Column

De 'zuipketen' komen naar de steden

Margriet Oostveen in Fluitenberg

Plattelandsfenomeen rukt op naar de steden.

Manon Oosterkamp en Jan-Willem Slagter (hurkend) en hun vrienden.

Jan-Willem Slagter was pas 7 toen er een keet in zijn leven kwam, omdat zijn 16-jarige broer Alwin er uit verveling eentje bouwde op het erf van hun ouders. Die hebben een melkveebedrijf in het Drentse Fluitenberg.

Wat begon met een oude stacaravan groeide uit tot een geducht bouwsel. Het staat na vijftien jaar nog steeds fier overeind achter een paar struiken aan de achterzijde van een loods: een complete skihut eigenlijk, inclusief een Grolsch-bord boven de deur, gekleurde lampjes buiten, een bar, plus een half Volkswagenbusje en een computergestuurde draaitafel binnen. En een pico bello wc, die opeens 'genderneutraal' heet. Alles zelf gemaakt door Alwin en zijn vrienden.

Deze keet bestond al een jaar of vijf voordat landelijke media het fenomeen 'zuipkeet' opmerkten en er zorgelijk over begonnen te berichten, terwijl de keten zich intussen vrolijk bleven vermenigvuldigen in de buitengebieden, vaker zonder dan met noemenswaardige incidenten. Nu rukken de keten volgens de vereniging van plattelandsjongeren op richting steden. Waarbij ze onder een keet verstaan: een eigen plaats die 'bewust zo is ingericht om bij elkaar te komen'. Dat kan ook een zolder zijn of, steeds vaker, een garage in een nieuwbouwwijk.

Toen ik 16 was, dronken we op vrijdagmiddag na school een biertje op Stratumseind in Eindhoven - al bijna onvoorstelbaar, want zelfs voor brave frisdranktieners zijn er in de stad nauwelijks meer plaatsen waar ze zonder ouderlijk toezicht heen kunnen. Maar in een café leer je nog eens een zinloos gesprek gaande houden, anderen inschatten, of wat je grenzen zijn.

In de keet.

Volgens de laatste inventarisatie in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid zouden er zeven jaar geleden in Nederland 1.500 keten zijn. Maar volgens de Nederlandse Plattelandsjongeren, met 230 lokale afdelingen, zijn het er doordat de leeftijdsgrens voor alcoholbezit in het openbaar naar 18 jaar ging nu minstens 5.000. 'Tienduizend zou ook best kunnen', zegt daar Suzanne Borgharts. Zij is projectleider 'Keetkeur', waarmee de plattelandsjongeren willen laten zien dat keten niet alleen om zuipen draaien. Dit via de wedstrijd 'Beste Keet van Nederland', net weer geopend voor dit jaar.

Zo'n vierhonderd keten deden vorig jaar mee aan de wedstrijd, relatief weinig dus, want de meeste blijven op hun hoede. Toch weet Suzanne vooral in Friesland, Drenthe, Overijssel en Gelderland vaak wel dertig keten per gemeente te zitten. Lokale bestuurders vragen haar nogal eens om een lijst, omdat ze de keten zelf niet kunnen vinden. 'Maar die geven we dus niet.'

Drinken in keten op privéterrein is onder de 18 niet verboden, al beklaagden horecaondernemers zich over 'oneerlijke concurrentie'. Zolang niemand in een keet per drankje betaalt en er geen overlast of gevaar is, is een keet prima te gedogen. In Fluitenberg stopt iedereen af en toe wat naar vermogen in een pot en daarvan koopt Jan-Willem dan bier in de supermarkt.

Zijn keet won vorig jaar 'Beste Keet'. Broer Alwin is allang het huis uit, Jan-Willem is nu 22 jaar en automonteur en hij heeft een vriendin van 21 die Manon Oosterkamp heet en in de thuiszorg werkt. Zeker zes avonden per week komen ze hier samen met een stuk of twaalf vrienden uit de buurt, in meerderheid twintigers die werken. Mark, tekenaar in de staalbouw. Dierenverzorger Rosemarijn en loodgieter Bram. Grondwerker Ronald, boer Niek en restaurateur Denice. Klaas-Jan, die 'iets doet met verzekeringen'. En Jenita, met 17 jaar de jongste. Zij wordt opgeleid tot melkveehouder en 'natuurlijk' drinkt ze mee. Haar ouders weten dat, die zien haar toch liever hier dan in de cafés van Hoogeveen, waar steeds vaker opgefokte mensen met ghb op rondlopen. De hele groep kreeg daardoor een hekel aan het uitgaansleven. Jenita verzamelt inspirerende quotes op haar telefoon, die ze ernstig laat zien om haar betoog kracht bij te zetten: over 'positieve mensen' en 'minder oordelen' en 'een fijne tijd hebben met elkaar'.

Bij de uitgang van de keet.

Wie wil meedingen naar de titel 'Beste Keet' schrijft zich in voor een workshop, die andere plattelandsjongeren dan in de keet zelf komen geven: een 'instructie verantwoord alcoholgebruik', veel aandacht voor brandveiligheid en een training 'EHBO by night'. De beste keet verdient daarnaast de meeste punten op 'uitstraling', 'contact met buurtbewoners', 'huisregels', 'activiteiten' en 'betrokkenheid ouders'. Ouderlijk toezicht was er in Fluitenberg trouwens zelden, wel vertrouwen. En wie niet meer mag rijden kan altijd blijven slapen op de oude kamers van Jan-Willems volwassen broer en zussen.

Samenwerken, samen regelen en wat gedogen, Nederlandser wordt het niet. Houden zo: Jan-Willems neefje staat al te trappelen voor de opvolging.

m.oostveen@volkskrant.nl

Meer over

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.