De zware beproevingen van een moslimmeisje

Als alleenstaande Somalische vrouw ben je als een bonk schapenvet in de zon. Er kruipen mieren en insecten over je heen, en je kunt niet weggaan of je verstoppen; je zult worden opgevreten en smelten tot er niets anders over is dan een laagje vettigheid....

Hoe vaak zal Ayaan Hirsi Ali tijdens haar tumultueuze leven in de vrije wereld aan deze er door haar grootmoeder ingepompte wijsheid hebben gedacht? En hoezeer heeft die wijsheid in haar leven aan kracht gewonnen dan wel ingeboet?

In Mijn vrijheid, haar vrijdag verschenen autobiografie, komt hierop geen eenduidig antwoord. Ze is nog altijd die alleenstaande Somalische – zij het met een Nederlands paspoort. Ze is kwetsbaar, ze kan zich niet verstoppen. In emotionele zin, zo blijkt, is ze soms niet meer dan een dun laagje vet. Ze verlangt naar stabiliteit en een kind, zei ze nog vorige week in Volkskrant magazine.

Hirsi Ali is ook de vrouw vol vuur en overtuiging. Een denker met een missie wier zoektocht naar haar waarden is uitgemond in een persoonlijke kruistocht tegen de morele corruptie in de islamitische wereld. Met voor ogen de bevrijding van alle gekooide moslima’s.

De lijvige autobiografie, geschreven door een buitenlandse – uit veiligheidsoverwegingen anonieme – ghostwriter, is Hirsi Ali’s poging om bij voor- en tegenstanders ‘misverstanden recht te zetten’. Maar bovenal is het een meeslepend verhaal over de zware beproevingen van een vertwijfeld moslimmeisje dat opgroeit in Somalië, Saudi-Arabië, Ethiopië en Kenia. Pas als ze op haar 22ste haar ketenen afwerpt en naar Nederland vlucht, vindt ze de door haar zo diepverlangde vrijheid – die, paradoxaal genoeg, veertien jaar later eindigt op de achterbank van een gepantserde BMW.

Haar obsessie voor vrijheid is zowel persoonlijk als universeel. In haar inleiding beschrijft ze de novemberochtend in 2004 dat Theo van Gogh werd vermoord. Hoe Mohammed B. op de fiets zijn slachtoffer achtervolgde in Amsterdam, hem overhoop schoot en met een slagersmes een brief van vijf kantjes achterliet op het lichaam. ‘De brief was gericht aan mij.’

Die haat heeft de politica tegen wil en dank overwoekerd. In het tweede deel van haar boek komt de fascinerende maar ook dieptreurige politieke carrière van Hirsi Ali weer tot leven. Hoe ze politicologie studeerde in Leiden; hoe ze de overstap maakte van de PvdA naar de VVD; hoe ze met Theo van Gogh tot de film Submission kwam; hoe ze na zijn moord eindigt in de cocon van beveiliging.

De eerste helft van haar leven, de hoofdmoot van het boek, is des te intrigerender voor degene die wil doordringen tot haar beweegredenen. Haar kwellingen, haar intellectuele en morele zoektocht en haar onvervulde verlangens als jonge vrouw in de islamitische wereld leidden tot de overmijdelijke keuze ‘voor de geur van Chanel boven die van wierook’.

‘Ik ben Ayaan, de dochter van Hirsi, die de zoon is van Magan.’ Als 5-jarig kind is ze in staat om haar voorvaderen van de afgelopen driehonderd jaar op te sommen. In hetzelfde jaar nog wordt ze in naam van de islam besneden: niet langer zal ze een kinterleey (‘Zij Met De Clitoris’) zijn.

Vervolgens wordt haar met vleien maar vooral slaan, wilskracht, gehoorzaamheid en eergevoel bijgebracht. In 1978, als ze 8 jaar oud is, kent ze alle 99 namen van Allah uit haar hoofd.

Als tiener in Kenia komt ze voor het eerst in aanraking met het vrije Westen, via de boekjes van Enid Blyton (De Vijf) ‘waar jongens en meisjes gelijken zijn in vrijheid en avontuur, vertrouwen en vriendschap’. Ayaan is in het inmiddels gebroken gezin de Assepoester die het huishouden doet, er veelvuldig met de stok van langs krijgt en – in de ogen van moeder – veruit de domste is.

Pagina’s lang beschrijft ze tot in detail haar puberteit, haar eerste menstruatie, haar ontluikende liefdes. Ze leest romantische bespiegelingen van Charlotte Brontë en Jane Austen en ziet om zich heen hoe de ene na de andere klasgenote wordt uitgehuwelijkt. Thuis wordt haar verteld dat wie zelf op zoek gaat naar een partner, niets dan een goddeloos lot zal treffen.

Overtuigd van de zuiverheid van de islam experimenteert ze met hoofddoekjes en een zwart gewaad dat haar lichaam bedekt. ‘Het was spannend hierin rond te lopen, het gaf me een sensueel gevoel. Een gevoel van macht, want onder de bedekking ging een onvermoede, potentieel fatale vrouwelijkheid schuil’, schrijft ze.

Hirsi Ali probeert ‘haar geest het zwijgen op te leggen tot die een simpel voertuig voor Allahs wil en woorden in de Koran is’. Ze raakt steeds meer verscheurd tussen westerse verlangens en trouw aan haar geloof, tussen zondige gedachten en de Profeet. Bidden doet ze omdat het moet, niet omdat ze de nabijheid voelt van haar God. De inconsequenties over man/vrouw-verhoudingen in de islam, verwijderen haar reeds dan van de Koran, al blijft ze trouw gelovige.

Ze leeft voort langs de ravijnen van dood en verderf, in burgeroorlogen en vluchtelingenkampen. Nadat ze is uitgehuwelijkt komt ze, op weg naar Canada, in Duitsland terecht. Hier besluit ze tot haar vlucht naar de ‘ongelooflijke wereld’. Het is vrijdag 24 juli 1992 als ze op de trein naar Nederland stapt.

Na haar asielprocedure, baantjes in de fabriek en uiteindelijk een studie politicologie belandt ze via Darwin, Freud en Spinoza bij de Verlichting. De aanslagen in New York (ze werkt dan bij de PvdA) brengen haar tot razernij over de naïviteit in de debatten, over Nederlandse arabisten op tv die de deskundige uithangen, over de islam, neergezet als geloof van vrede en tolerantie. 11 september, weet ze, draait louter om religie, om ‘een enkeltje naar de hemel’.

In 2002 staat ze voor de spiegel en spreekt in het Somalisch tot zichzelf: ‘Ik geloof niet in God.’ Ze raakt steeds meer verstrikt in hevige debatten over islam en integratie: er is geen weg terug.

In haar epiloog maakt ze de balans op van haar laatste weken in Nederland: Rita Verdonk die haar het staatsburgerschap betwistte, de val van het kabinet-Balkenende en haar onvermijdelijke vertrek naar de VS, waar ze inmiddels aan de slag is bij het American Enterprise Institute. ‘Ik wil graag zeggen hoe dankbaar ik ben’, stelt ze. ‘Ik heb het geluk en het voorrecht Nederlandse te zijn.’

Ze voelt zich ‘veilig en vrij’ – hoewel de dood meer dan ooit op de loer ligt. De kooi waarin ze leeft immers, doet niets af aan haar overtuiging dat de wereld van de seksuele emancipatie ‘gewoonweg beter is’ dan die van besnijdenissen en gedwongen huwelijken. Wie Hirsi Ali’s bewogen geschiedenis tot zich neemt, kan daarvoor alleen maar begrip opbrengen.

Ayaan Hirsi Ali en Gerrit Zalm lachen vrijdag in Amsterdam om de toespraak van Freek de Jonge bij de presentatie van Mijn Vrijheid, de autobiografie van Hirsi Ali. (ANP) Beeld ANP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.