De zondige stad

In de westerse kunst, tot aan Hollywood toe, is de stad Babylon vaak gebruikt voor ondergangsfantasieën. Je zou bijna vergeten dat er ook een positieve kant van de mythe bestaat....

Kwam het door Hollywoods rampenfilms met aanslagen op hoge gebouwen? Was het de van symboliek druipende keuze van de daders, of de constante herhaling van de gebeurtenis op tv?

Er was iets met de WTC-aanslagen van 11 september 2001 dat de culturele wereld enorm heeft geprikkeld de afgelopen jaren, iets waardoor het domein van de bloeddorst op een wrange manier te maken leek te hebben met het domein van de culturele verbeelding.

Niet voor niets zijn de meest provocerende uitspraken zo vaak geanalyseerd op debatavonden – vooral die van regisseur Robert Altman dat ‘niemand op het idee was gekomen een wreedheid als deze te begaan als ze het niet in een film hadden gezien’. De gebeurtenis, zo werd dan gezegd, had zo’n visuele kracht dat het leek alsof we het al ergens gezien hadden. En dus werden rampenfilms als Armageddon en Independence Day aangedragen als mogelijke inspiratiebron van de terroristische onderneming.

De kwestie is bijna een cliché geworden. Terwijl ze toch intrigerend blijft. Want het is natuurlijk de vraag of Hollywood echt het begin der dingen is.

Uitgerekend een tentoonstelling waar de actualiteit volledig wordt gemeden, toont aan dat dit thema een stuk dieper in de culturele verbeelding geworteld is. Het was zelfs niet vreemd geweest als ter afsluiting van de toch al enorme tentoonstelling Babylon in het Louvre in Parijs, 9/11-stills van CNN aan de muur hadden gehangen. Al was het maar om de verbijsterende overeenkomst te onderstrepen tussen de actuele beelden en de veel oudere, Bijbels geïnspireerde kunstwerken over de ‘zondige stad’ Babylon.

Zie de visioenen van John Martin, Engels schilder en reiziger uit de vroege 19de eeuw. Hij maakte een reeks schilderijen en tekeningen van door hemels vuur vernietigde torens, terwijl paniek zich van de mensen op de voorgrond meester maakt. Op Het feestmaal van Belshazzar (1820) toont hij hoe het er in deze stad aan toe was gegaan voordat hij zo gestraft werd. De inwoners zijn rijk gekleed, ze waren juist begonnen aan een overdadig feestmaal, toen het onheil over hen kwam.

Bij Martin is het de (zwarte) Romantiek op zijn hoogtepunt. Driehonderd jaar eerder is het een nuchtere Hollander, Cornelis Anthonisz, die het thema op bijna dezelfde manier verwerkt. Op zijn tekening De vernietiging van de Toren van Babel (1547) werpen de inwoners al even dramatisch de handen ten hemel, terwijl de enorme toren achter hen uiteenvalt, door vuur uit de hemel getroffen. Een tekstvaandel staat er naast, met een onheilspellend citaat uit Genesis: ‘Alst op thoechste was/ most het doen niet vallen.’

In de zalen tussen Martin en Anthonisz hangen in het Louvre nog tientallen andere van dergelijke kunstwerken. De conclusie lijkt dus voor de hand te liggen: het beeld van de vernietigde torens van de machtige stad is eeuwen een populair thema in de westerse kunst geweest. In die zin is het niet vreemd dat Babylon de laatste paar jaar wel eens het ‘New York van de Antieke Wereld’ is genoemd.

Je gaat je er bijna door afvragen of het misschien geen toeval is, dat uitgerekend nu voor het eerst een uitgebreide tentoonstelling over Babylon gehouden wordt, georganiseerd door de drie grote Europese musea voor oude kunst – het Louvre, de Staatliche Museen in Berlijn en het British Museum in Londen. Juist op het moment dat Amerikaanse pantserwagens gevaarlijk dicht bij de archeologische vindplaatsen geparkeerd staan; het historische Babylon lag zo’n 90 kilometer ten zuiden van Bagdad.

In een verhaal over Babylon is alles nu eenmaal met elkaar vervlochten. De ‘zondige stad’ en de westerse verbeelding, bewondering en afkeer, archeologische opgravingen en politieke spelletjes, toen en nu, oost en west: het loopt door elkaar heen. Zo was het Saddam Hussein die zich graag vergeleek met Hammurabi, de machthebber die Babylon als eerste haar glans wist te geven in de vroege 18de eeuw voor Christus. Maar het was de befaamde Amerikaanse architect Frank Lloyd Wright die in 1958 een haast Babylonisch monument ontwierp voor de herinrichting van Bagdad.

Van een onderwerp waarin zoveel samen komt, is het dan ook niet meer dan logisch dat er door de samenstellers alles aan is gedaan om feit en fictie, mythe en realiteit te scheiden. De ene helft van de tentoonstelling gaat over de stad ‘zoals die echt geweest is’. In dit ‘antieke Babylon’ zijn de opgegraven oude beelden, de tabletten met inscripties, de maquettes van de paleizen te zien.

Het schetst het imposante begin onder Hammurabi, daarna de bloeitijd onder Nebukadnezar II (605-562 v.C.), onder wie de stad als symbool van harmonie en welvaart uitgroeide, tot de jaren onder de Perzen en later Alexander de Grote. Hier tonen zich de contouren van een enorm rijk, waarvan de taal onder de elite overal in het gebied gesproken werd.

Pas na deze ‘archeologische feiten’ gaat de expositie over op het ‘moderne Babylon’, dat wil zeggen de verbeelding ervan in de westerse intellectuele- en kunstgeschiedenis. Van middeleeuwse manuscripten tot en met zwierige ontwerpen voor 19de-eeuwse theaterdecors, overal heeft de mythe van Babylon haar sporen achtergelaten.

Deze ‘kloof’ maakt de opbouw van de expositie in feite kunstmatig (zelfs de archeologie is immers een gevolg van de romantische interesse in de Oriënt), maar wel helder. Geschiedenis en mythe vloeien nu chronologisch in elkaar over.

In eerste instantie lijkt het dat ‘Babylon’ in de kunst uitsluitend synoniem werd voor wereldlijke hoogmoed. Het Toren van Babel-motief is gebaseerd op het Babylon onder Nebukadnezar II, specifiek op één van zijn paleizen die een ziggurat-toren van 91,5 meter hoogte had. Nebukadnezar viel Jeruzalem binnen in 587 voor Christus, en voerde de Hebreeërs in slavernij mee. De passages die in het Oude Testament aan Babylon zijn gewijd zijn dus begrijpelijkerwijs fel.

Het zijn maar een paar verwijzingen, maar het heeft de reputatie sterk bepaald. Al in Genesis wordt er kort maar krachtig gesproken over de Toren van Babel als symbool van hoogmoedige stedelingen die dachten dat ze God konden evenaren door tot in de hemel te bouwen. God straft hen met de spraakverwarring.

In Openbaringen komt Babylon nog een keer voor, nu als ‘de moeder van de hoeren en de gruwelen der aarde’. De stad wordt met groots vuur door God vernietigd, de zondige stad waar iedere vrouw zich vrij geeft aan wie maar wil, en de zucht naar rijkdom het heeft gewonnen van de eer.

Het zijn deze passages die in de kunst van de 16de en de 19de eeuw samensmelten, en die ook de moderne westerse verbeelding bleven beheersen. Zelfs zo sterk, dat er zelfs al eens is geopperd dat dit eeuwenlang westers zwelgen in ondergangsfantasieën, uiteindelijk heeft geleid tot de daadwerkelijk aanslag op zo’n toren.

Dat is althans de relatie die Ian Buruma en Avishai Margalit in hun boek Occidentalisme (2004) leggen tussen de mythe van Babylon en de symboliek van het moderne terrorisme. Babylon is volgens de auteurs de oervorm van de vele verhalen die er in de geschiedenis over de zondige stad zijn geschreven. Maar op een gegeven moment in de geschiedenis begon men de stad ‘als verdorven symbool van inhaligheid, goddeloosheid en ontworteld kosmopolitisme’ bijna volledig met het Westen te associëren.

De afkeer voor de hoogmoedige stad heeft volgens Buruma en Margalit het meest gebloeid in het Westen zelf. De westerse 19de-eeuwse metropolen, Londen en Parijs, werden al als ‘modern Babylon’ bestempeld. Later, in de 20ste eeuw, is die afkeer voor de westerse stad overgenomen in andere delen van de wereld. Over het algemeen zonder bloeddorst, totdat Bin Laden uiteindelijk de ‘mythe van de vernietiging van de zondige stad’ in zijn aanslag verwerkte.

Het geeft ook hier in het Louvre een wrange lading aan de mythe. Toch kan rondlopen met een actuele blik ook vernauwend werken, en zo zijn eigen mythes creëren. Het is namelijk de grote verdienste van deze tentoonstelling, dat juist de nuances in de verbeelding van Babylon de ruimte krijgen.

Want zeker, de afkeer van decadentie heeft een grote rol gespeeld in de beeldvorming, maar in andere periodes van de westerse geschiedenis overheerste juist weer bewondering voor haar macht en haar technisch kunnen. De klassieke auteurs hebben, in tegenstelling tot de Bijbel, juist veel bewondering gehad voor de prestaties van de Babyloniërs – en dat heeft een tweede, positieve opvatting van de Babylon-mythe in de kunstgeschiedenis opgeleverd.

Hoe Babylon in de kunst terecht is gekomen, heeft nu eenmaal steeds te maken met de sociale historische omstandigheden in het Westen zelf. De reformatie stelde Babylon gelijk aan het zondige paapse Rome, en dus werd het een populair thema in de Noord-Europese schilderkunst. Ten tijde van de Renaissance en later de Verlichting werd Babylon juist een symbool van menselijke kracht, van prachtige gebouwen en hoogstaande cultuur. De hangende tuinen, de intellectuele hoogstandjes; dat worden de thema’s in de kunst van de 18de eeuw. De sfeer is idyllisch, de vrijheid, het individualisme en de bouwdrift van de Babyloniërs blijken zelfs als inspiratiebron te kunnen dienen.

Die positieve fascinatie leidde uiteindelijk in de 19de eeuw tot het echte onderzoek. Het zijn immers westerse archeologen geweest die zich begonnen te beijveren voor de historische waarheid rond Babylon. Vooral de Duitsers waren erg actief, getuige de indrukwekkende blauw-glazuren Ishtar-Poort die begin 20ste eeuw naar het Pergamon-museum in Berlijn is versleept, en die ooit is gebouwd door Nebukadnezar II.

Na Napoleon, tijdens de Industriële Revolutie, kwamen in de kunst de negatieve aspecten van de grote stad weer terug, zoals prostitutie, ziekte en zonde. Maar in de romantische verbeelding wordt Babylon een breder symbool dan in de Bijbel. Babylon past bij de opvatting dat wereldrijken een organisch verloop kennen, een opkomst en een ondergang. Een onvermijdelijke ondergang aan hun eigen hoogmoed en decadentie, wel te verstaan.

Het is niet moeilijk te zien dat Hollywoods rampenfilms uiteindelijk uit deze romantiek voortgekomen zijn. Morbide ondergangsgevoelens van een machtige natie gaan hier samen met een vergenoegd wentelen erin. Net als in de apocalyptische schilderijen van John Martin, over het mythische Babylon.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden