vier vragen zorgpremie

De zorgpremie gaat omlaag, maar die van u gaat omhoog – hoe kan dat?

Dit kan nog een pijnlijk moment worden. Heeft u net op het nieuws gehoord dat verschillende zorgverzekeraars de premies voor volgend jaar hebben verláágd (verheugd had u al een tafeltje gereserveerd bij dat nieuwe restaurantje om de hoek), blijkt uit uw nieuwe polis dat uw premie alsnog omhóóg gaat. Wat is hier gebeurd?

De Spoedeisende Hulp van het Wilhelmina Ziekenhuis in Assen. Beeld Harry Cock / de Volkskrant

Het antwoord: u bent, net als tweederde van alle Nederlanders, voor uw zorgkosten verzekerd via een collectiviteit. En de maximale korting die u daarop kreeg is vanaf 2020 verlaagd, van 10 naar 5 procent.

Hoe is dat zo gekomen?

Het oorspronkelijke idee achter die collectiviteiten was dat verzekeraars op die manier grote groepen gelijksoortige mensen aan zich konden binden – via een bedrijf, een sportvereniging, een ouderenclub – en dan specifiek voor de leden van de collectiviteit zorg konden inkopen. Dat zou helpen de zorgkosten te drukken, omdat het de onderhandelingspositie van zorgverzekeraars zou versterken. Een collectiviteit met een paar duizend deelnemers is namelijk een interessante partij voor een ziekenhuis om de hoek, waardoor de zorgverzekeraar korting zou kunnen bedingen.

Zo bezien was een korting voor een collectiviteit logisch: de totale kosten van de zorg zouden er immers door dalen. Dat zorgverzekeraars enthousiast aan de haal gingen met de collectiviteiten is dan ook een understatement: er zijn er inmiddels zo’n 55 duizend, waarvan het overgrote deel overigens kleiner is dan de term collectiviteit doet vermoeden. 97 procent kent minder dan 250 deelnemers.

Maar, zegt Joris Kerkhof van vergelijkingssite Independer, ‘de zorgverzekeraars zijn onder een vergrootglas komen te liggen’. Uit die nadere onderzoeken van de overheid bleek dat de verzekeraars de collectiviteiten vooral ‘als marketinginstrument’ inzetten. De korting lijkt niet voort te komen uit de lagere zorgkosten, maar uit een hogere premie voor de verzekerden zónder collectiviteit.

Van die praktijk wil minister Bruno Bruins (Medische Zorg) af. In 2018 kondigde hij aan deze ‘sigaar uit eigen doos’ aan te pakken: de maximale korting gaat komend jaar al terug. Nader onderzoek moet komend jaar uitwijzen of zorgverzekeraars hun collectiviteiten nu zo gaan aanpassen dat een korting van 5 procent wel gerechtvaardigd is, anders verdwijnt ook dat douceurtje.

Wat betekent dit in de praktijk?

Nu zorgverzekeraars minder korting mogen weggeven, kunnen ze dat geld gebruiken voor het dempen van alle premies. Dat is gunstig voor mensen die zich nergens bij hadden aangesloten, maar pakt minder goed uit voor mensen die wel recht hadden op korting.

Stel, u had via zorgverzekeraar VGZ een collectiviteit waarbij u 8 procent korting kreeg, zo’n beetje de gemiddelde korting. De basispremie vorig jaar bedroeg 120,95 euro per maand, maar door uw korting betaalde u 111,72 euro. Dit jaar verlaagt VGZ de premie met één euro per maand. Nieuwe premie: 119,95. Met uw nieuwe maximale korting betaalt u: 113,95. Alsnog 2,23 euro erbij.

Natuurlijk geldt hier: bekijk vooral uw eigen situatie. Hoe hoger de korting die u vorig jaar had, hoe groter het verschil met de premie die u komend jaar moet betalen. En de nieuwe premies verschillen uiteraard per zorgverzekeraar. CZ verlaagt de basispremie met 3,85 euro, de kleinere zorgverzekeraar DSW – die overigens uit principe niet aan collectiviteiten doet – gaat juist met 6 euro per maand omhoog.

Hoe denken de zorgverzekeraars hierover?

Dat ligt eraan welke zorgverzekeraar je het vraagt. DSW is dus mordicus tegen collectiviteiten. Bestuursvoorzitter Aad de Groot zei eerder dit jaar tegen de Volkskrant: ‘Wij hebben er nooit aan meegedaan, en altijd al geroepen dat het een nepkorting is. Je verhoogt de premie en die opslag geef je als korting aan een deel van je verzekerden terug.’

Maar de grote zorgverzekeraars zien in de collectiviteiten manieren om zorgprogramma’s op maat aan te bieden. Denk aan extra fysiotherapie voor bouwvakkers, burn-out-coaches voor stressvolle beroepen, bijzondere aandacht voor rugproblemen in de vervoersbranche, gezondheidsadviseurs voor werkgevers. Op die manier dragen collectiviteiten niet alleen bij aan minder zorgkosten, maar ook aan lager verzuim en preventie. Zo komen zij ten goede aan de maatschappij, vindt bijvoorbeeld Zilveren Kruis. Een opbrengst die een korting van 5 procent zeker rechtvaardigt.

En die korting is dan weer nodig om mensen de collectiviteiten in te lokken. Zilveren Kruis-voorzitter Georgette Fijneman zei eerder dit jaar het volledige afschaffen van de kortingsregeling dan ook zeer onverstandig te vinden. ‘Dat gaat ons veel te snel.’

Maar wat kunt u nu doen?

Door de veranderende collectiviteitsregels verandert voor bijna iedereen wel wat. Daarom verwacht onderzoeksbureau Ipsos dit jaar een recordaantal overstappers van zorgverzekering.  

Goed oriënteren en vergelijken loont. Want ook een polis met collectiviteitskorting is niet altijd de goedkoopste en verstandigste keuze. Veel zorgverzekeraars hebben naast hun basispolis vaak ook nog, veel goedkopere, budget- of internetpolissen, met nagenoeg dezelfde dekking.

Mensen die vorig jaar alleen een basisverzekering hadden afgesloten met korting (zo’n 11 procent van de verzekerden met een collectiviteit) hadden in totaal 50 miljoen euro kunnen besparen, als zij voor de goedkopere variant van dezelfde polis hadden gekozen, bleek eerder deze week uit onderzoek van Independer. ‘Dan zit je dus eigenlijk verkeerd’, zegt onderzoeker Kerkhof.

Anders is het voor de aanvullende verzekeringen: daar gelden geen maximumkortingen, die kunnen dus oplopen tot 20 a 30 procent. Zeker voor de uitgebreide, dure pakketten is dat dus zeer aantrekkelijk.

Maar, zegt Kerkhof, vraag je af of je die nodig hebt. ‘Werknemers zijn over het algemeen gezonder dan niet-werknemers. Dus dan kun je misschien met een kleinere aanvullende verzekering toe.’ En juist de internetlabels hebben vaak kleine, goedkope pakketjes. Negen fysiotherapiebehandelingen, tandzorg tot 250 euro, dat werk.

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) gaat er dit jaar op toezien dat zorgverzekeraars hun klanten duidelijk laten zien dat er verschillende pakketten met verschillende prijzen zijn, zegt een woordvoerder. ‘We kunnen de verschillen in premies niet verbieden. Maar verzekeraars moeten nu op een duidelijke plek op de website laten zien welke opties er zijn. Dat overzicht bestond al wel, maar was niet goed vindbaar. Dit jaar moet de klanten dat gewoon aangeboden worden, anders weten ze het niet.’

Verder lezen over de zorgpremies

Drie grote zorgverzekeraars verlagen premie (en toch betaalt u waarschijnlijk meer)

DSW-baas over verhoging zorgpremie met 6 euro: ‘Meer dan we zouden willen’

Toch eens overstappen van zorgverzekeraar? Zes vragen om u te helpen bij uw keuze.

Het piept en kraakt in de zorg, nu ziekenhuizen niet meer mogen groeien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden