De zuivere leer onder de hamer

Bij uitgeverij Meulenhoff verschijnt De hemel is naar beneden gekomen, een bloemlezing van de literaire beschouwingen die Kees Fens (1919-2008) in de jaren zestig en zeventig schreef voor de Volkskrant....

Een van de idealen van Franciscus van Assisi wordt dezer dagen bij Paul Brandt nv aan de Amsterdamse Keizersgracht tot vervulling gebracht. Zijn mindere broeders moesten geen geleerden zijn (al konden zij tijdens het leven van Franciscus zelf al niet van de boeken afblijven), zij moesten ook niet in grote huizen wonen. En kijk, de paters minderbroeders conventuelen (voor oningewijden: een van de drie varianten van mindere broeders) hebben hun huis te Urmond, Limburg opgeheven en de bibliotheek wordt nu publiekelijk geveild.

Gisteren is men begonnen en morgen moet het laatste dogmatische, liturgische of ascetische werk genade bij een koper hebben gevonden. Paul Brandt – onder de te veilen boeken zijn er nogal wat van zijn bijna naamgenoot Paul Brand – heeft een heel mooie catalogus gemaakt, en wie melancholie zoekt, kan het in dat fraaie boekwerk vinden.

Veiling van een particuliere bibliotheek heeft iets verbijsterends: de eigenaar wordt met al zijn liefdes en voorkeuren, met heel zijn persoonlijke geschiedenis (want in een goede bibliotheek staat het leven van de bezitter geschreven) gewoon versplinterd. Bij de kloosterbibliotheek ligt het iets anders. De bibliotheek is van niemand persoonlijk: paters en broeders mogen ter wille van de armoede niets bezitten, zoals iedereen wel weet. Dat heeft als gevolg dat ook bijna niemand er gebruik van maakt. In heel veel kloosters, ook van meerdere dan mindere broeders, is Franciscus’ ideaal altijd met heilige onbekommerdheid nageleefd. Men deed zijn uiterste best niet geleerd te worden. Maar een mooie bibliotheek had men wel. Is dat nu wonderbaar of is er voor dat verschijnsel een natuurlijke verklaring?

Hoe kwam een klooster aan zijn bibliotheek? Door erfenis van andere kloosters. Een nieuwe stichting kreeg altijd een deel van de bibliotheek van een of meer andere huizen mee. Maar als bijna niemand ze leest, waarom moet je ze dan meenemen? Hier raken we een van de mooiste geheimen van het geloof. In de boeken stond de leer in alle piepkleine details uiteengezet. Wie de boeken meenam, nam de zuivere leer mee. En de bibliotheek was het heiligdom waar die leer van het ware geloof bewaard werd door een consciëntieuze paterkoster, de bibliothecaris. Maar alle paters en broeders waren zo braaf dat ze natuurlijk allang wisten hoe ze volgens de zuivere leer moesten leven. Ze hadden het er ook veel te druk mee om anderen zuiver in de leer en de zeden te houden. Het was echter een troostende en sterkende gedachte dat ergens in het huis alles precies beschreven stond.

En dan kreeg men boeken van leken, die de paters voor heel geleerd hielden en meenden dat ze het geld misten om die geleerdheid op peil te houden. Het klooster nam de boeken uiteraard aan, want de naastenliefde mag je niet tegenwerken. En de paters vulden nu en dan het heiligdom zelf ook bij. Door hun armoede konden ze uiteraard niet zoveel kopen, maar het was ook tegen de armoede boeken weer weg te doen, en zo werd de bibliotheek steeds rijker. En een toeristische trekpleister voor een vrome bezoeker.

Op de kijkdagen heb ik in nogal wat boeken uit het klooster van Urmond gebladerd. En soms vertelt een titelpagina een hele geschiedenis. Deze bijvoorbeeld: ‘Maria de moeder van Jezus, geschiedenis der Allerheiligste Maagd en Moeder Gods, volgens de H. Schrift, de Kerkvaders, de Godgeleerden, de gedenkteekenen der oudheid, enz. enz. (vereerd met eene breve Zijner Heiligheid) door C.H.F. Jamar, r.k. priester, vierde nog aanmerkelijk verbeterde uitgaaf.’

Bovenaan staat in drukletters ‘Fr. Ferdinand’. Dat is frater Ferdinand. Hij deed iets wat niet mocht, want dat boek was niet van hem, hij had er volgens een mooi gebruik in moeten schrijven: ‘ad usum’, te gebruiken door, en dan zijn naam. Maar Fr. Ferdinand was een eigenzinnig en ijdel type. Hij was nog geen priester of hij liet uitkomen dat hij van frater pater was geworden. Want er vlak onder staat: Pater Ferdinand Eyssen. Maar toen heeft kennelijk de gardiaan aan de bezitsdrift van pater Ferdinand een einde gemaakt: in het boek komt een stempel van het klooster van Urmond, dat in aandoenlijk Latijn ‘Uraemundae’ heet.

Zo’n titel roept ook een hele wereld van wat benauwende vroomheid op. Misschien is pater Ferdinand met het boek wel heel heilig geworden. Maar, dan toch ondanks het boek. Want wie op de kijkdag een beetje rondkeek, kon nog eens vaststellen dat we toch wel uit twee eeuwen van verboden, moraliseren, op de vrome vingers tikken, intijgen tevoorschijn zijn gekomen. Men is er toch gezond bij gebleven. En hoe dat mogelijk was, is duidelijk: de boeken werden niet gelezen.

Zou niemand van de paters conventuelen een beetje droef zijn geweest toen de bibliotheek naar de veiling ging? Ach, ze hadden in Urmond wel wat piëteit met allerlei vroomheidsboeken mogen betrachten. Je gooit niet alles voor de hamer.

In een doos met veel beschadigde en losbladige boeken vond ik het reglementenboek van de paters conventuelen. Met op veel pagina’s aantekeningen door de novicemeester of een ijverige novice, die vond dat heilig worden geen uitstel verdroeg. Als een boek een religieuze zakagenda wordt, moet je het maar tot relikwie verklaren. Maar die zullen binnenkort ook wel op de veiling komen.

Er is natuurlijk ook wel door paters gestudeerd. Want Ignatius, van de jezuïeten, schreef toch maar voor dat bij gebrek aan geld de laatste penningen besteed moesten worden voor zieken en boeken. Maar die was ook autodidact.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden