De zwakke staat

De rijksdienst bevindt zich in een permanente staat van reorganisatie. Maar omdat het debat over de taken van de staat wordt gesmoord, floreren alleen de managers, de lobbyisten en de consultants.door Hans Wansink..

Hans Wansink

Herman Tjeenk Willink zwaait als vicepresident van de Raad van State de scepter over 52 staatsraden en zeshonderd medewerkers. De Raad van State doet per jaar zo’n tienduizend bestuursrechtelijke uitspraken. Daarnaast adviseert de Raad over elk wetsvoorstel voordat het in het parlement wordt behandeld.

Gegeven hun onafhankelijke vertrouwenspositie zijn staatsraden uitermate behoedzaam. Interviews geven ze bijna nooit. En als ze het wel doen, levert het zelden bruikbare kopij op.

Misschien is het om die reden dat sommige staatsrechtsgeleerden met gemengde gevoelens reageren op de zeer eervolle uitnodiging tot het illustere gezelschap toe te treden. Zo zou Piet Hein Donner bij zijn afscheid als voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid hebben verzucht: ‘Nu word ik bijgezet in de Raad van State.’

Donner beleefde zijn wederopstanding uit het kerkhof aan de Kneuterdijk in 2002, toen hij het eerste kabinet-Balkenende formeerde en vervolgens als minister koos voor een politieke loopbaan in de schijnwerpers. Donner spreekt zich sindsdien onbekommerd uit over uiteenlopende onderwerpen, tot en met het gebrek aan eerbied voor de Oranjes waaraan zijns inziens onze vaderlandse cabaretiers lijden.

Tjeenk Willink, die aan de Universiteit Leiden was verbonden, lange tijd senator voor de PvdA was en ook voorzitter van de Eerste Kamer is geweest, is niet minder gepassioneerd betrokken bij de publieke zaak dan Donner. Maar als onderkoning van Nederland zijn de coulissen van de macht zijn natuurlijke biotoop. Hij heeft als het ware een verontschuldiging nodig om zich publiekelijk uit te spreken. ‘De Raad moet zelf nadenken over de omgeving waarin hij opereert’, hield Tjeenk Willink bij wijze van alibi zijn gehoor afgelopen zondag in de Amsterdamse Rode Hoed voor.

Die omgeving, meent de vice-president van de Raad van State, bestaat al vijfentwintig jaar uit hapsnappolitiek zonder richting.

Het grote probleem is volgens Tjeenk Willink dat we geen helder idee hebben wat de staat is, wat hij moet doen en moet laten. Die discussie zou moeten worden gevoerd door parlementariërs en politieke partijen. Maar, vervolgt Tjeenk Willink, die laten het afweten. Waardoor de staat stuurloos wordt en verandert in een in zichzelf gekeerd, permanent ronddraaiend circus. In dat stelsel is iedereen onzeker over zijn eigen rol. Roulerende topambtenaren hebben steeds minder kennis van zaken. Van die verwarring profiteert slechts een kluwen van managers, consultants en belanghebbenden. De voornaamste slachtoffers zijn de uitvoerders: de mensen achter het loket, voor de klas en aan het bed die de greep op hun eigen situatie zijn verloren. Zij moeten zich in de frontlinie te weer stellen tegen al te mondige, vaak onbeschofte cliënten, patiënten en pupillen.

Tjeenk Willink wacht op het moment dat de lokettisten, de leraren, de artsen, de agenten en de consulenten niet langer over zich heen laten lopen. ‘Zij hebben last van de politiek. Maar ook van degenen die pretenderen hun belangen te behartigen. Hun vak wordt onderuit gehaald. Door al die reorganisaties, regelgeving en controle zijn ze het plezier in hun werk kwijtgeraakt. De huisarts is inmiddels twee dagen per week bezig met administratie. Dat is zijn beroep niet.’

Als sociaal-democraat staat Herman Tjeenk Willink voor een sterke, zelfbewuste staat. Privatiseren is in zijn ogen het uit het zicht wegschuiven van publieke taken. Het schrappen van vijftienduizend arbeidsplaatsen bij de rijksdienst is zinloos zonder een politieke afweging van prioriteiten.

De ergste misvatting is volgens de vicepresident dat de staat als een bedrijf zou moeten opereren. Hetgeen een mevrouw in de zaal deed opmerken dat de overheid – als het gaat om het formuleren van een missie, het nemen van persoonlijke verantwoordelijkheid en het vernieuwen van de werkwijze – nog heel wat van het bedrijfsleven kan leren.

Maar waaraan het ontbreekt – en daar heeft Tjeenk Willink gelijk in – is aan parlementariërs die zichzelf nog serieus willen nemen. Hij hekelde de slechte gewoonte van Kamerleden om voortdurend aan te dringen op maatregelen (Binnenland, 7 mei).

Elk incident leidt tot een overkill van voorschriften en inspecties, die weliswaar elk risico pretenderen uit te sluiten, maar ook de hele sector lamleggen. Waarbij dan ook nog eens voorbijgegaan wordt aan de aantasting van burgerrechten die onvermijdelijk de keerzijde is van het tegemoet komen aan de behoefte aan veiligheid.

Opmerkelijk was ook het pleidooi van Tjeenk Willink voor het Deense model in het verkeer met de Europese Unie: het parlement moet de onderhandelingsinstructie invoeren voor de premier en de ministers die in Brussel aan de besluitvorming deelnemen.

Blijft de vraag waarom het politieke bedrijf niet in staat is te leren van de fouten van gisteren. Waarom vindt Tjeenk Willink geen gehoor bij de politieke elite met wie hij dagelijks verkeert? Of is juist het probleem dat we van een zelfbewuste politieke elite niet meer kunnen spreken? Het heeft er alle schijn van.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden