essayvakantie

De zomer van 1960, pardon, 2020

Beeld Iris Frankhuizen

Ooit gold logeren bij je oom of tante als vakantie, nu wordt er meer op Thailand gevlogen dan in 1975 op Joegoslavië. En toen kwam de coronapandemie. Hoe we plots weer op vakantie gaan alsof het 1960 is.

Afgelopen december regende het toekomstvoorspellingen, want het tweede decennium van de 21ste eeuw naderde zijn einde. Stel dat iemand toen toevallig ’s werelds eerste betrouwbare glazen bol had uitgevonden, en had gezegd: ‘Ik zie dat in de zomer van 2020 de meeste Europeanen genoodzaakt zullen zijn hun vakantie in eigen land door te brengen, want de meeste grenzen zullen dicht zijn. Vliegtuigen zullen aan de grond staan. Op Schiphol zul je een speld kunnen horen vallen. Bezitters van stacaravans zullen worden benijd. Bij Center Parcs zullen ze de vraag niet aankunnen. Vele in onbruik geraakte tenten zullen uit bergingen tevoorschijn komen. De zomer van 2020 zal weinig overeenkomen met de zomer van 2019, maar des te meer met de zomer van 1960.’

Reken maar dat die glazenboluitvinder voor een gek of een charlatan was versleten. Die charlatan was bij de les gehouden: ‘Voor een dergelijk toekomstscenario moeten éérst overal in Europa populisten de verkiezingen winnen, daarna moeten de heren Salvini en Baudet samen met de dames Le Pen en Weidel de Schengenzone opheffen en vervolgens een einde maken aan de Europese Unie. Een dergelijk scenario voltrekt zich niet in een paar maanden. Een dergelijk scenario mág zich ook niet in paar maanden voltrekken, want voor de zomer van 2020 heb ik mijn vakantie naar Namibië – of naar Cuba, Sri Lanka, Gambia of een andere snel populair geworden verre bestemming – al lang geboekt!’

De toekomst die zich voor onze ogen ontvouwt, is steevast onwaarschijnlijker dan de toekomst die koffiedikkijkers, trendwatchers en fantasy-auteurs zien aankomen. Dat hordes Nederlandse bejaarden in plaats van in Spanje in Thailand zouden gaan overwinteren, Vietnam een populaire bestemming zou worden voor gezinsvakanties en ‘op zijn Hollands kerst vieren’ op Bali doodgewoon zou worden, had ook niemand accuraat voorspeld.

Massatoerisme

Het is snel gegaan met het massatoerisme in de welvarende landen. Eeuwenlang was reizen een voorrecht van een handvol heren en dames met poederdozen uit de allerhoogste klassen die hun koffers nooit zelf inpakten. Op zee had je Columbus, Vasco da Gama en de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Langs stoffige zandwegen trokken wat avonturiers, zonderlingen en rusteloze artistiekelingen met knapzakken – de meeste mensen kwamen een leven lang niet verder dan de markt vijftien kilometer verderop. Tot op de dag van vandaag is dat ongeveer de actieradius van dorpelingen uit de Ethiopische hooglanden, en van vele andere bewoners van minder bevoorrechte delen van de wereld.

Aardig wat oudere Nederlanders kunnen nog vertellen over zomervakanties in de jaren vijftig van de 20ste eeuw. Ze mochten toen bijvoorbeeld een weekje gaan logeren bij een tante in Friesland of een oom in Brabant. Ze werden door hun ouders op de trein gezet en vonden dat een groot avontuur. 

In de jaren zestig nam het autobezit in Nederland spectaculair toe. In die tijd kwam de autovakantie in zwang. In de vroege jaren zestig lag de bestemming meestal nog dicht bij huis, want veel gezinnen waren nog groot waren en veel auto’s nog klein. Wie zes kinderen op één achterbank had zitten, reed niet naar Zuid-Frankrijk.

De gezinnen werden gestaag kleiner en de auto’s gestaag groter, net als de vakantiebudgetten. In de late zestig reden al flink wat Nederlandse gezinnen met tenten op de imperiaal over de Autobahn of de Autoroute du Soleil. In de jaren zeventig kwam de vliegvakantie op, al duurde het nog een paar decennia voor die gemeengoed was. In de vroege jaren van het vliegen waren Mallorca, Kreta en het betreurde Joegoslavië exotische bestemmingen, in 2015 werd er vanuit Nederland meer op Thailand gevlogen dan in 1975 op Joegoslavië.

De bucketlist

Parallel aan de opkomst van de verre reis liep die van het begrip bucketlist. Daarop zetten mensen plekken die ze in hun leven per se gezien willen hebben. Vakantiegangers werden in rap tempo veeleisender. Dat steeds meer plekken voor betalende reizigers bereikbaar werden en reistijden alsmaar lager werden, droeg bij aan een gevoel dat niemand iets hoefde te missen. 

In het verlengde van de bucketlist maakte het literaire reisverhaal plaats voor het servicegerichte reisstuk. In 20ste eeuw lazen mensen overpeinzingen van Cees Nooteboom over plekken waar ze ‘zelf toch wel nooit zouden komen’. In de 21ste eeuw planden velen hun vakantie met hulp van verhalen over plekken waar je yoga kunt combineren met duiken, bij oerwoudbewoners thuis kunt logeren en toch alle comfort hebt, met een jeep die op het vliegveld klaarstaat een stuk wildernis kunt verkennen dat tot voor kort ontoegankelijk was en nog veel meer wat een mens op zijn bucketlist hoort te zetten.

En toen brak in de Volksrepubliek China – ook in Wuhan liepen de laatste tien jaar Nederlandse toeristen rond – een epidemie uit die zich dankzij massaal vliegende mensen snel over de wereld verspreidde.

En nu is het ineens weer 1960. Althans: qua toerisme. Voor de zomer van 2020 worden tantes in Friesland en Limburg benaderd met het verzoek of er neefjes en nichtjes mogen komen logeren, wordt bekeken hoeveel tenten en kinderen in één auto passen en zijn ‘de Peel’ en ‘de Achterhoek’ populaire zoektermen.

Een geluk

Ach, noem het in tijden van pandemieën een geluk dat de wereld ook dicht bij huis zoveel te bieden heeft – dat er voor mensen die elke zomer minimaal vijfduizend kilometer aflegden op vijftig kilometer nog een wereld te ontdekken valt. Nóg een geluk: diverse Volkskrantauteurs kunnen daarbij helpen, auteurs die net als flink wat Nederlanders graag op stap gingen, maar niet zo nodig naar het andere eind van de wereld hoefden.

Want lang niet iedereen ging in het pre-coronatijdperk naar Thailand of Bali. Elk jaar vlogen zoveel miljoen Nederlanders naar verre bestemmingen, maar even zoveel Nederlanders bleven dicht bij huis – vanwege geldgebrek, medische problemen, vliegangst, vliegschaamte, een hekel aan lange reistijden of simpelweg een voorkeur voor moois dat heel dichtbij al te vinden is.

Niet toevallig was de populairste reisjournalist van de Volkskrant jarenlang een wandelaar in eigen land. In het voorjaar van 2017 vertrok Caspar Janssen uit Amsterdam voor een voettocht van anderhalf jaar door Nederland. Het leverde hem overdadige hoeveelheden fanmail en kilo’s aan handige tips op. De Volkskrant dankt er verhalen aan waar lezers in de coronatijd opnieuw hun voordeel mee kunnen doen. Van zulke verhalen diepte de redactie er nog meer op uit de archieven, van heel verschillende auteurs. In deze speciale editie kunt u ze teruglezen, en opnieuw, of voor het eerst, gaan meelopen met Caspar.

Ik wens u namens de hele Volkskrantredactie een fijn Pinksteren en bon voyage, pardon, goede reis.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden