Deadline zit Obama het meest dwars

Je kunt een manmoedige poging doen alle 91 duizend en nog wat WikiLeaks-documen-ten door te vlooien. Je kunt het handboek voor counterinsurgency van generaal David Petraeus nogmaals doornemen....

Paul Brill

De opwinding rond de uitgelekte documenten heeft nog eens de fragiliteit geëtaleerd die een westerse militaire expeditie bijna per definitie eigen is. Westerse democratieën staan voor transparantie, meningsvrijheid, verantwoordingsplicht van autoriteiten, gereglementeerd gebruik van geweld. Waarden die de democratie sterk maken, maar die soms moeilijk zijn te verenigen met oorlogvoering tegen een vijand die dergelijke ‘scrupules’ in ‘t geheel niet kent. Elke misstap, elke tegenslag knaagt aan het draagvlak voor een militaire operatie, zeker als deze zich al een tijd voortsleept en een succesvolle afronding niet in zicht is. Want ook dat is een kenmerk van westerse democratieën: gebrek aan lange adem.

Wie de afgelopen jaren de berichtgeving in serieuze media redelijk heeft gevolgd, zal niet echt hebben opgekeken van het beeld dat opstijgt uit de door WikiLeaks verspreide documenten. Ze bevatten saillante, soms verontrustende details, maar schetsen een weerbarstige werkelijkheid die, met dank aan nijvere verslaggevers en eerzame zegslieden binnen en buiten de NAVO, genoegzaam bekend is.

Kenmerkend is de kop in The New York Times – een van de drie bladen die WikiLeaks voorkennis gaf – boven het artikel over de banden tussen de Taliban en de ISI, de Pakistaanse geheime dienst. ‘Pakistaanse steun voor opstand in Afghanistan’, luidde die kop. Juist voor de vaste lezer van de NYT, die bij monde van een verslaggever ter plaatse de ISI al bijna een jaar geleden beschreef als ‘de instantie die meer dan een decennium fungeert als frequente weldoener van de Taliban’, vormt dat dus geen nieuws.

De angel van de documenten zit ‘m in de kwantiteit, in het rumoer dat de openbaarmaking van zoveel (semi-)vertrouwelijk materiaal onwillekeurig teweegbrengt (en in de onthulling van allerlei namen die vanaf nu op de hitlijst van de Taliban kunnen staan – maar dat is een verhaal apart). Met een spectaculaire klap brengt al dat materiaal nog eens onder de aandacht hoe veel er mis gaat in Afghanistan en hoe zeer er door de Amerikanen en de NAVO vuile handen worden gemaakt.

Hier doet zich bij uitstek de ongelijksoortigheid van de kritische aandacht gelden. Er vallen onder de Afghaanse burgerbevolking aanzienlijk meer slachtoffers door toedoen van de Taliban dan vanwege NAVO-acties. Wraakoefening is vast onderdeel van het repertoire van de opstandelingen. Vorige maand werd in de provincie Helmand een 7-jarige jongen door hen opgehangen omdat hij een karweitje zou hebben gedaan voor de NAVO-troepenmacht. In Afghaanse klinieken melden zich geregeld kinderen met afgerukte handen of armen als gevolg van ongelukken met bermbommen die zij in opdracht van de Taliban moeten plaatsen.

Dit alles wordt door de Taliban niet gedocumenteerd, en er is geen Afghaanse instantie die dit met een coup de force in de openbaarheid brengt. En dus is er ook geen enkele remming bij de Jan Pronken van deze wereld om nog eens op te roepen tot onderhandelingen met de Taliban, ofschoon de harde kern van de beweging al vele malen heeft laten weten daarin niet geïnteresseerd te zijn zolang er buitenlandse troepen in Afghanistan zijn.

De bittere ironie is dat bijna iedereen in het Witte Huis en het NAVO-hoofdkwartier een gat in de lucht zou springen als de leiding van de Taliban zich wel bereid zou tonen tot onderhandelingen over een vorm van machtsdeling. Want alom wordt beseft dat een beslissende militaire overwinning onhaalbaar is en dat de missie er uiteindelijk om draait een politieke oplossing af te dwingen die zo breed mogelijk – dus ook door delen van de Taliban – wordt gedragen, maar die verzekert dat Afghanistan niet weer een broeinest van fundamentalisme en terrorisme wordt.

Is dit nog een wenkend perspectief? Ik durf er m’n hand niet voor in het vuur te steken. De Taliban denken kennelijk dat de bal vanzelf hun kant op rolt. De onzekerheid in Afghanistan is groot. Maar die wordt niet veroorzaakt doordat het de NAVO ontbreekt aan slagkracht en successen, maar vooral door het toenemende gevoel dat de missie bezig is aan haar zwanenzang. Een gevoel dat alles heeft te maken met de deadline van medio 2011 voor de Amerikaanse surge, die is opgevat als het begin van een algeheel einde. Die indruk kan alleen worden weggenomen als president Obama glashelder maakt dat een exitstrategie pas ingaat als de war of necessity (zijn term) voorbij is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden