De zelfbeheersing was verdwenen, en nu zitten we daar, gepijnigd en verbaasd

Luis Suárez was vier lange maanden geschorst omdat hij zijn tegenstander Giorgio Chiellini tijdens een WK-duel in de schouder had gebeten, maar zaterdagavond mocht hij eindelijk weer eens meedoen - met zijn nieuwe club Barcelona tegen Real Madrid. De ster viel nog een beetje weg tussen de sterren, maar hij heeft niemand gebeten.

'Bij mij kwam de spanning er op een verkeerde manier uit', zei hij vooraf. 'Er zijn spelers die iemands been breken of een ander in het gezicht slaan. Wat er met Chiellini is gebeurd, wordt als veel slechter gezien en dat begrijp ik.'

Mooi gezegd. Hij begrijpt het. Maar begrijpen wij het zelf ook? Is een beet echt zo veel slechter dan een doodschop? Hoe moet je zoiets eigenlijk beoordelen? Ik kan natuurlijk niet voor Chiellini spreken, maar zelf had ik voor een beet gekozen. Je houdt er hooguit een afdruk aan over. Mogelijk moet je naar de huisarts voor een prik. Maar je benen zijn nog heel, je kunt nog gewoon lopen.

Misschien is het de intentie die ons aan de duivel doet denken. Anders dan een beet is een schop meestal niet bedoeld om te beschadigen, maar om tijdelijk uit te schakelen. Soms is de uitvoering zo enorm dat er botten breken. Maar de intentie was anders. Kennelijk vinden we dat toch fijn om te weten.

Een schop kun je ook verwachten. Schoppen hoort erbij. Als je met de bal op een vijandelijk doel afstormt, houd je rekening met een schop. Je kunt je wapenen, innerlijk alvast schrap zetten. Je hebt zelfs de optie de bal in te leveren en weg te lopen.

Tegen bijten heb je geen verdediging. Je verdediging is elders. Je bent een bokser die tegen zijn schenen wordt geschopt. Ik had een oom die het leuk vond om te zeggen: 'Kijk eens naar mijn voet?' En zodra je dat deed, gaf hij je een enorme lel tegen je hoofd. Het was geloof ik vooral het verraad dat de verontwaardiging voedde.

We kijken niet graag naar het dierlijke, we wijzen het af, sluiten het buiten, liefst buitenissig lang. We identificeren ons niet met een bijter, terwijl we de aanvechting wel enigszins moeten kennen. Ineens is-ie daar: een bal kolkende frustratie in de romp, die zich via de ledematen razendsnel naar buiten vecht. De volgende seconde heeft de deur een kleine oneffenheid en lig je er zelf met gekneusde tenen naast.

Direct na de beet zat Suárez in het gras. Op de billen, als een kind. Hij voelde aan zijn tanden, ze deden hem vreselijk zeer. Zo zijn we allemaal, hadden we kunnen denken, even was de zelfbeheersing verdwenen, en nu zitten we daar, gepijnigd en verbaasd. Maar zo dachten we niet, wilden we niet denken, integendeel.

In de hiërarchie van erge dingen staat bijten nu eenmaal bovenaan, ook als de bijter daarmee uiteindelijk vooral zichzelf treft, een diepe vernedering afroept over zichzelf.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.