomen. En overal, of het nu Polen of Zuid-Afrika was, heeft de single-verkoop een enorme boom beleefd.'

Henkjan Smits ziet talent graag uitgedrukt in klinkende verkoopcijfers. 'Er zijn twee Henkjannen. Eentje die van bepaalde muziek houdt en eentje die er geld mee wil verdienen. Als ik mensen afwijs, krijg ik vaak te horen: je vond het toch goed? Ja, dat vond ik ook, maar daar gaat het niet om.'

Met de opmerking van Wil Hansen dat boeken 'een innerlijke noodzaak' moeten hebben, kan Smits weinig. Voor hem is kwaliteit ook een voorwaarde, maar die moet wel marktgericht zijn. Geen mens zit te wachten op innerlijke noodzaak.

Volumia! was een coverbandje dat Smits heeft gevormd om het gat tussen De Dijk en Marco Borsato op te vullen. En Kane was alleen interessant omdat de zanger zo'n charismatische persoonlijkheid is. Hij heeft de muzikanten van Kane ingeprent dat het fijn is als collega's je respecteren, maar dat het nog fijner is als ze jaloers zijn. En dus moet credibility soms wijken voor mainstream.

Niels 't Hooft is 22 jaar en zijn manuscript van Toiletten belandde op de slush piles van drie uitgeverijen. Totdat literair agent Paul Sebes zich ermee bemoeide. 'Ik ken al die mensen van de uitgeverijen, en dat scheelt.'

In de muziekwereld doen veel debutanten al een beroep op professionele hulp, maar in de boekenbranche wachten de meesten nog gelaten Het Oordeel af. Sommige uitgevers vrezen dat de inmenging van literaire agenten leidt tot boeken die de innerlijke noodzaak missen. Ze zijn bang dat geld een drijfveer wordt. Maar Paul Sebes vindt dat onzin. 'Het gaat me alleen maar om mensen die willen publiceren, en die help ik een handje. We doen één redactieronde en daarna gaan we submitten.'

Trouwens, de uitgeverijen zijn ook gebaat bij zijn inmenging. 'Ik doe het alleen als ik het knettergoed vind en dat weten ze.' Zo wist Sebes vijf uitgevers enthousiast te maken voor een boek over de Elfstedentocht van 1956, geschreven door journalist Dirk Vellinga. 'Nou, dan organiseer je dus een soort veiling.' De Arbeiderspers was de gelukkige.

Ook Toiletten viel bij meer uitgevers in de smaak, maar Niels 't Hooft zal volgend jaar debuteren onder de vlag van Querido. 'En als ik ooit een groot schrijver word, kan ik zeggen dat het allemaal is begonnen op een bagagedrager.'

Geraadpleegde literatuur: 'Literaire smaakmakers' van Ed van Eeden (Bijenkorf) en 'Mijn eerste boek' van Kees de Bakker (Conserve).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden