De zon gaat onder in Limburg

Tal van Limburgse bedrijven hadden succes met de productie van zonnepanelen, totdat China wakker werd. 'Het is een jonge industrie. Cowboyachtig.'

'Dit doet me pijn', zegt Henk Roelofs, als hij over zijn proeffabriekje uitkijkt. Hij staat op een trap in de fabriekshal van Sunweb, dat in Sittard zonnepanelen maakt. Onder hem een rij van grijswitte kasten, die de panelen met een gepatenteerde truc een beetje efficiënter kunnen maken. De kasten zoemen verwachtingsvol - maar de transportbanden staan stil.


De productielijn draait alleen nog af en toe in de demonstratiemodus, zegt Roelofs, een van de vier eigenaren van het bedrijf. Voor belangstellenden die de technologie willen kopen. Want Sunweb gaat het niet redden. 'Ik had er graag een groot bedrijf van willen maken. Maar de markt en de financiële crisis zaten tegen.'


Sunweb is niet het enige Limburgse zonnebedrijf in de problemen. Vorige week vroeg Scheuten Solar in Venlo uitstel van betaling aan. In januari werd de Heerlense vestiging van Solland, waarvan Sunweb een afsplitsing is, overgenomen door de Italiaanse Pufin Group. De technologische ambities gingen overboord en van de 170 werknemers bleven er 70 over. Verder naar het noorden, in het Gelderse Elst, viel Solar Total, een installateur van zonnepanelen, bijna om. Helianthos, bij Arnhem, wordt volgende maand geveild.


Wat is er aan de hand, in deze tot voor kort zo veelbelovende sector? Waren zonnepanelen niet juist hot en gewild? Wil iedereen die niet op het dak hebben?


Ja, die wil iedereen op zijn dak hebben. Het succesverhaal begon rond 2003. In Duitsland bedacht de groene sociaal-democraat Hermann Scheer een revolutionair plan. Iedereen die groene energie produceerde, zou daarvoor een gegarandeerd bedrag krijgen, en dat twintig jaar lang. Zonnepanelen en windmolens werden zo een geweldige, bijna risicoloze investering, en binnen een mum van tijd zagen de boerendaken van Zuid-Duitsland blauw van het silicium. Op veel voormalige legerbases in Oost-Duitsland staan nu duizenden panelen in het gelid. 'Het waren lucratieve subsidies', zegt Hans Willemsen, directeur van Scheuten Solar. 'Je was gek als je het niet deed.'


Willemsen zit in een kamer op het hoofdkantoor van Scheuten, op een industrieterrein tussen de akkers en snelwegen bij Venlo. Verderop, in de schaduw van de zonneluifels, zitten alle werknemers plichtsgetrouw achter hun computers. De twee bewindvoerders hebben gevraagd of ze gewoon door willen werken, ondanks het dreigende faillissement. Ze zijn met een stuk of tien partijen in overleg, die interesse hebben in een deel van de boedel. 'Ik hoop het, zegt Willemsen. 'Maar het is een onzekere markt.'


Door de enorme vraag, vanaf 2003, schoten de zonnebedrijven als paddenstoelen uit de grond. Op verschillende plekken in Duitsland ontstonden Solar Valleys, clusters bedrijven die allemaal heil zagen in de zonnesector. Er volgden beursgangen en miljoenenwinsten. Aan het einde van het eerste decennium gaf de branche werk aan honderdduizend man.


Niet alleen Duitse bedrijven profiteerden van de zonnehausse. Ook in Nederland, met name in de grensstreken, zagen bedrijven, gemeenten en provincies er heil in: in Limburg, in Brabant, in Gelderland. Maar toen Spanje, Italië, en later Frankrijk en Californië het Duitse voorbeeld volgden, werd ook China wakker. En China werd op een Chinese manier wakker. Binnen een jaar had het een grootschalige productieketen uit de grond gestampt.


Zo werd een klassieke varkenscyclus geboren. Terwijl het aantal fabrikanten bleef groeien, begonnen verschillende genereuze landen zich op het hoofd te krabben. Spanje en Italië draaiden de subsidiekraan als eerste een beetje dicht, Duitsland volgde. En dus was de wereldwijde vraag naar zonnepanelen vorig jaar maar de helft van de productiecapaciteit van ongeveer 50 gigawatt. De panelenprijs stortte in. 'In een jaar halveerden de verkoopprijzen', zegt Willemsen. 'Geweldig voor de consument, maar het ging veel sneller dan we ooit hadden gedacht.' In 2010 en 2011 maakte Scheuten Solar verlies. Het bedrijf kan niet meer aan zijn schuldeisers voldoen.


Scheuten was een succesverhaal. De glasfabrikant begon in 2000 met het maken van klassieke zonnepanelen, in een fabriek in het Duitse Gelsenkirchen. Daarnaast wilde het dunne-filmpanelen gaan maken, die veel makkelijker met glas te combineren zouden zijn. In 2007 opende minister Maria van der Hoeven een proeffabriek voor deze technologie. Limburg zou een echte zonneregio worden, en Scheuten, dat inmiddels de helft van zijn omzet (200 miljoen euro) uit de zon haalde, nam het initiatief voor een heuse Sunrise Campus in Venlo. Er waren enthousiaste wethouders, gedeputeerden, er kwamen werkgroepen, een structuurvisie, werkbezoeken, een stedebouwkundig plan.


Maar zonder Scheuten Solar geen campus. 'Dat had de laatste tijd niet mijn prioriteit', bekent Willemsen.


De enorme prijsdaling van de panelen is niet het enige probleem. Want ook zonnecellen (de belangrijkste onderdelen van die panelen) daalden in prijs. In theorie zijn dat communicerende vaten, en had Scheuten enige marge kunnen houden. In de praktijk niet. Het bedrijf zat vast aan twee contracten met cellenleveranciers, waarmee rond 2006 grote volumes en een leuke prijs waren afgesproken. Die prijs werd een molensteen. 'Het was take-or-pay', zegt Willemsen. 'We konden geen kant op.'


Dat probleem zie je overal in de branche terugkomen. Ook Solland en installatiebedrijf Solar Total hebben er last van gehad. Vaste inkoopprijzen lijken zekerheid te bieden - tot de prijzen dalen, en de concurrent ineens voor veel minder geld blijkt te kunnen inkopen.


'Het geeft aan dat het een jonge, relatief onvolwassen industrie is', zegt Willemsen. 'Cowboyachtig. In een volwassen industrie kun je opnieuw onderhandelen over zo'n contract. De leverancier weet: als jij het niet redt, heb ik een klant minder. Dat snappen ze in deze sector nog niet.'


Ook volgens Roelofs heeft de zonnebranche 'alle kenmerken van een startende branche'. 'Er werd echt ongelimiteerd geïnvesteerd. De bomen groeiden tot aan de hemel.' Hij had het eerder gezien in de chipsindustrie, waaruit hij afkomstig was. 'Ik dacht tweeënhalf jaar geleden al: dit kan niet goed gaan.'


Zonnepanelen werden een commodity, een product waarin je je niet meer kunt onderscheiden. Zowel Scheuten als Solland gooide het roer om, en bedachten onderscheidende producten met hogere rendementen. Ze bouwden allebei een proeffabriek. 'Je hoopt op basis van zo'n nieuwe techniek toch een partner te kunnen vinden die in nieuwe fabrieken wil investeren', zegt Roelofs. 'Maar iedereen mikte op die lage kosten van gewone panelen. Niemand wilde de nieuwe techniek hebben.'


Het probleem bij Scheuten was dat de innovatie te lang duurde. 'We ontdekten in de proeffabriek dat we de techniek moesten aanpassen, om een beter rendement te krijgen. Dat kostte tijd. Maar de concurrentie geeft je de tijd niet meer om te innoveren', zegt Willemsen.


Dat, zegt hij, is het grote verschil met eerdere concurrentieslagen met China. Het duurde tien jaar voordat de Chinezen kwalitatief vergelijkbare tv's konden produceren als het Westen. Dat gaf westerse bedrijven de kans in de tussentijd een nieuwe generatie te ontwikkelen. Bij de mobiele telefoons hadden de bedrijven vijf jaar respijt. En nu, met de zonne-industrie, duurde het maar twee jaar voordat China een hoogwaardige industrie uit de grond had gestampt.


'De Aziatische wereld accelereert zo snel - het is niet eenvoudig dat met innovatie bij te houden. Ik vraag me weleens af: hebben wij snel genoeg geschakeld? Ik denk dat ik naar eer en geweten ja kan zeggen. Hier viel niet tegen te vechten.'


De leegte is groots, op de Avantisallee bij Heerlen. Bij het begin staat een bord. 'European Science and Business Park. Aan de grens ontstaat energie.' Hier, op de grens van Nederland en Duitsland, moest een prachtig cluster van zonnebedrijven ontstaan. Maar de weg slingert zich vooral langs grasvelden en omgeploegde akkers. In de verte zie je de bergen van steenkoolgruis - een andere erfenis van Limburgse inspanningen. Ja, er staan drie kantoorgebouwen op het Avantispark. Het Limburgse investeringsfonds LIOF is hier gevestigd, en Solland, de cellenproducent van het Zeeuwse energiebedrijf Delta - nu dus in Italiaanse handen. Er staat een heus World Trade Center, er is een Center for Obesity, en op een stukje helling staan wat zonnepanelen. Verder wordt de ruimte benut door blinden die een blindengeleidehond hebben gekregen. Hier kun je rustig oefenen.


Onderzoeksinstituut ECN verhuisde hier in 2008 zijn Solar Academy naartoe - maar hief die vervolgens op, omdat er te weinig vraag was naar de aangeboden trainingen.


Jacques Mikx van de Limburgse investeringsbank LIOF, waarin de provincie en de staat deelnemen, vindt desondanks dat de Limburgse zonne-ambities nog niet kunnen worden afgeschreven. 'Dat de sector in de problemen zit, zal ik niet ontkennen. Maar dat geldt overal ter wereld. En we hebben nog steeds bedrijven die het goed doen.' Hij noemt Rimas, dat kleine productielijnen voor zonnemodules bouwt, en Solar Excel, dat anti-reflectielaagjes maakt om het rendement van panelen te vergroten. 'En Solar Modules Nederland is net met een derde ploegendienst begonnen.'


Dat laatste bedrijf is een dochter van Alinement, een onderneming van onder meer de in deze branche al jaren actieve Gosse Boxhoorn. Bij Solland maakte hij de boom mee, en met Alinement, gepland voor het lege Avantispark, probeert hij de bust te overleven. 'In deze markt red je het alleen met een zeer innovatief product. En dat gaan wij maken', zegt hij. 'Normaal zijn cellen in een paneel verbonden met een soldeerdraadje, wij gaan het doen met een kunststof die geleidend is. Dan gaat het rendement omhoog.'


Boxhoorn heeft 50 miljoen euro nodig voor deze fabriek, en daarnaast zoekt hij nog 620 miljoen voor een siliciumfabriek, die de grondstof voor de cellen moet leveren. 'We zijn nog steeds aan het kijken of we de financiering rond kunnen krijgen. Maar het is lastig te zeggen wanneer dat gaat gebeuren.'


Hij verbaast zich over het gebrek aan industrieel nationalisme in Nederland. Hij wijst naar Frankrijk, waar het bedrijf Photowatt, dat failliet dreigde te gaan, na een ingreep van president Sarkozy zelf werd gered door staatsenergiebedrijf EdF. 'In Nederland investeren energiebedrijven juist niet in producerende bedrijven.' Een ander probleem: de pensioenfondsen. 'Die investeren veel te weinig in Nederland. Waarom zoeken die het allemaal over de grens?'


Ook Willemsen denkt dat je toch meer industriebeleid nodig hebt, om een startende sector als de zonne-industrie te ondersteunen. 'Je kunt toch niet alleen van banken en toerisme leven?' Roelofs: 'Je hebt toch maakindustrie nodig, om alle handjes aan het werk te houden.'


Ook kijkt de zonne-industrie met enig knarsetanden naar de groene inkoopcollectieven van de laatste tijd, zoals Wij Willen Zon (Stichting Urgenda) of Zon Zoekt Dak (Natuur en Milieu), die Nederland massaal aan de zonnepanelen willen helpen, maar hun panelen in China inslaan en dus geen oog hebben voor groene werkgelegenheid in Nederland. Willemsen: 'Ze doen alsof een zonnepaneel een tv is. Nee, een zonnepaneel is een belangrijke investering in je energievoorziening. Daar moet je niet te licht over denken. Je koopt je cv-installatie toch ook niet in China?'


Ron Wit van Natuur en Milieu en Marjan Minnesma van Urgenda zeggen dat dat nu eenmaal de wetten van de economie zijn. Wit: 'Het is logisch dat die panelen in China worden gemaakt. Ik denk niet dat Nederland daar tegenop kan. Hier krijg je een shake-out.' Minnesma: 'Comparatieve kostenverschillen, dat is les 1 van economie. Zo werkt het gewoon. Ik had die bedrijven graag willen redden, maar dat had ik niet gekund.' Wit ziet in Nederland wel een grote rol voor installatiebedrijven. 'Daar zit ook veel werk.'


In Venlo kijkt Willemsen nog even naar zijn collega's achter hun bureaus. 'Wat gaan deze mensen straks doen? Vooral dat maakt me bezorgd.'


Boxhoorn blijft optimistisch. 'Wie deze fase overleeft, kan ver komen. We staan pas aan het begin.'


Ook buitenland in de problemen

Afgelopen maandag demonstreerden duizenden werknemers uit de zonnesector in Berlijn, omdat de duurzame subsidies worden beperkt. Duitsland was lange tijd hét grote voorbeeld voor duurzaam energiebeleid, maar de huidige conservatief-liberale regering vindt dat het best wat minder genereus kan. Het wordt in elk geval minder aantrekkelijk om grote zonnecentrales te bouwen. De grote panelenbouwer Solon heeft al faillissement aangevraagd, voor cellenfabrikant Q-cell dreigt iets vergelijkbaars. Volgens een topman van elektronicaconcern Bosch is dit 'de doodsteek voor de zonnesector'. In de VS ging vorig jaar al Solyndra failliet, ondanks miljardensubsidies.

Nederland is, juist omdat het altijd heel zuinig is geweest met subsidies, nu in zekere zin een voorloper. 'Het is een natuurlijke markt geworden', zegt Hans Willemsen. 'Mensen rekenen hier nuchter uit dat de panelen ook zonder subsidie een goede investering zijn. In Duitsland zijn ze eigenlijk verwend.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden