De zaak stonk, maar er viel niets tegen te doen

Als een bedrijf de helft meer vraagt voor de bouw van een gevangenis dan de opdrachtgever heeft begroot, klopt er iets niet....

Dit had projectmanager Ton Bruggeling in zijn lange carrière bij de Rijksgebouwendienst nog nooit meegemaakt. Toen hij de enveloppen van de aanbesteding van de jeugdgevangenis in Den Helder openmaakte, was hij verbaasd, ontstemd zelfs. De laagste aanbieder van de vijf bouwbedrijven die waren verzocht om een offerte, bleek een prijs te hebben berekend die ruim 50 procent lag boven de begroting die zijn eigen dienst had berekend. De andere vier waren zelfs nog duurder.

Bruggeling vond dat de zaak stonk. De prijs klopte niet, en vreemder nog waren de enveloppen waar de gespecificeerde begrotingen in zaten. Die van de winnaar was heel dik, de enveloppen van de andere vier heel dun.

'Ik vermoedde dat er sprake was van beperkende concurrentie', aldus Bruggeling tegen de parlementaire enquêtecommissie. 'Dit leek op vooroverleg.' Bruggeling wilde dat zijn baas, Freek Meijer, de zaak zou laten onderzoeken door de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa).

Meijer stapte naar de landsadvocaat, maar die vond dat er niet voldoende bewijs was voor vermoedens van prijsafspraken om de zaak aan te brengen bij de kartelpolitie. En dus moest de zaak worden uitonderhandeld met de laagste aanbieder: de firma Geveke, een zusterbedrijf van het in opspraak geraakte wegenbouwbedrijf Koop Tjuchem.

Na lang praten bleek dat de partijen er niet uitkwamen. Weliswaar bleek uit een nieuw advies van een ingenieursbureau dat de prijs voor de gevangenis zo'n 20 procent te laag was begroot, maar dan nog moest er een verschil van 9 miljoen worden overbrugd. Dat lukte niet.

En hoewel na de bestudering van de begroting bleek dat aannemer Geveke ongebruikelijk hoge normprijzen hanteerde, kon de Rijksgebouwendienst niet van de aannemer afkomen. Die dreigde namelijk met een procedure bij de Raad voor Arbitrage, een speciaal college voor bouwgeschillen. En die Raad gaat ervan uit dat een offerte die in concurrentie tot stand komt, marktconform is.

En omdat de Rijksgebouwendienst de vermoedens van prijsafspraken niet kon bewijzen, zou de dienst een zaak zeker verliezen. De aanbesteding overdoen zou kunnen, maar dat is heel kostbaar en duurt heel lang, legde Freek Meijer uit. 'Dan begint het hele proces opnieuw en dat is duur. Bovendien wilde de opdrachtgever dat die gevangenis zou worden gebouwd voor een bedrag van circa dertig miljoen.'

En dus startte de gebouwendienst onderhandelingen met Geveke, het bedrijf dat de aanbesteding had gefikst - want dat staat inmiddels vast. 'Het zijn de regels die zeer klemmend zijn', aldus Meijer. Geveke eiste een onkostenvergoeding en ander werk vanwege de continuïteit van de bedrijfsvoering. Meijer stemde hiermee in omdat hij inmiddels een aannemer had gevonden die de jeugdgevangenis wilde bouwen voor 33 miljoen gulden, 9 miljoen minder dan de prijs van Geveke.

Tot verbazing van de commissieleden gunde Meijer onderhands, tegen de integriteitsregels van de Rijksgebouwendienst in, een werk aan een gevangenis in Veenhuizen. 'Zo kon ik de opdrachtgever tevreden stellen, negen miljoen besparen en alle aanbestedingsregels respecteren', stelde Meijer. Daarom was hij de integriteitsregels maar even vergeten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden