voedselbos zomer

De zomer smaakt zoet in het voedselbos

Een jaar lang keek V mee in voedselbos Ketelbroek, waar boeren niet zaaien en ploegen, maar alleen oogsten. Die tijd is nu aangebroken, in de vierde en laatste aflevering: zomer.

Kees van der Vaart in voedselbos Houtrak. Beeld Mac van Dinther

De smaak van de zomer is zoet. Het is de smaak van snoepjesroze frambozen die met hun overhangende ranken de paden overwoekeren. Maar het is ook de smaak van de eerste zomerappels die friszuur van de boom komen, van kogelronde jostabessen, smeltend zachte moerbeien en donkerpaarse kruisbessen; van pruimen vol sap, mals groen lindeblad, mollige ‘braambozen’ en zuurzoete aalbesjes die als felrode parelkettingen aan de groene struiken hangen. Zomer is de smaak van overvloed.

Ketelbroek, 24 juni

Aan het begin van de zomer bereikt voedselbos Ketelbroek zijn groene zenit. Alle groeikracht die in de lente is gemobiliseerd, komt nu tot uitbarsting. Bomen en struiken zitten vol in het blad. Brandnetels, berenklauw en wilgenroosje schieten omhoog; op sommige plekken moeten we ons met een snoeischaar en geheven armen een weg banen door de groene wildernis.

De zomer van 2019 begint met een hittegolf. Eind juni stijgt de temperatuur tot 30 graden. Het is kinderspel vergeleken met wat ons later deze zomer te wachten staat, maar daarvan hebben we nu nog geen weet. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) kondigt een hitteplan af, in De Horst springen jongetjes vanaf de schutting in het zwembadje in hun tuin.

Met dit weer groeit de bamboe als een dolle, zegt voedselbosboer Wouter van Eck. Scheuten die een week geleden nog maar net boven de grond uitstaken, zijn nu al een meter hoog. We breken de jonge uitlopers af en pellen het buitenblad van de stelen. Het binnenste is bros, sappig en bitterzoet.

De houten bankjes van de ‘kantine’ smoren in de zon. Maar de bomen hebben ogenschijnlijk weinig last van de hitte. De takken van de kroosjespruim kreunen onder het gewicht van jonge pruimen, de nashipeer hangt vol als een zwaar opgetuigde kerstboom.

De frambozen zijn zo rijp dat ze rode vlekken maken op onze broeken als we door de struiken waden. In de Japanse walnoot hangen trosjes groene knikkers, als kokosnoten in een palmboom. En kijk, zegt Van Eck: ‘De hazelnoten komen eraan.’ In de groene struiken hangen rozetjes van jonge noten.

Niet alles gaat goed. Voor appels wordt het een mager jaar. De Discovery, de Lunterse pippeling en de Lentse rode dragen dit jaar nauwelijks vrucht. ‘Misschien toch het gevolg van de late vorst in april.’ Die heeft ook de abrikoos de nek omgedraaid: geen abrikozen dit jaar.

De citrusoogst daarentegen belooft uitbundig te worden. Tussen de puntige doorns van de Mongoolse citroen hangen zes groene tennisballen. Vergeleken met vorig jaar is dat een oogststijging van 600 procent, lacht Van Eck. Toen hing er één citroen aan.

Die nacht zijn we getuige van een zeldzaam schouwspel, als vuurvliegjes hun paringsdans opvoeren in het donkere voedselbos. Het begint met enkele, al gauw zijn het er tientallen. Groene, neonachtige lichtjes knipperen aan en uit, zwevend tussen de bomen en struiken. Het is een magisch gezicht.\

De sumak van herfst tot en met zomer: 29 oktober. Beeld Henk Wildschut
5 november. Beeld Henk Wildschut
19 november. Beeld Henk Wildschut
14 januari. Beeld Henk Wildschut
22 januari. Beeld Henk Wildschut

Ondertussen in Erichem

Terwijl in Groesbeek de frambozen rijpen, staan in het Gelderse Erichem, 60 kilometer verderop, de loodsen van Jeroen Robbers te wachten op iets heel anders: pompoenen. De oogst kan elk moment beginnen, zegt Robbers in een hal zo leeg als een kathedraal op maandagochtend. ‘Over een paar weken staat het hier helemaal vol.’

Voedselbossen hebben het tij mee. Op tal van plekken in Nederland staan al (kleinere) voedselbossen, of liggen plannen klaar om nieuwe aan te planten. In Erichem bijvoorbeeld.

Hier ligt het bedrijf van Jeroen Robbers, de pompoenkoning van Nederland. Wie een pompoen koopt bij Albert Heijn, weet één ding zeker: die komt van Robbers. Had je hem dat dertig jaar geleden gezegd, dan had hij je waarschijnlijk uitgelachen.

Halverwege de jaren tachtig begon Robbers een biologisch moestuinbedrijfje in Erichem. ‘Als echte geitenwollensokkenboer.’ Het was een tijd waarin ze dachten dat het allemaal anders moest.

De praktijk was weerbarstiger. Robbers moest sappelen om rond te komen. Na een paar jaar besloot hij alle andere groenten eruit te gooien en zich alleen nog toe te leggen op pompoenen, die in biologische winkels bezig waren aan een opmars.

De doorbraak kwam toen eind jaren negentig Albert Heijn aanklopte. ‘Ze wilden meer doen met biologische groenten. Een van de groenten die ze hadden uitgekozen waren pompoenen.’ Daarna ging het rap. Het eerste seizoen verkocht hij 25 duizend pompoenen aan Albert Heijn, nu zijn dat er 1,6 miljoen.

Robbers verbouwt zelf 20 hectare pompoenen. Daarbuiten heeft hij nog eens 170 hectare onder contract bij boeren die voor hem telen. Daarmee is hij de grootste van Nederland.

Van geitenwollensokkenboer naar pompoenmagnaat: dat mag je een succesverhaal noemen. Maar dat verhaal krijgt een wending. Dat is de schuld van zijn nieuwe vriendin Alieke, zegt Robbers. Alieke is een stadsmeisje dat er romantischer ideeën over boeren op nahoudt dan hij.

Jeroen Robbers (Erichem) op zijn pompoenakker, waar eind dit jaar een voedselbos wordt aangeplant. Beeld Mac van Dinther

Zij sleepte hem mee naar een voedselboscursus van Wouter van Eck. Met tegenzin, geeft Robbers toe. ‘Ik zag er niet zo veel in.’ Maar gaandeweg raakte hij geïntrigeerd door de verhalen over een landbouwsysteem dat zonder zaaien, spuiten en mesten zichzelf bedruipt. Iets van de oude bioboer in hem werd erdoor geraakt.

Zo kwam hij op het idee om in Erichem een voedselbos aan te planten. Robbers neemt me mee naar een veld waar nu nog groene kabocha-pompoenen groeien. Op deze 4,5 hectare moet het komen, wijst Robbers. Vorig jaar heeft hij al hagen aangeplant. Later dit jaar gaan de bomen en struiken de grond in: appels, peren, noten, nashi’s, kaki’s, kastanjes, hazelnoten, rimpelrozen en szechuanpepers.

Allemaal in keurige rijen. ‘Want het moet natuurlijk wel praktisch blijven’, zegt Robbers, die ook een nuchtere ondernemer blijft. Daarom stelde hij nog één belangrijke voorwaarde: alle soorten moeten in september rijp zijn, zodat ze tegelijk kunnen worden geplukt. Dat bespaart tijd en arbeid.

Het plan is om met de opbrengst ‘voedselbospakketten’ te maken en die in de supermarkt te verkopen, legt Robbers uit. ‘Een soort soepgroentenpakket, maar dan met fruit en noten.’ Robbers heeft Albert Heijn er al over gepolst. ‘Ze vinden het wel leuk.’ Het duurt nog wel even voor het zover is, waarschuwt Wouter van Eck. ‘Ik schat een jaar of tien.’ Waanzin natuurlijk, zegt Robbers. ‘Maar het is een leuk avontuur.’

Ketelbroek, 22 juli

Op het hoogtepunt van de zomer kan in het voedselbos volop worden geoogst. Chef-kok Emile van der Staak van restaurant De Nieuwe Winkel is de afgelopen weken beladen met bakjes en zakjes naar Ketelbroek gekomen.

We hebben bessen geplukt, de licht peperige gele bloemen van de daglelie, zoete vlierbloesems, pittige szechuanblaadjes, geurige bloemetjes van de rimpelroos, massa’s zaden en stengels van de berenklauw (die naar mandarijnschil smaken) en natuurlijk de bladeren van de Chinese mahonie, met de smaak van uiensoep. ‘In China worden die als groente gegeten’, zegt Van Eck.

Vandaag moeten we aan de slag met de kroosjespruim. De overvol beladen bomen laten hun vruchten massaal vallen. Gele pruimen zo groot als duiveneieren liggen als een gespikkeld tapijt op de bosbodem. In een mum van tijd hebben we kilo’s geraapt voor Emiles restaurant. Hij maakt er ijs en zoetzure barbecuesaus van.

‘Elke week komt er nu iets bij’, zegt Van Eck als we zitten uit te puffen in de schaduw. ‘Het grootste gevaar van het voedselbos is dat er fruit op je hoofd valt.’ We delen de eerste rijpe yellow transparant, een oud ras, en een van de vroegste zomerappels. ‘Daar kan geen granny smith tegenop’, zegt Emile.

Ondertussen in Houtrak

Eind juli sneuvelt het ene hitterecord na het andere. In het Brabantse Gilze-Rijen wordt voor het eerst in Nederland de grens van 40 graden doorbroken. Er worden tropenroosters ingesteld, het land zucht onder de hitte.

Maar Kees van der Vaart heeft voor hetere vuren gestaan. De tanige zestiger heeft over de hele wereld gewerkt. In Mexico deed hij aan glastuinbouw, in Japan hielp hij met het herstel van het gebied dat in 2011 werd getroffen door een tsunami, in Zuid-Afrika was hij betrokken bij plannen rond ecotoerisme.

Zijn nieuwste project is voedselbos Houtrak. Aan de rand van Amsterdam, in de oksel van het Noordzeekanaal en het westelijk havengebied, bezit Staatsbosbeheer een lap natuur die wel een opknapbeurt kon gebruiken. ‘Een mooi klusje voor jou, Kees, zeiden ze.’

Van der Vaart werd benaderd door mensen met connecties in de Amsterdamse horeca. Zou het niet mooi zijn, opperden zij, als dicht bij Amsterdam een voedselbos zou komen waaruit restaurants konden oogsten? Van der Vaart was meteen om. ‘Ik zocht naar een thema voor dit gebied. Eetbare natuur vond ik een aaibaar verhaal.’

Er werd een ontwerp gemaakt voor 8 hectare voedselbos. In 2017 gingen de eerste bomen en struiken de grond in. Die staan er nog een tikje armetierig bij. De contouren van een elzen- en meidoornhaag zijn te zien. Verspreid over het veld staan groepjes dwergachtige notenbomen en kastanjes. Er is een kluitje met Japanse kwee, een verzameling appelbomen en een stel nashi’s waaraan zowaar de eerste zandkleurige vruchten hangen.

Verder is het veld vooral bedekt met hoog opgeschoten gras, zuring en distels. Van der Vaart zet een scheef geplant boompje recht. De grond is gebarsten door de droogte. ‘Dit is zware klei. Keihard.’ Hij maakt zich er geen zorgen over. Over twee jaar, voorspelt hij, ziet het er hier heel anders uit. ‘Dan kijk je er niet meer overheen. Dan staat hier een bos.’

Houtrak wordt een publiek toegankelijk voedselbos. De bedoeling is om mensen via het bord de natuur in te lokken, legt Van der Vaart uit. ‘Wat is er nou mooier dan de ene dag iets te eten en de volgende dag te gaan kijken waar het vandaan komt?’

Het voedselbos en de verdere herinrichting van het natuurgebied worden deels bekostigd met de opbrengst van het Groene Schip: een berg afval die is afgedekt met schone grond. En dan zeggen ze nog dat ironie niet meer bestaat.

Vanaf de top van de bult, waar een restaurant moet komen dat ingrediënten uit het voedselbos gaat gebruiken, hebben we een weids uitzicht naar alle kanten: de olieopslagtanks van het Westelijk Havengebied, het Noordzeekanaal dat naar IJmuiden loopt, waar de Hoogovens staan. Draai je een kwartslag, dan zie je de groene Houtrakpolder met het voedselbos in wording. Dat is het mooie van Nederland, zegt Van der Vaart: ‘Als je de andere kant op kijkt, ziet Nederland er ineens heel anders uit.’

8 april. Beeld Henk Wildschut
14 augustus. Beeld Henk Wildschut
24 juni. Beeld Henk Wildschut
7 juli. Beeld Henk Wildschut

Ketelbroek, 29 juli 

Het gras bij de buren van Ketelbroek is voor de verandering eens niet groener, maar geler. Na de snikhitte van afgelopen week liggen de velden er dor en droog bij. En niet alleen hier. Boeren in de Achterhoek en Twente klagen over misoogsten. De maïs verschrompelt op het veld, aardappels verpieteren op de akker, fruit verbrandt aan de bomen.

De Middenbeek die door Ketelbroek loopt, is drooggevallen. ‘Voor het eerst sinds mensenheugenis’, zegt Wouter van Eck zorgelijk. Op de donkere bedding glimt alleen hier en daar nog een plasje vocht. Boeren in de omgeving zijn de afgelopen dagen druk bezig geweest met beregeningskanonnen, in een poging iets van hun gras te redden. Daardoor is er geen water meer over voor de beek.

Ook Ketelbroek heeft last gehad van de hitte. Rampzalig is het niet, meent Van Eck. Maar zichtbaar wel. Een jonge lindeboom die vol in de zon staat, is helemaal vergeeld. ‘Die gaat alvast in de herfststand.’ De blaadjes van de hazelaar, een paar weken geleden nog fris en groen, zijn bruin verbrand en omgekruld aan de randen.

Een jonge kastanje laat zijn bladeren al vallen. Dat is uit voorzorg, legt Van Eck uit. ‘Via de bladeren verdampt het water van de bomen. Als er weinig water is, voorkomen ze dat door hun blad af te stoten.’ Ook in bossen en parken liggen de paden bezaaid met afgevallen blad.

De fuki, het Japans hoefblad in een hoek van het donkere woud, speelt de stervende zwaan. De grote bladeren zijn slap en bruin verkleurd. Die is duidelijk niet bestand tegen deze omstandigheden, concludeert Van Eck. Water geven is geen optie. ‘Hij moet uit zichzelf kunnen overleven. Anders past hij hier niet.’

Wat al een paar weken aan de gang is, wordt nu steeds zichtbaarder: het groeiseizoen is over zijn hoogtepunt heen, de neergang is ingezet. In de groene onderlaag beginnen gaten te vallen. De grassen verdorren, de brandnetels verwelken, het paarse wilgenroosje is uitgebloeid: zijn pluizen dwarrelen als gewichtloze sneeuwvlokken door de lucht.

Uit de dunner wordende haag van brandnetels komt de Japanse kwee tevoorschijn, die lang onzichtbaar was. Tussen de takken beginnen de eerste groene vruchten te rijpen. Nog even en ook de shipova’s zijn rijp. Aan de takken van dit botanische buitenbeentje – een kruising tussen een peer en een lijsterbessoort – hangen trossen peertjes. Shipova’s zijn zeldzaam, zegt Van Eck. Er staan er maar een paar van in Nederland.

Ondertussen in Wisconsin (VS)

Voedselbossen? Leuk hoor, maar daarmee ga je de wereld niet voeden. ‘Met mensen die dat zeggen, ga ik niet eens meer in discussie’, zegt Mark Shepard. Hij leunt achterover op zijn bureaustoel in het kantoortje van zijn boerderij in Viola, Wisconsin. Petje op het hoofd, de blote armen achter zijn nek gevouwen. Voor hem staat een laptop; we spreken elkaar via Skype.

Shepard maakte furore in de wereld van de voedselbossen met zijn New Forest Farm: een op commerciële leest geschoeide voedselbosboerderij. Hij schreef er een boek over: Restoration agriculture – Real-world permaculture for farmers (vertaald als Herstellende landbouw – Agro-ecologie voor boeren, burgers en buitenlui). Naast het werk op zijn boerderij adviseert Shepard bedrijven en geeft hij wereldwijd lezingen.

Shepard (68), geboren in Massachusetts, is van huis uit ecoloog. In de jaren negentig kwam hij tijdens een cursus permacultuur op het idee om een boerderij te beginnen gebaseerd op de teelt van vaste planten.

Met hulp van een projectontwikkelaar kocht hij een 150 jaar oude boerderij in de zuidwestelijke heuvels van Wisconsin, dat bekendstaat als America’s dairyland vanwege het grote aantal melkveehouders. De boerderij was afgedankt, de 45 hectare grond, die vooral werd gebruikt om maïs te telen, was uitgeput en geërodeerd.

Het risico voor de projectontwikkelaar was gering, zegt Shepard. Ook al zou het plan mislukken, de grond werd er niet minder waard door. ‘Tien jaar later liep het zo goed dat ik mijn investeerder kon uitkopen.’

Shepard kent Ketelbroek. Hij is een paar keer in Nederland geweest en heeft daarbij ook het voedselbos in Groesbeek bezocht met zijn wirwar aan planten. Niks tegen Ketelbroek, zegt Shepard. ‘Maar mijn bedrijf ziet er heel anders uit.’

New Forest Farm is geënt op het oorspronkelijke savannelandschap of op bosweiden: weidegronden en akkers tussen stroken bos. Het bos wordt voornamelijk gevormd door eiken en kastanjes. Daartussen groeien lagere fruitbomen (appels, peren, kersen en pruimen) en struiken met hazelnoten, frambozen, bessen en druiven.

Alle bomen en struiken staan in ordelijke rijen, zodat ze gemakkelijk te plukken zijn en Shepard er met zijn trekker tussendoor kan. Op de open stukken tussen de stroken bos teelt hij eenjarige gewassen, zoals granen en pompoenen. Ook laat hij er varkens en koeien lopen, die zich volvreten aan het afgevallen fruit en de noten.

Het uitgeputte land van weleer levert nu weer van alles op, vertelt Shepard. Jaarlijks oogst hij tonnen kastanjes, hazelnoten en groene asperges. Shepard en zijn gezin kunnen er prima van leven. ‘Ik oogst zelfs minder dan ik zou kunnen. Maar zolang ik mijn rekeningen kan betalen, ben ik gelukkig. Ik hoef niet zo nodig harder te werken om meer te verdienen.’

De wereld kan niet worden gevoed zonder eenjarige gewassen met een hoge voedingswaarde, zoals rijst, aardappelen en tarwe, denkt Shepard. Maar die kunnen heel goed worden ingebed in een voedselbos.

‘Het probleem met eenjarigen is dat ze maar een deel van het jaar zonlicht benutten. In de lente zijn de plantjes nog klein, na de oogst ligt het land leeg. Bomen en struiken vangen het hele jaar zon. Als je die tussen je akkers plant, voeg je als boer omzet toe aan je bedrijf, zonder dat het veel extra werk kost. Dat komt economisch heel goed uit.’

Een ander voordeel is: voor maïs en graan heb je vlakke, vruchtbare grond nodig. ‘Voedselbossen kan ik overal aanplanten, ook op hellingen en heuvels waar geen tarwe kan groeien.’

Shepard helpt landeigenaren bij het maken van ontwerpen waarin akkers en weiden worden gecombineerd met bomen en struiken. ‘Ik kan bijvoorbeeld tegen een boer zeggen: laat mij zien wat voor machines je gebruikt. Dan maak ik een opzet waarbij de ruimte tussen de bomen breed genoeg is om doorheen te manoeuvreren.’

Hij heeft het er druk mee, vertelt Shepard. Met een team van acht mensen is hij in het hele land actief om voedselbossen op te zetten. Daarbij gaat het om duizenden hectaren. Veel boeren zijn bang, zegt Shepard. ‘Ze realiseren zich dat zij deel zijn van het probleem.’

Ketelbroek, 19 augustus

Het is mijn laatste bezoek aan Ketelbroek. Als ik Wouter van Eck ophaal in zijn huis op de Horst, zit hij op zijn vertrouwde plekje achter de laptop in de keuken. Op tafel staat een schaaltje vers geplukte shipova’s. ‘Die zijn nu echt rijp.’ Ze smaken zacht en zoet.

Samen lopen we naar het voedselbos, voor de zoveelste keer. Vanaf het plein voor de basisschool klinken kinderstemmen, de vakantie is voorbij. Op het ooievaarsnest bij Ketelbroek zitten alleen nog de ouders; de jonkies zijn al naar het zuiden gevlogen. Voor hen zit de zomer er alweer op.

Na weken van droogte is de hemel eindelijk opengebarsten. De afgelopen dagen heeft het volop geregend, waardoor het land een opkikker heeft gekregen. Ketelbroek ligt er fris gewassen bij. Zelfs het gras bij de buren is weer groen.

Een jaar lang heb ik hier bijna wekelijks rondgelopen. Proevend, kijkend, pratend, plukkend, vragend, me verwonderend. Nooit eerder heeft het weer zo’n grote rol gespeeld in mijn leven als het afgelopen jaar. We zijn natgeregend, hebben kou geleden, zijn door de zon verbrand.

Boeren leven met het weer. Late vorst, te veel regen, te weinig regen, regen op het verkeerde moment: het kan oogsten maken en breken. Wat het weer betreft was het een wispelturig jaar.

Op de kurkdroge zomer van 2018 volgde een zacht najaar. Eind januari was het land bedekt met een laagje sneeuw en vroor het dat het kraakte. Nog geen maand later konden we de korte broek aan bij temperaturen tot boven de 20 graden. Gevolgd door 7 graden vorst in april en een zomer waarin het ene hitterecord op het andere volgde.

Het zijn uitschieters die boeren nerveus maken. Maar gezien de klimaatverandering is het nog maar de vraag of dit soort weerschommelingen in de toekomst uitzonderingen zijn, zegt Van Eck. ‘Extremen worden misschien wel het nieuwe normaal. Wen er maar aan.’

Het voedselbos heeft er betrekkelijk weinig onder te lijden gehad, zegt Van Eck. ‘Wij konden gewoon blijven oogsten.’ Terwijl kale akkers verdrogen in de zon, bieden de bomen in het voedselbos schaduw en houden ze het water vast. De diversiteit aan planten zorgt ervoor dat tegenover tegenvallers ook altijd meevallers staan. ‘Het is een robuust systeem.’

Ketelbroek levert ook nieuwe ontdekkingen op. Zoals de nashipeer, een zandkleurige vrucht die in Japan gewild is, maar ook in het Hollandse klimaat uitstekend blijkt te gedijen. De szechuanbes, een populaire specerij in de Chinese keuken, groeit op Ketelbroek gewoon aan de struiken. En de hartvormige Japanse walnoot doet het zelfs beter dan zijn meer ingeburgerde soortgenoten. ‘Die begint nu al noten op te leveren’, zegt Van Eck.

Het zijn ervaringen die worden meegenomen naar andere voedselbosprojecten zoals in Erichem, Houtrak en Schijndel, waar afgelopen winter is begonnen met de aanplant van een ‘rationeel voedselbos’ van 20 hectare; Schijndel moet aantonen of het mogelijk is volwaardige landbouw te bedrijven met voedselbossen.

Want dat is het doel, benadrukt Van Eck. Voedselbossen zijn het stadium van hobbyboeren of smulbos ontgroeid. ‘Wij richten ons op een transitie in de landbouw.’ Met 350 soorten op 2,4 hectare is Ketelbroek geen blauwdruk, maar een proeftuin en een etalage. ‘Hier kunnen we laten zien dat het kan. Daarmee kunnen we mensen overtuigen.’

Dat verandering nodig is, onderstreept een reeks rapporten die het afgelopen jaar zijn verschenen. In januari pleitte een groep internationale wetenschappers in het gezaghebbende medisch tijdschrift The Lancet voor een ‘Great Food Transformation’: de omslag naar een duurzame landbouw en een gezonder eetpatroon.

Het VN-biodiversiteitspanel IPBES waarschuwde in mei voor de dramatische gevolgen van het uitsterven van soorten door de intensieve landbouw. Onlangs luidden de klimaatdeskundigen van het IPCC de noodklok: de landbouw is niet alleen het slachtoffer, maar ook een belangrijke oorzaak van klimaatopwarming.

Ondertussen stelde een Zwitserse studie dat bomen de wereld kunnen redden. Als we massaal bossen aanplanten, kunnen we de klimaatopwarming binnen de perken houden.

‘We hebben een biodiversiteitscrisis, een klimaatcrisis en een dreigende voedselcrisis’, somt Van Eck op. ‘En we hebben meer bomen nodig.’ Tel dat bij elkaar op en voedselbossen zijn volgens hem een logische uitkomst. Ze dragen bij aan biodiversiteit, slaan CO2 op én produceren voedsel.

Daarvoor komt steeds meer erkenning. Het IPCC noemt agro-forestry (voedselbosbouw) als een van de mogelijke oplossingen voor de toekomst. De Nederlandse minister van Landbouw Carola Schouten heeft in haar recente toekomstvisie op kringlooplandbouw ook een plaatsje ingeruimd voor voedselbossen.

Wat Van Eck betreft mag het sneller gaan. Veel sneller. ‘De urgentie is groot. Ik zeg niet dat alle landbouw voedselbos moet worden. Met 40 procent ben ik al tevreden.’ Dat zal nog wel even duren, weet hij ook. Daarvoor is de weerstand vanuit de conventionele landbouw nog te groot.

We maken ons vaste rondje door het voedselbos, waar de duindoorns diep oranje kleuren in de zon. Rijpe bramen hangen langs het pad, de nashiperen zijn bijna plukrijp. Wouter wijst over het veld, waar rijen appel- en perenbomen boven de brandnetels uitsteken. ‘Een paar jaar geleden was dit nog een zee van onkruid.’

De notenbomen aan de zijkant van Ketelbroek zijn nu zo groot dat ze de rest beginnen te overvleugelen. Langzaam maar zeker krijgt het ontwerp vorm. Als voedselbos zit Ketelbroek nog steeds in de puberteitsfase, benadrukt Van Eck. ‘De kastanje- en notenbomen worden nog 15 meter hoger. Dan begint het pas echt.’ Dit is landbouw van de lange adem.

Als je al die alarmerende rapporten leest, zou je bijna depressief worden, zegt Van Eck. ‘Maar als ik eraan denk hoe wij hier negen jaar geleden zijn begonnen op een kale akker en ik zie waar we nu zijn: dat geeft hoop.’ We slaan een hoek van het pad om. ‘Hé’, zeg ik, ‘de mispels komen er alweer aan.’ Het lijkt pas gisteren dat we er emmers vol van plukten. Maar dat is alweer een jaar geleden. De cirkel is rond.

Een jaar in het voedselbos

Voedsel verbouwen in een bos is misschien wel de landbouw van de toekomst. De Volkskrant volgt voedselbos Ketelbroek een jaar lang op de voet: van herfst tot en met zomer.

Deel 1: ‘Wij zijn luie boeren.’ 

Deel 2: De winter is gekomen, eindelijk.

Deel 3: ‘Het bloesemballet is begonnen.’

Japanse walnoot

De Japanse walnoot (Juglans ailantifolia) stamt uit het oosten van Azië. Het is een vrij snel groeiende notenboom die het goed doet in ons klimaat. De noten hangen in trosjes aan de boom en rijpen in september. Ze blijven iets kleiner dan de bij ons bekende gewone walnoot (Juglans regia). De Japanse walnoot levert hartvormige noten op die romig smaken; ze bevatten een hoog percentage meervoudig onverzadigde vetzuren, de olie die noten zo gezond maakt. Ook de nasmaak is zacht. In het voedselbos vormen walnoten de zogenaamde ‘kruinlaag’: de hoogste laag bomen.

Japanse walnoot in voedselbos Ketelbroek, Groesbeek. Beeld Mac van Dinther

Shipova

De shipova (Sorbopyrus irregularis) is een botanisch buitenbeentje. De boom is een kruising tussen een Europese peer en een lijsterbessoort. De hybride werd voor het eerste ontdekt in Frankrijk, in de 17de eeuw. Hij is vrij zeldzaam. De zaden van de boom zijn onvruchtbaar. De shipova kan alleen worden vermeerderd door het hout te enten. In de zomer groeien aan de boom trosjes kleine peren, die zoet smaken. De shipova in Ketelbroek is afkomstig van een Vlaamse kweker.

Shipova in voedselbos Ketelbroek, Groesbeek. Beeld Mac van Dinther

Duindoorn

Duindoorn (Hippophae rhamnoides) groeit in Nederland van nature in de duinen. De struik is goed bestand tegen woestijnachtige omstandigheden. Duindoorn krijgt in de zomer oranje besjes die rijk zijn aan onder meer vitamine C. Ze smaken zuur. Van de besjes wordt sap of olie gemaakt. Er zijn ook varianten met een iets minder zure smaak. Duindoorn is een tweehuizige struik, wat wil zeggen dat er mannelijke en vrouwelijke planten zijn. De wortels van de duindoorn binden met behulp van bacteriën stikstof in de bodem en zorgen daarmee voor natuurlijke bemesting.

Duindoorn in voedselbos Ketelbroek, Groesbeek. Beeld Mac van Dinther

Uiensoepboom

De Chinese mahonie (Toona sinensis) is in Nederland beter bekend onder de naam uiensoepboom: daarnaar smaken de bladeren van deze boom. De boom komt oorspronkelijk uit Azië en is te vinden in landen als Korea, China, Maleisië, India en Thailand. Daar worden de bladeren van de mahonieboom, die 15 meter hoog kan worden, gegeten als bladgroente of verwerkt tot een kruidenpasta voor in de soep of bij rijst. De bladeren kunnen worden gekookt of rauw worden gegeten. Vooral het jonge blad leent zich daarvoor.

Chinese mahonie in voedselbos Ketelbroek, Groesbeek. Beeld Mac van Dinther
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden