REPORTAGE

De zoektocht van vijf jonge Kosovaren naar een toekomst in het Westen

Dagelijks trekken vele Kosovaren weg uit hun door armoede, werkloosheid en criminaliteit geteisterde land. We reizen mee met vijf jongeren die dromen van een beter leven in Duitsland.

Valon, Astrit, Endrit en Bedri in de trein van Szeged naar Boedapest.Beeld Daniel Rosenthal

Waarom zou je weg willen uit Kosovo? Toen de Albanese Kosovaren in 2008, negen jaar na het einde van de Kosovo-oorlog, hun onafhankelijkheid uitriepen, zou alles anders worden. Alles werd anders, maar niet noodzakelijk beter. Kosovo wordt beschouwd als een paradijs van de georganiseerde misdaad, waarin zowat alles gesmokkeld wordt, van drugs tot vrouwen. Corrupte politici en maffiosi spelen in Kosovo onder een hoedje.

Voor de rest van de bijna twee miljoen Kosovaren zijn de gevolgen van die wijdverbreide corruptie dramatisch. Ondanks de financiële bijstand van de internationale gemeenschap leeft bijna een op de drie inwoners onder de armoedegrens. De werkloosheid is torenhoog. Een enorme exodus is het gevolg. Iedere dag trekken, vooral jonge, Kosovaren de grens over naar Duitsland, naar Zwitserland, naar Nederland, weg uit Kosovo.

Zaterdag 14 februari

18.35 uur
Voor de poort van het immigratiebureau in de Calvarielaan in Szeged, Hongarije, zijn een vijftal jonge mannen de weg aan het zoeken. Hun bagage bestaat uit een rugzakje. In hun schoenen zitten geen veters. Dat moeten wel Kosovaarse vluchtelingen zijn.

En inderdaad. Het gaat niemand wat aan natuurlijk, maar een geheim wil Bedri er nu ook weer niet van maken. Vanmorgen is hij samen met zijn vrienden vanuit Servië illegaal de grens overgestoken. Ze werden opgepakt aan de Hongaarse kant en vroegen politiek asiel aan, ook al zijn ze alleen maar op zoek naar een beter leven.

Politieke asielzoekers moeten in Hongarije binnen 24 uur worden vrijgelaten en naar een - open - opvangcentrum gestuurd. Voor de normaal gesproken uitvoerige procedure hebben de Hongaren geen tijd. Sinds september vorig jaar zijn tienduizenden Albanese Kosovaren de grens overgestoken, meer dan de twintig ambtenaren van het Hongaarse immigratiebureau aankunnen.

Na het afnemen van vingerafdrukken (10) en een verhoor werden Bedri en zijn maten weer de straat opgestuurd. Ze kregen niet eens de tijd om hun veters opnieuw in hun schoenen te steken. En zo kan op de hoek van een straat die genoemd is naar de lijdensweg van Jezus Christus hun zoektocht naar een toekomst hervat worden.

Ga naar volkskrant.nl/kosovo voor een speciaal gemaakte interactieve special met nog meer foto's en geluid.

18.49 uur
'Ze hebben gezegd dat we mogen doen wat we willen', vertelt Bedri, een 24-jarige bouwvakker en student. Hij is de enige van het vijftal die fatsoenlijk Engels spreekt. Op de achterkant van een van zijn papieren heeft een welwillende ambtenaar de weg naar het station getekend.

Bedri begrijpt niet waarom de Europese Unie en Duitsland de deuren voor Kosovaren gesloten houden: 'Waarom zijn wij het enige volk dat een visum nodig heeft? We zijn amper met twee miljoen.' Maar dat visum gaat hen niet tegenhouden. Hij lacht.

Voor vluchtelingen die al enkele dagen op pad zijn, zien Bedri en zijn maten er opvallend verzorgd uit. Voor hun tocht hebben ze duidelijk hun beste kleren aangetrokken.

18.52 uur
Er komt een taxi aangereden, maar de Kosovaren zijn niet geïnteresseerd. Van de politie hebben ze een papier gekregen waarmee ze 24 uur lang gratis mogen reizen. Ze gaan de trein nemen, voor de eerste keer in hun leven. Treinen rijden er niet in Kosovo.

19.50 uur
Vanuit de trein naar Boedapest wordt gebeld met het thuisfront. Hun familie hoeft zich niet ongerust te maken. Alles is onder controle. Of toch bijna. Sefuliah, een 29-jarige boer, kan zijn ogen niet van de foto's op zijn mobieltje houden. Hij mist zijn vrouw en drie dochters.

20.43 uur
Bedri laat op zijn mobieltje foto's zien van hun tocht. Twee dagen geleden zijn ze vanuit hun dorp in de buurt van Malishevë vertrokken. Het was hun eerste buitenlandse reis. Alleen in Albanië waren ze al eerder geweest, maar voor een Albanese Kosovaar is dat eigenlijk niet het buitenland.

Via Prizren en Pristina reden ze met de bus naar de Servische hoofdstad Belgrado. Hoewel Servië het door de Albanezen gedomineerde Kosovo niet erkent, mogen Kosovaren er sinds enige tijd vrij rondreizen. In de buurt van het Noord-Servische Subotica staken ze zaterdagmorgen de bosrijke grens over. Vijf uur waren ze onderweg. Slechts eenmaal moesten ze op hun telefoon hun navigatiesysteem inschakelen.

Foto van de voettocht over de grens van Servië naar Hongarije.Beeld Daniel Rosenthal

20.54 uur
Op 21 december vorig jaar gaf Bedri zijn baan op. Zijn baas wilde dat hij bleef. 'Jij bent sterk, blijf hier', zei hij. Ook zijn ouders en zijn broer waren niet enthousiast over zijn vertrek. Ze wilden dat hij eerst zijn studie economie zou afmaken. Maar Bedri had er genoeg van. Als bouwvakker verdiende hij 14 euro per dag.

Zijn kameraden verdienden nog minder. Astrit (32), de oudste van het gezelschap, met journalistendiploma, verdiende als loodgieter ongeveer 150 euro per maand. Niet veel, maar het is nog altijd meer dan Bedri's neef Endrit (18), een blonde jongen die het als meubelmaker met ongeveer 5 euro per dag moest stellen. 'Dat is niet eens genoeg om koffie van te drinken.' Valon, die er jonger uitziet dan zijn leeftijd (19), kan niet eens werk vinden. Daarvoor moet je in Kosovo connecties hebben, of geld.

21.49 uur
Ze zijn ervan overtuigd dat Duitsland hun asiel zal verlenen. Ze geloven niet dat ze zullen worden teruggestuurd. 'We zien wel wat er gebeurt, we hebben niets te verliezen.'

21.55 uur
Endrit is tegen de schouder van Bedri in slaap gevallen. 'We zijn doodmoe. We hebben slaap nodig.'

Bedri en Endrit.Beeld Daniel Rosenthal

22.08 uur
De trein komt aan in het Nyugati-station van Boedapest. Voor sightseeing is geen tijd. Bedri: 'Waar kan je in het station een ticket kopen?'

22.37 uur
Onderweg van Nyugati naar het Keleti-station worden selfies gemaakt. Ze hebben nog nooit in de metro gezeten. In de tram ook niet. Alles is nieuw.

Beeld Daniel Rosenthal

22.49 uur
Na aankomst in Keleti willen ze onmiddellijk verder reizen, maar dat kan niet. Op dit late uur zijn er alleen treinen naar Boekarest en Sighisoara, en dat zijn niet bepaald bestemmingen waar de Kosovaren van dromen. Naar Duitsland is er pas een trein in de vroege uurtjes. Hij rijdt via Dresden en Berlijn naar Hamburg.

Bedri: 'Laten we naar Hamburg reizen, dat ligt het dichtst bij, niet? Ligt Berlijn dichterbij? Dan nemen we Berlijn.'

168 euro kost hun ticket. Sefuliah heeft afgehaakt. Hij wil naar zijn broer in Zwitserland.

22.58 uur
Bedri: 'Zouden we niet beter naar München reizen?' De juffrouw aan het loket schudt het hoofd: 'Ik snap er niets meer van. Een minuut geleden wilden jullie naar Berlijn, en nu naar München. Wat willen jullie eigenlijk?'

'Ach, laat maar zitten', zegt Bedri. 'We zien wel.'

23.25 uur
Bedri: 'We gaan het riskeren. Ik hou van risico's. We hebben niets te verliezen.'

Tot aan het vertrek is het nog welgeteld zes uur.

23.57 uur
Op zoek naar de receptie van Baross City Hotel (drie sterren) staan ze voor het eerst van hun leven in een lift. Er is geen plaats meer, net als in de rest van de betaalbare hotels. Of ze willen er geen Kosovaren, dat kan ook.

Maar Bedri, die overal het woord voert, maakt er geen probleem van. Zelfs als hij wordt afgescheept, blijft hij met twee woorden spreken. 'Oké', zegt hij, 'dank u wel en goedenacht.'

In Boedapest, op zoek naar een goedkoop hotel.Beeld Daniel Rosenthal

Zondag 15 februari

00.36 uur
Het is koud op het terras van Istanbul Kebab Non-Stop. Maar wat kunnen ze doen? In het Montenegrijnse restaurant ernaast mogen ze alleen blijven als ze iets te eten bestellen. 'Sorry, mijn baas wil het zo', zegt de kelner. Buiten wordt Bedri aangesproken door een prostituee. 'Do you want me?' Bedri: 'In Saoedi-Arabië zou ze gedood worden omdat ze het leven van mannen vernietigt.'

03.25 uur
In eethuis Karaván Török Büfé heft een straalbezopen klant met een gitaar de bekendste hit van System of a Down aan: 'Such a lonely day, but it's mine, the most loneliest day of my life.'

Het lukt niet, zijn mond zit vol kebab. Verwonderd aanschouwen de Kosovaren het tafereel. Bedri, nadat de dronkaard is vertrokken: 'Nu weten jullie waarom Allah alcohol heeft verboden.'

04.47 uur
De EC 147 naar Berlijn staat klaar op het perron. De spanning neemt toe. Bedri: 'We gaan in Duitsland asiel aanvragen. Hoe ver is het van Dresden naar München?'

05.06 uur
Bedri gaat in de trein met zijn gezicht naar het oosten zitten. Het is vijf uur geweest. Hij legt zijn rugzakje op zijn knieën en begint te bidden. Zijn kameraden doen niet mee. Zij zijn 'vuil'. Ach, hij durft ook weleens een sigaretje te roken, maar alcohol raakt hij niet aan.

07.01 uur
De trein rijdt door de Slowaakse Donauvlakte. Iedereen is in slaap gevallen.

7.55 uur
In de buurt van Bratislava probeert Valon, de jongste van het gezelschap, de schuifdeur van hun coupé open te dúwen. Iedereen lachen. Het gaat goed. Er is geen politie te bespeuren.

9.50 uur
De broer van Bedri belt vanuit Zwitserland. Hij kan niet geloven dat ze al in Tsjechië zijn. Bedri: 'Hoe zeg je in het Duits: 'Waar is de uitgang?''

Beeld Daniël Rosenthal

10.25 uur
Misschien kunnen ze toch maar beter niet tot in Berlijn reizen. Vanwege de toevloed van Kosovaarse vluchtelingen is de Duitse politie in opperste staat van paraatheid. Bedri heeft een idee: 'Kunnen we ons niet in het toilet verstoppen?'

11.25 uur
Bedri, Endrit, Valon en Astrit gaan samen hun handen wassen. In de restauratiewagen staat een broodje met kip en frites op hen te wachten. Ze hebben razende honger. Sinds hun aankomst in Boedapest hebben ze niet meer gegeten.

11.28 uur
Er wordt gebeld. In Pilzen, niet ver van de Duitse grens, zal iemand hen komen ophalen. In Praag zullen ze overstappen. Alleen Astrit wil per trein doorreizen naar Duitsland.

11.39 uur
Bedri, nog altijd in de restauratiewagen: 'Ik ben benieuwd hoe die hele geschiedenis gaat aflopen.' Tot Praag is het nog een half uurtje.

Beeld Daniël Rosenthal

11.49 uur
Er komt een groep Tsjechische politiemensen de restauratiewagen binnen. Controle. 'Mogen we uw papieren zien, alstublieft?'

Bedri, Endrit, Valon en Astrit zijn als door de bliksem getroffen. Verbijsterd staren ze voor zich uit. Dit hadden ze niet verwacht. Toch niet in Tsjechië.

'We willen naar Duitsland', zegt Bedri ten slotte. 'Ik wil er mijn studie afmaken.'

'Studeert u dan in Duitsland?', vraagt de politieman.

'Nee, in Pristina.'

Beeld Daniel Rosenthal

12.17 uur
De EC 147 komt aan in Praag. Bedri, Endrit, Valon en Astrit worden geboeid naar buiten geleid. Tot Berlijn is het nog 359 kilometer.

Beeld Daniël Rosenthal

22.10 uur
Bedri stuurt via Facebook een selfie door. Achter hem zijn tralies te zien.

Kosovaarse vluchtelingen op een politiebureau in Szeged, Hongarije.Beeld Daniel Rosenthal
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden