Reportage

De zwarte inwoners van Evanston krijgen herstelbetalingen, maar daarmee is het onrecht nog lang niet bestreden

Zwarte Amerikanen hebben er decennia op gewacht: herstelbetalingen. In Evanston bij Chicago gaat het gebeuren. Een nationale primeur, maar hoeveel heeft Black Lives Matter werkelijk veranderd?

De kapperszaak van Gigi Giles (rechts), Ebony Barbershop, bestaat al meer dan een halve eeuw en vormt het hart van de buurt.	 Beeld Sarah Hoskins
De kapperszaak van Gigi Giles (rechts), Ebony Barbershop, bestaat al meer dan een halve eeuw en vormt het hart van de buurt.Beeld Sarah Hoskins

Het onrecht is niet meteen zichtbaar in het voormalige zwarte getto van Evanston. Vrijstaande huisjes met paardenbloemen op de gazons. Black Lives Matter-bordjes in het gras. Oude kastanjes langs hobbelige stoepen. Boven een schutting een basketbalnetje. Alleen in Jackson Street, het oude domein van de bendes, zijn huizen dichtgetimmerd en staat een commandobus van de politie geparkeerd. Een bordje bij het buurtcentrum verzoekt drugs en wapens thuis te laten. Maar ook hier is het rustig.

Dit is de buurt waar de geschiedenis van Amerika moet worden rechtgezet. Of althans, een heel klein beetje minder scheef moet komen te staan. Hier, in de Fifth Ward van dit voorstadje van Chicago, gaat iets gebeuren waar zwarte Amerikanen al decennia op wachten: er komt een vorm van smartegeld voor het achtereenvolgende leed van slavernij, apartheid en alle discriminatie die daaruit voortvloeide.

Het nieuws van deze nationale primeur kwam op 22 maart: er was een eerste pot van 400 duizend dollar vrijgemaakt voor deze zogeheten herstelbetalingen. Ze zijn niet gekoppeld aan het slavernijverleden, maar aan het racistische huisvestingsbeleid van de afgelopen eeuw in de stad zelf. Alle zwarte inwoners van Evanston die persoonlijk of via hun ouders te lijden hebben gehad onder de discriminerende regels die tussen 1919 en 1969 in het stadje golden, komen in aanmerking voor beurzen van 25 duizend dollar, te besteden aan woningaankoop of een verbouwing.

Historisch, zo zeiden activisten. Het plan leek met de veroordeling van Derek Chauvin een maand later een voorlopige culminatie van het groeiende bewustzijn van de raciale ongelijkheid in de Verenigde Staten. Ruim de helft van de Amerikanen schonk na de moord op George Floyd meer aandacht aan dat probleem vergeleken met een jaar eerder, bleek uit een peiling van Pew. Voor een groeiend aantal wordt bovendien steeds duidelijker dat het politiegeweld tegen zwarte Amerikanen een symptoom is van veel dieperliggende oorzaken. ‘Zes jaar geleden gebruikte niemand de term systemisch racisme, behalve wij in activistische en academische kringen’, zei schrijver Brittany Packnett Cunningham tegen The Atlantic. ‘Nu ligt het op ieders lippen, van bestuursvoorzitters tot oma’s op straat.’

Tegelijkertijd is dat groeiende bewustzijn niet bij iedereen te bespeuren. ‘Amerika is geen racistisch land’, zei de Republikeinse senator Tim Scott vorige maand in een toespraak die het conservatieve antwoord was op de speech van president Joe Biden voor het Congres. Scott, zelf zwart, beweerde dat het verwijt van discriminatie te vaak onheus wordt gebruikt. ‘Het is verkeerd om ons pijnlijke verleden te gebruiken in discussies over het heden.’

Dus is nu de vraag: hoe groot is de vooruitgang werkelijk?

Ondernemer en ­activist Robin Rue Simmons is het brein achter de herstel­betalingen. Beeld Sarah Hoskins
Ondernemer en ­activist Robin Rue Simmons is het brein achter de herstel­betalingen.Beeld Sarah Hoskins

Groeiende verschillen

Robin Rue Simmons woont zelf in de Fifth Ward – ze is er geboren en getogen, vertrokken en teruggekeerd. In de tuin van de 45-jarige activist en ondernemer staat de boodschap luid en duidelijk op een bordje geschreven: ‘Herstelbetalingen nu! Dan winnen we allemaal!’ Aan de gevel van haar houten huis hangt de rood-zwart-groene vlag van de zwarte bevrijdingsbeweging. Binnen hangen foto’s van haar twee kinderen en schilderijen met Afrikaanse marktscènes, en op een salontafeltje ligt een boek met de titel Post Traumatic Slave Syndrome, opengeslagen op een grote stapel.

Simmons, die wethouder werd om het lot van haar gemeenschap te verbeteren, is het brein achter de herstelbetalingen. Toen ze hier opgroeide – haar wereld bestond uit een paar huizenblokken, begrensd door een rioleringskanaal, een spoorlijn en een drukke straat, een driehoekig gebied waar de stad in de 20ste eeuw de uit het zuiden toestromende zwarte migranten had gepropt – beschouwde ze de armoede nog als een gegeven. Later, toen ze de witte wijken zag, begon ze die armoede te zien als een product van racisme. ‘De ongelijkheid tussen zwart en wit is geen toeval en geen gevolg van individueel falen’, zegt ze. ‘De ongelijkheid is het gevolg van opzettelijke ingrepen in de maatschappij, die we alleen met opzettelijke ingrepen kunnen repareren.’

Ze noemt twee getallen. 46 duizend dollar: het verschil in inkomen tussen zwarte en witte gezinnen in Evanston. 13 jaar: het verschil in levensverwachting tussen zwarte en witte inwoners van Evanston. ‘Dat is allemaal het gevolg van de historische maatregelen’, zegt ze. ‘Toen ik de data bestudeerde, zag ik dat de verschillen niet kleiner worden maar juist groter. Het zwarte woningbezit is lager dan in de jaren zestig, toen de Fair Housing Act werd aangenomen. Het vermogensverschil groeit. We moesten iets doen.’

Een onderzoek van lokale historici leidde tot een nauwgezette reconstructie van de zwarte achterstand. Evanston was begin vorige eeuw een welvarend stadje van witte forenzen die in Chicago hun brood verdienden. Toen er vanaf 1910 veel migranten op het stadje afkwamen (onderdeel van de Grote Trek van zwarte Amerikanen, op de vlucht voor het racisme en de armoede in het gesegregeerde Zuiden) werden die niet geweerd: de witte inwoners konden de zwarte nieuwkomers wel gebruiken als bedienden.

Maar zwarte buren wilden ze niet en dus werd informeel een gebied aangewezen waar de migranten wél mochten wonen. Buiten die driehoek gaven banken aan zwarten geen leningen, verhuurden huiseigenaren geen woningen en veranderde de gemeente bestemmingsplannen om zwarte bewoners weg te krijgen. Wanneer zij tóch met eigen geld probeerden een huis te kopen buiten het toegewezen gebied, was er altijd nog de West Side Home Improvement Association, met het expliciete doel ‘de buurt te behouden als plek voor witte mensen’. Als een zwarte gegadigde zich meldde bij de makelaar, kaapte de witte buurtvereniging het huis in kwestie voor zijn neus weg. Wat resteerde was de Fifth Ward: overvol, duur, daardoor arm, met slechte scholen, weinig winkels, veel criminaliteit.

Deze praktijken van redlining (specifieke wijken voor zwarte Amerikanen) en racistische convenanten (geen zwarte huurders toegestaan) waren niet uniek voor Evanston. Vrijwel alle noordelijke ‘bestemmingssteden’ wisten zo de zwarte migranten uit het zuiden van de witte inwoners te scheiden.

‘De segregatie op zichzelf was niet het enige probleem’, zegt Simmons. ‘Het probleem was vooral dat we daardoor werden gescheiden van kapitaal, voorzieningen, mogelijkheden.’

Nieuwe, witte buurtbewoners laten huizen in de Fifth Ward volledig her­bouwen.  Beeld Sarah Hoskins
Nieuwe, witte buurtbewoners laten huizen in de Fifth Ward volledig her­bouwen.Beeld Sarah Hoskins

Hoognodig

‘We hadden nooit dezelfde middelen als de witte mensen’, zegt Alisa Pointer (61) op het trappetje voor haar huis. Haar ouders kwamen halverwege de vorige eeuw uit het zuiden – vader uit Georgia, moeder uit Kentucky – naar het noorden en vestigden zich in Evanston. ‘Alles was altijd moeilijk. Mijn vader deed de basisschool en ging het leger in. We groeiden op om zo snel mogelijk te gaan werken, of te helpen in het huishouden. Onderwijs was een luxe. We hadden geen structuur, geen voorbeelden. En we wisten dat we het zouden afleggen tegen witte mensen.’

Om de hoek staat het gebouw waar ze naar school ging – het staat nu grotendeels leeg. Halverwege de jaren zeventig werd het onderwijs in Evanston ‘geïntegreerd’, zoals dat heet: zwart en wit werden gemixt. In de praktijk kwam dat neer op het busvervoer van zwarte leerlingen naar witte scholen; witte leerlingen werden niet naar Pointers zwarte school gedwongen. ‘Op de nieuwe school kregen we bijna geen aandacht’, zegt Pointer. ‘Ze zagen ons eigenlijk niet zitten. Je had geen idee wat er aan de hand was, maar zelfs als je slechte cijfers had, ging je gewoon over. En er was thuis niemand die ons kon helpen. Dus zo kwamen we van school en wisten we nog steeds niets.’

Die herstelbetalingen zijn hoognodig, zegt ze. ‘Geweldig programma. Had al veel eerder moeten gebeuren.’ Maar veel is het niet. ‘Ze geven het aan zestien mensen! Hoe bedoel je, zestien mensen? Ik snap het niet – het hele land krijgt hulp voor covid, hoe kan het dan dat ze hier zo zuinig zijn? Als je het doet, doe het dan goed.’

Een andere veelgehoorde klacht: waarom moet het geld in een huis worden geïnvesteerd? Waarom mag je niet zelf bepalen wat je ermee doet? ‘Zo dicteren ze nog steeds wat we doen’, zegt Joey Jenkins, een monteur bij een elektriciteitsmaatschappij, die daarnaast graag aan zijn tot straatracewagen omgebouwde Chevy Camaro sleutelt. ‘Het is bemoeizuchtig. Alsof we niet met geld om kunnen gaan.’

Simmons zegt dat voor het investeren in huizen is gekozen omdat de discriminatie waarvoor de gemeente verantwoordelijk is, ook om huizen draaide. En ze erkent dat het maar een begin is: er hebben wel duizend gezinnen belangstelling getoond voor het programma, dat ergens deze zomer echt van start moet gaan met aanmeldings- en selectieprocedures. ‘Er is dus meer belangstelling dan geld’, zegt ze. ‘Maar na die eerste 400 duizend dollar komt er meer: in totaal 10 miljoen in tien jaar. En we zien dat nu ook bedrijven en geloofsgemeenschappen gaan bijdragen aan het fonds.’ Een lokale bierbrouwer, Temperance, heeft bier op de markt gebracht waarvan de opbrengsten naar de herstelbetalingen gaan. Where I’m From, heet het bier – goedertierenheid en trots gaan vaak hand in hand. Tot dusver heeft het een paar duizend dollar opgeleverd.

Opvallend is dat de 10 miljoen van de gemeente wordt gefinancierd met een lokale belasting op marihuana, die sinds vorig jaar legaal is in de staat Illinois. Dat geld had nog geen andere bestemming en dus, zo beseft ook Simmons, vergen de herstelbetalingen nog geen écht offer van de (vooral witte) inwoners van haar stad. ‘We hoefden het geld niet ergens weg te halen. Zo bezien is dit programma nog niet echt getest.’ Grote vraag: zijn witte Amerikanen écht bereid offers te brengen voor hun zwarte stad- en landgenoten? ‘Dat moeten we nog zien.’

Schattingen voor een nationale schadevergoeding voor slachtoffers van de slavernij en al het onrecht dat daarna kwam, lopen uiteen van 10- tot 17 duizend miljard dollar – een bedrag dat het vermogensverschil tussen zwarte en witte Amerikanen, het meest meetbare effect van eeuwenlange discriminatie, zou moeten uitwissen. Een enorme som, die neerkomt op 30- à 50 duizend dollar per Amerikaan.

Desondanks is het na de moord op George Floyd serieus op de politieke agenda komen te staan. In april stemde een meerderheid van de juridische commissie van het Huis van Afgevaardigden voor HR40, een wetsvoorstel dat de installatie van een commissie bepleit die eventuele herstelbetalingen moet gaan onderzoeken. Het voorstel wordt al sinds 1989 jaarlijks door zwarte (Democratische) volksvertegenwoordigers ingediend, maar werd dus vorige maand, na dertig jaar vruchteloze pogingen, eindelijk goedgekeurd. Wel moet nu het volledige Huis van Afgevaardigden zich erover buigen, en daarna de Senaat, waar de Republikeinen waarschijnlijk zullen dwarsliggen. Maar dit is al een historische stap, zegt Simmons, die is gevraagd om als lid van de National African American Reparations Commission mee te denken en lobbyen voor een landelijk herstelbetalingsplan. ‘Er zijn 176 volksvertegenwoordigers die het voorstel steunen. We hebben een vicepresident die zich er vorig jaar als senator al hard voor heeft gemaakt. We hebben een president die het steunt. Dat is fantastisch.’

Effecten

De dood van Floyd heeft duidelijke politieke effecten gehad in Washington en de staten. Hoewel de naar hem vernoemde politiehervormingswet weinig kans van slagen heeft, omdat die de medewerking van tien Republikeinse senatoren vereist, hebben veel steden en staten wel soortgelijke maatregelen genomen. Sommige hebben de nekklem verboden, sommige de huiszoeking-zonder-kloppen, sommige hebben het dragen van lichaamscamera’s door politieagenten verplicht gesteld. De stad New York heeft als eerste de gedeeltelijke juridische immuniteit van politieagenten opgeheven. Daardoor kunnen die voortaan civiel worden vervolgd, waarna ze bij gebleken schuld schadevergoeding moeten betalen.

Maar er is ook een reactionaire reflex. Hoewel vlak na de dood van Floyd ook in Republikeinse kringen de sympathie voor Black Lives Matter groeide, begon die tijdens de zomer van protesten vorig jaar weer af te brokkelen. Republikeinse politici en conservatieve tv-presentatoren stelden demonstranten consequent gelijk aan plunderaars en relschoppers, en zetten Black Lives Matter op één lijn met hun antifascistische sympathisanten, om ze vervolgens allemaal tot terroristen te bombarderen. Voor de duidelijkheid.

(In Portland, waar de rellen nog altijd voortduren, smeken Black Lives Matter-activisten inmiddels de vooral witte antifa-radicalen op te houden met het geweld. ‘Succes vereist bedachtzame actie. Acties die noch de solidariteit bevorderen noch het doel duidelijk maken, terwijl ze het leven van de lokale zwarte gemeenschappen moeilijker maken, zijn onacceptabel.’)

De rechtse reactie bleef niet tot retoriek beperkt. Republikeinse politici hebben in tientallen staten wetsvoorstellen ingediend die zich juist richten tegen demonstranten. Sommige voorstellen zijn een poging om beurzen af te pakken van studenten die deelnemen aan protesten. Sommige maken iedereen in een menigte medeplichtig, als er ook maar een enkeling vernielingen aanricht. De staten Oklahoma en Florida hebben wetten goedgekeurd die juridische rugdekking geven aan automobilisten die op demonstranten inrijden.

Niet alleen via wetten hebben conservatieve Amerikanen de strijd aangebonden met het nieuwe raciale bewustzijn; het is ook een hernieuwd front in de cultuuroorlog geworden. Ze ageren tegen het 1619-project in het onderwijs (genoemd naar het jaar waarin de eerste slaven arriveerden op Noord-Amerikaanse bodem), ze ageren tegen de ‘kritische rassentheorie’, die systemisch racisme in de VS beschrijft, en ze ageren tegen ‘wokeness’ in het algemeen: het woord dat eigenlijk staat voor de bewustwording van zwarte Amerikanen, en dat voor conservatieven inmiddels is verworden tot een containerbegrip voor overdreven politieke correctheid.

‘Die bedrijven hebben gecapituleerd voor de woke hordes’, zei senator Rick Scott van Florida bijvoorbeeld in een aanval op Coca-Cola en Delta Airlines, die kritiek hadden op de Republikeinse maatregelen om het stemmen in Georgia moeilijker te maken (waar vooral zwarte Amerikanen last van hebben). En senator Tim Scott beweerde zelfs dat ‘woke suprematie even erg is als witte suprematie’. De degradatie van raciale misstanden tot een soort modegril heeft effect: van alle Republikeinse stemmers vindt slechts 17 procent dat het land meer moet doen om zwarte Amerikanen gelijke rechten te geven.

‘Dat is het land waarin we wonen’, zegt Simmons. ‘We weten wie we tegenover ons hebben.’

Huizen opkopen

Van de Democraten vindt 78 procent dat er meer moet gebeuren aan raciale gerechtigheid. Althans, in theorie. Maar in de praktijk? In Evanston, die progressieve voorstad van Chicago die dus zelfs herstelbetalingen gaat uitkeren, weet de zwarte bevolking het zo net nog niet.

‘We zaten hier op de stoep’, vertelt Gigi Giles van Ebony Barbershop, de meer dan een halve eeuw oude kapperszaak die zo’n beetje het hart vormt van de Fifth Ward. ‘Op de hoek aan de andere kant van de straat verkocht iemand Black Lives Matter-shirts. De klanten parkeerden even verderop in de straat. Normaal moet je dan langs ons, op de stoep, om op de hoek van de straat over te steken. Maar wat deden ze? Ze staken al over voordat ze bij ons waren. Ik zág ze aarzelen! Ze zagen ons en hielden afstand. En kochten vervolgens een BLM-shirt.’

‘Geven ze echt om ons?’, vraagt Simmons zich af. ‘Waarom is er nooit een nieuwe school gekomen? Waarom leven we hier in een voedselwoestenij, waar geen supermarkt te vinden is? Waarom kopen de witte mensen hier zo veel huizen, waardoor de prijzen oplopen en de belastingen stijgen en nog meer zwarte mensen moeten vertrekken?’

In Darrow Street, in de Fifth Ward, zie je wat de nieuwe eigenaars doen. Om het huis staat een hek met een papier erop: hier wordt een extra verdieping gebouwd en wordt van de tweegezinswoning een eengezinswoning gemaakt. Gevolg: een duurder huis voor minder mensen. De waardestijging heeft ook effect op de omliggende huizen: de onroerendgoedbelasting, al een van de hoogste in het land, zal verder stijgen. ‘Mijn neef woonde in een van die huizen’, zegt Giles. ‘Het huis was van onze familie. Maar hij had een belastingachterstand, de zaak was al onder de rechter. Mensen die dat weten kunnen die huizen vinden, dus iemand heeft het online opgezocht en gekocht. Die man heeft het gesloopt en er een nieuw huis neergezet. En dan gaan de belastingen voor de buren weer verder omhoog.’

Jackson Street, de dichtgetimmerde straat die vroeger zo onrustig was: helemaal opgekocht door nieuwe, witte bewoners.

Het aandeel zwarte inwoners van Evanston is zo de afgelopen twintig jaar gestaag gedaald van 23 procent naar 16 procent.

‘Begrijp me goed, ik hou van diversiteit’, zegt Giles. ‘Maar het is eenrichtingsverkeer. De witte mensen komen bij ons wonen. Maar als wij bij de witte mensen willen wonen, houden ze ons tegen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden