De zeven hoofdzonden van de journalistiek

De 'pedagogische' taak van de media is cruciaal voor de kwaliteit van een democratie. Volgens Frits Bolkestein heeft die echter te lijden onder de zeven hoofdzonden van de journalistiek....

IN de media staat de tijd nooit stil. Er is nieuws 24 uur per dag en zeven dagen in de week. Er zijn vele televisie en radiozenders en vele dag- en weekbladen. En er is internet. Deze groei veroorzaakt grote druk. Het gevolg is dat de berichtgeving versnippert en wordt onderworpen aan het primaat van het sensationele: er heerst een slag om de consument. Dat gaat ten koste van zorgvuldigheid en gedegen achtergrondinformatie.

De eerste paradox is dat de toename aan verscheidenheid van de media leidt tot eenvormigheid van de nieuwsselectie. Meer media leiden niet tot veelzijdige selectie maar tot méér van hetzelfde. De macht van de televisie veroorzaakt dat verslaggeving zich steeds meer richt op beelden en steeds minder op feiten. De geschreven media worden meegezogen in de ratrace en brengen verhalen die het beeld bevestigen.

Een tweede paradox is dat de groei van de media niet leidt tot veelzijdige eigendomsstructuren maar tot concentratieverschijn selen. In Nederland behoren vijf grote dagbladen (de Volkskrant, NRC Handelsblad, Algemeen Dagblad, Trouw en Het Parool) tot één eigenaar, PCM. Er is een gevaarlijke situatie ontstaan. Zo zijn de Volkskrant en NRC Handelsblad directe concurrenten van elkaar en men kan Trouw en Het Parool beschouwen als indirecte concurrenten. Het AD zit in het segment van de meer populaire kranten, maar het dagblad uit Rotterdam verliest terrein. Een andere krant in nood is Het Parool. Tot nu toe konden De Volkskrant en NRC Handelsblad met hun jaarlijkse groei de verliezen van AD en Parool opvangen maar sinds kort is de rek uit de groei van kwaliteitskranten. Vier titels van de Perscombinatie verliezen lezers. Alleen Trouw beleeft een bescheiden groei. De grote dagbladen van Nederland zitten dus in een boot die water maakt. Elkaar lezers afsnoepen leidt slechts tot interne kannibalisatie.

De groei van de media én de concentratie van eigendom heeft direct gevolgen voor de kwaliteit van de democratie. In een democratie besluiten de gekozenen op basis van de informatie die onder andere via publieke kanalen komt. Kiezers doen hun keuze mede op grond van de informatie via de media. In principe hebben de media een 'pedagogische taak'. In de praktijk is dat niet altijd het geval wegens de zeven hoofdzonden van de journalistiek.

1. Slecht checken. De berichtgeving moet snel gebeuren. Zij loopt daardoor het risico oppervlakkig en onzorgvuldig te worden. Een essentieel uitgangspunt van journalistiek werk is dat feiten worden gecontroleerd bij van elkaar onafhankelijke bronnen. Vaak heeft men daar geen tijd voor en neemt een journalist iets klakkeloos over. Hij kan zelfs bevreesd zijn dat de grondslag voor het verhaal wegzakt door de double check. De leidraad wordt dan: don't confuse me with new information!

2. Weinig respect. Een belangrijk journalistiek beginsel is hoor en wederhoor. Door tijdsdruk of onwil wordt dit niet zelden uit het oog verloren. Vaak bericht men over iemand zonder hem of haar zelf te horen of de betrokkene de kans te geven zich te verdedigen. Er is zelfs een journalistiek machismo: de verleiding iemand 'af te branden' is groot. Het niet toepassen van het principe van hoor en wederhoor is een democratisch verzuim.

3. Beelden. De journalist richt zich meer dan ooit op beelden omdat die meer zeggen dan woorden. De inhoud van het onderwerp wordt soms volledig uit het oog verloren als men die té ingewikkeld vindt of té moeilijk. Verslaggeving beperkt zich vaak tot beelden en uiterlijkheden. Het gaat er niet om wat iemand zegt maar hoe hij eruit ziet (ouderwets kapsel, spleetje tussen tanden) of hoe hij of zij overkomt (aardig, arrogant, amusant). Het atmosferische regeert.

4. Relletjes. In de slag om de beelden worden relletjes steeds belangrijker omdat ze amusementswaarde hebben. Er is dan ruzie en dat trekt aan: Jantje heeft ruzie met Pietje en wat vindt Marietje ervan? Deugt Jantje of deugt Pietje? Journalisten zijn niet zelden instrumenteel in het aanwakkeren van het relletje omdat ze dan 'goed scoren' bij hun bazen die denken dat 'ruzie' beter verkoopt. De vraag waar het om gaat, blijft meestal onbeantwoord.

5. Slechte opleiding. Vakmanschap is in de media steeds minder te vinden. De scholing van journalisten laat veel te wensen over. Dat heeft te maken met het kwalitatieve verval van het Nederlands onderwijs. Decennia lang is aandacht voor geschiedenis verwaarloosd. Intussen komt men daarvan terug en moeten jaartallen weer worden geleerd. De schade is zichtbaar. Een Kamerlid dacht ooit dat Willem van Oranje in Dokkum was vermoord. Ook de journalistiek kampt met een kennistekort. Een journalist moet snel de essentie van een dossier kunnen samenvatten. Maar de boodschapper begrijpt dikwijls zelf de materie niet zodat hij die ook niet goed kan overbrengen.

6. Intellectuele bangheid. Journalisten die wél voldoende historische, politieke of economische kennis van zaken hebben, bezitten niet altijd een kritische geest. Men is niet opgewassen tegen de tijdgeest en is veiligheidshalve conformistisch. Erger: journalisten worden bewakers van de politieke correctheid, van wat men 'behoort te denken'. Ze ontpoppen zich tot de agenten van het correcte denken. Wie anders denkt, krijgt het predikaat 'rechts' of 'a-sociaal' toegedicht. Tegen de tijdgeest ingaan, vereist een zekere burgermoed. Men moet altijd kritische vragen stellen, ook als het gaat om een 'goede zaak'. Zelf onderwerping aan intellectueel eenheidsdenken is de capitulatie van de journalistiek.

7. Slechte betaling. Journalistiek wordt te veel gezien als een roeping uit idealisme en daardoor te weinig gehonoreerd. Het inkomen van gezichtsbepalende journalisten (de televisie buiten beschouwing gelaten) staat niet in verhouding tot hun belang voor het democratisch bestel. Kwaliteitsgebonden journalistiek vereist een brede kennis en ruime ervaring en is te vergelijken met beroepsgroepen als advocaten, politici of bestuurders. Journalistiek is in zeker opzicht een publieke taak. Toch blijft de beloning ver achter omdat journalisten vallen binnen een té eenvormige CAO structuur die te veel is gebaseerd op anciënniteit en te weinig op individuele kwaliteit. De inkomensverschillen zijn te gering.

De kwaliteit van de democratie (de informatie, het debat en het besluitvormingsproces) lijdt onder de zeven hoofdzonden van de journalistiek. Want ze hoeft zich niet te verantwoorden voor vergissingen of grove beroepsfouten. Dat is geen gezonde situatie. Toch zijn er remedies om de media verantwoordelijk te maken.

1. Het invoeren van 'journalistieke verantwoordelijkheid'. Hoge bomen vangen veel wind en publieke figuren moeten tegen een stootje kunnen. Maar soms worden in de media beschuldigingen geuit die niet door de feiten worden gestaafd. Reputaties worden beschadigd en mensen mentaal verwond. Het kwaad is geschied maar de aanstichter blijft gewoon zitten. Het zou beter zijn indien een hoofdredacteur ingeval van ernstige beroepsfouten van het door hem of haar bestuurde medium (valse beschuldigingen van een strafbaar feit, systematische eerroof) zou aftreden. Sommige kranten hebben een Ombudsman. Er is een Raad voor de Journalistiek. Maar die zijn onvoldoende om de tekortkomingen teniet te doen. De hoofdredacteur is de baas. Hij is verantwoordelijk. Als het mis gaat, moet hij gaan.

2. Het recht op antwoord. Bij een beschuldiging die de integriteit van een persoon treft zou de beschuldigde het recht op antwoord moeten hebben. Nu ontbreekt dat en heeft het lijdend voorwerp weinig kansen op verdediging. Hij wordt eerst aan de schandpaal genageld en mag daarna een 'kort commentaartje' geven. Dat recht op antwoord zou moeten worden gepubliceerd op de plaats in het medium waarop de aantijging werd geformuleerd. Dit geeft gelijkheid van wapens.

3. Gedegen scholing. Er is een betere opleiding voor journalisten nodig waarbij historische, politieke en economische feitenkennis voorop staat. Scholen voor de Journalistiek moeten hun leerprogramma afstemmen op feitenkennis en analytisch vermogen omdat ze anders geen enkele meerwaarde hebben. Met klets- en knuffelvakken maak je therapeuten, geen journalisten. Nu doceren de meeste Scholen voor de Journalistiek ten hoogste enkele historische hoofdlijnen na 1945. Maar men kan de huidige wereld niet begrijpen zonder gedegen kennis van ten minste de historische, politieke en economische ontwikkelingen sinds de Franse Revolutie. Een journalist zonder historisch besef is zoiets als een blind paard.

4. Het invoeren van grotere inkomensverschillen in de journalistiek met daarbij vooral een hogere beloning voor kwaliteitsjournalisten. Het medium moet journalisten met kennis en ervaring kunnen binden om de kwaliteit van de informatie en analyse op peil te houden.

De pers moet vrij, onafhankelijk en kritisch zijn. Maar de pers heeft ook een verantwoordelijkheid ten opzichte van de individuele burger en van de democratische rechtsorde. Dit betekent dat er prikkels moeten zijn om nauwkeurigheid, gedegenheid en het respect voor burgerlijke vrijheden te bevorderen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden