De zes en het geheim van Antwerpen

Met lef en flair bestormden zes in Antwerpen opgeleide modeontwerpers de catwalks. Een van hen, Walter Van Beirendonck, heeft nu een expositie samengesteld voor de jubilerende opleiding.

Op een snikhete septemberdag staat Walter Van Beirendonck in een geruite korte broek en dito blouse met de armen over elkaar te kijken hoe er leven én vorm komt in iets onbestemds aan het rijzige lijf van een paspop. Dat blijkt bij nader inzien een opblaasmantel te zijn. Die mantel, van handbeschilderde latex, stelt in opgeblazen toestand een doodshoofd voor. 'Blow job' van Manon Kündig, afstudeerlichting 2012, is het sluitstuk van de expositie in MoMu, die Van Beirendonck samenstelde ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van de modeafdeling van de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen.


De vraag of die schedel, vanitassymbool bij uitstek, als een stichtelijk nawoord of een ironisch uitroepteken moet worden opgevat, blijft vandaag in de lucht hangen. We mogen blij zijn dat Van Beirendonck zich even vrij kan maken en er tijd is voor een korte rondleiding door de expositie in aanbouw. Straks wordt hij alweer in Museum aan de Stroom verwacht, waarvoor hij die andere jubileumvoorstelling, over 350 jaar kunstacademie, maakte. Wie een beetje bekend is met het handschrift en de staat van dienst van de modeontwerper met de beringde vingers en de intussen grijs geworden baard, weet dat addertjes onder het gras en steken onder water erbij horen. En ook dat die steevast van het goedmoedige soort zijn. Biker en teddybeer ineen, kun je van hem zeggen.


Zoals hij van zijn grafische evenbeeld een koddig beeldmerk maakte, zo speels en geraffineerd - fantasievol, kleurrijk, uitbundig, ambachtelijk, sexy, geëngageerd, humoristisch - zijn ook zijn (mannen)collecties.


Hij is samensteller en onderwerp van het verjaardagsoverzicht. Zijn curriculum vitae loopt in meer dan één opzicht gelijk op met de opkomst en bloei van de Antwerpse modeopleiding die in 1963 werd opgericht. Hij studeerde af in 1980, werd in 1985 door docent Marthe van Leemput gevraagd les te komen geven (ontwerpen aan eerstejaars) en volgde in 2007 Linda Loppa op als hoofd van de afdeling. 'Ik had die ambitie helemaal niet om les te geven', zegt hij. 'Maar ik genoot ervan, deed het graag en ben het blijven doen.'


En natuurlijk hoort Walter Van Beirendonck (1957) tot de fameuze Antwerp Six. Dat label kreeg het olijke clubje van zes Belgen opgeplakt door de Engelse modepers vanwege hun moeilijke namen. In 1988 maakten ze met lef en flair de oversteek naar Londen om zich daar op de British Designer Show te laten zien. 'Een heel spontane beslissing was dat, genomen op grond van ambitie. We hadden het gevoel dat we opgesloten zaten in België. Wat er in de pers over ons verscheen, kwam door de taalbarrière niet verder dan Nederland. En we wilden vooruit, we wilden echt de stap zetten naar het buitenland.'


De internationale doorbraak van Ann Demeulemeester, Dries van Noten, Dirk Bikkembergs, Dirk Van Saene, Marina Yee en Walter Van Beirendonck bracht op de eerste plaats persoonlijk succes en mooie carrières - voor de een wat meer dan voor de ander. Maar het betekende net zo goed een keerpunt voor de modeopleiding, de nu 50-jarige. Het straatrumoer rond de Zes - of zeven, want de illustere Martin Margiela hoorde er min of meer ook bij - had het effect van een aansporing die lastig te negeren viel. Buitenlandse modestudenten wilden niets liever dan naar Antwerpen; eerst kwamen de Nederlanders, daarna ook Duitsers, Italianen, Japanners, zegt Van Beirendonck.


Walter en kornuiten hebben kortom wat teweeggebracht. Al tijdens hun schooljaren drukten ze een stempel op de gang van zaken. Terecht dus dat er een aparte kamer aan hen is gewijd in het MoMu - voorzien van een nostalgische soundtrack van Ramones, Adam and the Ants, Ian Dury, Grace Jones. Al proef je ook enige distantie, om te beginnen bij de rondleidende curator zelf, die evenveel recht wil doen aan de jongere generaties en de klinkende namen die nadien zijn afgestudeerd.


'Bepaalde dingen hebben we wel gepusht ja', zegt hij. De opleiding was onder leiding van 'mevrouw Prijot', grondlegger Mary Prijot, nog erg klassiek en in sommige opzichten amateuristisch. 'Zeker in de manier van presenteren. Er was een heel banale catwalk en er werd willekeurig een band met muziek opgezet. Wij wilden betere mannequins, betere muziek en beter licht. Toen wij afstudeerden, was dat veranderd onder invloed van wat we allemaal zagen en meemaakten, en ook naar het voorbeeld van de shows in Parijs, waar we veel naar keken.'


Zwoer mevrouw Prijot nog bij de elegantie van Chanel, de nieuwe generatie spiegelde zich aan het werk van Claude Montana, Thierry Mugler, Jean-Paul Gaultier en de spetterende manier waarop ze dat op de catwalk brachten. Met nepuitnodigingen gingen ze brutaalweg op pad. 'We maakten de entreebewijzen voor Parijs van onze docenten minutieus na. En als we werden gepakt, vonden we wel een andere manier om binnen te komen.'


Gretig waren ze, in alle opzichten. Tomeloos stortten ze zich in het uitgaans- en culturele leven. Het waren de jaren van glamrock, punk, new wave. Van Beirendonck schetst hoe ze elkaar voorturend op sleeptouw namen en elkaar aanstaken in hun voorkeuren, geestdrift en onderzoekingsdrang. Was er één fan van Patti Smith (Ann Demeulemeester), dan gingen ze met z'n allen naar een concert. En ja, beaamt hij, tot op de dag van vandaag laat zich dat androgyne silhouet traceren in het werk van Demeulemeester. Had een ander (hijzelf) zijn oog laten vallen op de gestileerde en geile fotografie van Robert Mapplethorpe, togen ze naar New York en rustten niet voordat ze zijn atelier hadden gevonden en er hadden aangeklopt. 'Dat deden we gewoon.'


De kameleontische Bowie was een rolmodel. De propvolle verkleedkist die bij de decadentie van de New Romantics hoorde, met zwierige hoeden, piratenbroeken, glanssatijn met ruches: ze wisten er wel weg mee. Stuk voor stuk laafden ze zich aan de overdaad die, veelal na een dorpse jeugd, op school, in de stad, in de wereld ineens voor handen bleek. Grappig, vertelt Van Beirendonck, hoe hij naderhand ontdekte dat hij en 'Martin' (Martin Margiela) door hetzelfde artikel in de Belgische Avenue op het idee waren gekomen om een open dag van de modeafdeling te bezoeken.


Eenmalig heeft hij onlangs, ter gelegenheid van het jubileum, een uitnodiging voor een reünie van de Zes van Antwerpen doen uitgaan. Of ze gezamenlijk de jurering op zich wilden nemen voor de afstudeercollectie van 2013, luidde Walters verzoek. 'Ik vond het symbolisch en belangrijk om juist nu weer even samen te zijn.'


Op de vraag of iedereen daar onmiddellijk voor te porren viel, zegt hij voorzichtig: 'Nou, er is wat druk achter gezet. Er is wel even getwijfeld door deze of gene, maar uiteindelijk was iedereen er. Dat was een heel fijn moment.'


Een actueel groepsportret aan de wand vormt het bewijs. Maar vanwaar die reserves? 'Het was niet vanzelfsprekend. Iedereen van ons heeft wel contact met elkaar, maar het is niet dat we heel intensief contact hebben. Dirk Bikkembergs woont nu bijvoorbeeld in Zuid-Afrika. Ann Demeulemeester was heel druk bezig met haar collectie en haar show - die was een week later. Ik bedoel, er zijn altijd wel redenen om niet te kunnen of om af te haken. Ik ben blij dat het is gelukt.'


Ook Martin Margiela had hij uitgenodigd. Tevergeefs. 'Je weet: hij heeft afstand genomen van alles, van de mode en van zijn verleden in Antwerpen. Dat is natuurlijk spijtig. Ik heb hem niet meer gezien sinds 1993. Ik zou hem waarschijnlijk niet eens herkennen, mocht ik hem op straat tegenkomen.'


Gouden Spoel

Het talent en de ondernemingslust van de Zes van Antwerpen plus één (Martin Margiela) stonden van meet af aan buiten kijf, maar aan hun doorbraak heeft ook de Belgische overheid bijgedragen. Die nam in 1981 het initiatief tot een Textielplan, met de bedoeling de sukkelende textielindustrie weer op de been te krijgen. Er kwam een campagne 'Mode, dit is Belgisch!', een gelijknamig magazine en een jaarlijkse wedstrijd voor jonge ontwerpers: De Gouden Spoel. Met overheidssteun konden de deelnemers samenwerken met Belgische modeprofessionals en hun collecties door gevestigde fabrikanten laten uitvoeren. Voor 'de zeven' waren dat cruciale vingeroefeningen. Ann Demeulemeester won de eerste editie van De Gouden Spoel (1982). Daarna was het de beurt aan achtereenvolgens Dirk Van Saene en Dirk Bikkembergs.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden