De zin van verdriet

Geluk vinden we vanzelfsprekend. Met verdriet kunnen we slecht overweg en slachtoffers worden gemeden. Maar zij laten zich steeds meer horen....

WELLICHT HADDEN de tekstschrijvers van Margaret Thatcher voor de ontmoeting met Trevor Hicks beter een andere zin kunnen bedenken dan: 'Zorgt u deze kerst wel goed voor de familie?' Zeker gezien het feit dat de kinderen van Hicks een paar maanden daarvoor bij de ramp in het Hillsborough-voetbalstadion waren doodgedrukt. Thatchers onhandigheid is niet uniek. Hoeveel ouders zullen zich niet herkennen in het verhaal van de moeder die zes weken na de schietpartij waarbij haar zoon om het leven kwam een kennis tegenkwam die vroeg of ze niet blij was 'dat het nu een beetje gezakt was'.

We hebben geen idee hoe we op een beetje aardige manier moeten omgaan met verdriet en slachtoffers. Zó onzeker zijn we daar tegenwoordig over dat er een recentelijk een SIRE-reclame aan te pas moest komen. In 'Een verlies verwerken kan niemand alleen' kreeg de krantenlezer een raadseltje op: bij de tekening van twee evenwijdige verticale lijnen met halverwege de rechter een bobbeltje, stond de tekst: 'Wat is dit?' Antwoord: 'De buurvrouw die niet weet hoe ze een nabestaande gedag moet zeggen, achter een lantaarnpaal.'

Toen Gods wegen nog ondoorgrondelijk waren, hoorden rampen en persoonlijke drama's gewoon bij het leven. We hoefden ons niet af te vragen waarom ze zich voltrokken, want we vertrouwden erop dat God er in Zijn wijsheid wel een bedoeling mee zou hebben. Maar sinds eind jaren zestig het begrip 'de maakbare samenleving' werd geïntroduceerd, zijn we in toenemende mate gaan geloven dat we ons leven in eigen hand hebben. Geld, studie, baan. Maar ook relaties, het krijgen van kinderen en zelfs de dood. Geluk hebben bestaat niet meer, geluk is iets dat we kunnen eisen, waar we recht op hebben. En pech is een aantasting van menselijke grondrechten.

Door ellende wordt dat geloof in de kern aangetast. Sterker nog, het is een soort verraad. Waar perfectie de norm is, wordt verdriet een afwijking. Slachtoffers zijn mensen die ons wijzen op het feit dat we ons vasthouden aan schijnveiligheid, en dat het wel degelijk mogelijk is dat slechte dingen gebeuren met goede mensen. Dat je je kind 's ochtends afzet bij de crèche en 's middags terugziet in het mortuarium, zoals de ouders van de schietpartij in het Schotse Dunblane overkwam.

We zien het op de televisie, in Dunblane, Volendam, Enschede, India. En om de orde te herstellen, de controle terug te krijgen, hebben we een grote behoefte iets overzichtelijks te doen. Iets waardoor het slachtoffer niet meer verdrietig is, waardoor hij gered wordt en wij onze zekerheid terugkrijgen. We willen het oplossen, zodat het net lijkt alsof het niet gebeurd is. Dus organiseren we een Stille Tocht, stellen een minister aan die geld uittrekt voor Geweldloze Zones en debatteren we heftig over hoe het zo gekomen is en welke regels we kunnen bedenken om te voorkomen dat het zich herhaalt. Alles om ons maar niet te hoeven realiseren dat shit happens en dat we niet machtig genoeg zijn om te zorgen dat het noodlot aan onze deur voorbij gaat.

En zo behandelen we slachtoffers dan ook. Als gehandicapten of mensen met een enge ziekte. We willen er best een televisieactie voor organiseren, maar handschoenen aan voordat je ze aanraakt. Het zou wel eens besmettelijk kunnen zijn. En dus gaan we niet meer zelf langs met een pannetje soep of een sterke schouder, maar hebben we mensen aangesteld die namens ons de Zeven Werken van Barmhartigheid uitvoeren. Moraliteit op de Nederlandse manier: door organisaties en clubs. Vroeger waren het de kerken, nu zijn het Slachtofferhulp, de Riagg's, het Instituut voor Psychotrauma. Nuttige instanties die er ook zeker moeten blijven, maar met hun bestaan hebben we het troosten geprofessionaliseerd. En weten we nauwelijks meer hoe we dat zelf moeten doen. Natuurlijk hebben we de boeken gelezen, weten we van stadia en stappen en spreken we de taal der therapeuten. 'Praten helpt', zeggen we. Zolang wij er maar zo weinig mogelijk naar hoeven luisteren, denken we er achteraan. Tientallen hulpverleners sturen we naar Volendam, we trekken miljoenen uit voor opvangruimtes en zorgen dat niemand valt zonder dat hij door deskundige handen wordt opgevangen. Zeer te prijzen, maar ook een manier van afkopen. Een moderne vorm van aflaat.

Daar willen we best voor betalen. Mits slachtoffers zich aan de regels houden. Netjes de vijf stappen van het verwerkingsproces (ontkenning, wanhoop, woede, verdriet en acceptatie) in goede volgorde aflopen. Zonder al te veel uitschieters, zeker niet in het openbaar en graag een beetje snel. Een jaar, hooguit, één keer alle seizoenen, en dan graag niet meer zeuren. En dat is dan nog op persoonlijk niveau. Hoe meer afstand, hoe sneller we verveeld doorzappen. 'Hè get, niet weer Enschede.' Want leed leest, maar liever willen we ter bestrijding van onze eigen angst toch horen dat het uiteindelijk allemaal weer goed komt. De Oprah Win.het was erg, maar ik heb ervan geleerd en nu ga ik gelouterd en gelukkig door het leven. Dat is beter te verteren dan verhalen over middernachtelijke paniek, (zelf)moordgedachten en verbijstering.

De laatste jaren zijn er steeds meer slachtoffers die niet verpletterd op de bank gaan zitten, maar van zich afbijten. Woedend ageren vooral de ouders van 'zinloos geweld'-slachtoffers tegen de overheid, de rechtspraak, de politie, de media. Ze eisen schadevergoedingen, genoegdoening, verandering van het juridisch proces. Iémand, zeggen ze, moet schuldig zijn. Want als er geen reden is, is er geen zin. En zinloosheid, vooral als die het leven gekost heeft van een geliefde, is bijna onmogelijk te verteren.

Maar dat is een psychologisch proces, en overheden denken in geld. Dus ontkennen die zo lang mogelijk elke verantwoordelijkheid. Want voor je het weet, krijg je een proces aan je broek en zit je vast aan huizenhoge schadeclaims. Meestal lukt dat makkelijk, omdat er altijd wel een slordige vuurwerkfabrikant of caféhouder is waar je de zwarte piet naar kunt doorschuiven. Maar helpen doet dat niet.

Slachtoffers blijven doorgaans lang kwaad, eisen jaren na een neergestort vliegtuig nog steeds excuses, vergoedingen, openheid van zaken. Zelfs als alles al boven water is. Omdat het daar natuurlijk niet over gaat. Woede van slachtoffers heeft altijd een diepere reden dan alleen de te lage straf van de dader, de onwil van de politie op zoek te gaan, de manier waarop ze door de rechterlijke macht aan de kant zijn geschoven. Ze ageren tegen het gebrek aan erkenning. Tegen onze onwil werkelijk tot ons te laten doordringen hoe ze zich voelen en daar de bijbehorende medemenselijkheid tegenover te zetten. Maar omdat het gênant is te vragen om een arm om je heen, doe je het op de moderne manier en huur je een letselschade-advocaat in. De andere partij is al niet veel anders: vooral niet aardig doen, want je weet nooit of dat niet zal worden uitgelegd als een teken van schuld. En zo draaien menselijke verhoudingen, die toch al belast waren door ons onvermogen tot troosten, nog verder vast.

Vandaar dat ik zou willen pleiten voor de invoering van morele verantwoordelijkheid. 'Sorry' zeggen, niet als teken van juridische aansprakelijkheid, maar als erkenning van het leed en, om een oud woord uit de kast te halen, van solidariteit. En dat geldt niet alleen voor de overheid, maar - 'de maatschappij, dat ben jij' - ook voor ons, de gelukkigen aan wie de gifbeker deze keer voorbij gegaan is. 'Sorry' als brug tussen het slachtoffer en de rest van de wereld en andersom. Niet alleen uit aardigheid en ter voorkoming van 'Amerikaanse toestanden', maar uiteindelijk ook omdat we onszelf zo toegankelijk maken voor wat slachtoffers bij te dragen hebben. En dan heb ik het niet alleen over kennis van de hel, maar ook over de conclusies die sommige slachtoffers daaruit trekken.

Bij een onderzoek van de Universiteit van Harvard naar de vraag of de gedrevenheid van toenmalig president Kennedy wellicht met meer te maken had dan met een ambitieuze vader, lichtten de wetenschappers Kennedy's klasgenoten door. Ze ontdekten dat de mensen die net als de president vreselijke dingen hadden meegemaakt in de oorlog, zes keer vaker voorkwamen in de Who is who dan klasgenoten die nooit iets vervelends was overkomen.

Wie weet wat de slachtoffers van nu nog aan positiefs kunnen bijdragen. Als we ze de kans geven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden