De Zaak Menten is gewoon hartstikke goed

Op de miniserie De Zaak Menten is best wat aan te merken. Maar er is vooral ook heel veel te genieten.

Er schijnt een Chinees gezegde te bestaan: als je een brede rivier wilt overzwemmen en je wordt halverwege moe, zwem dan niet terug. Hans Knoop haalde dat aan toen hij een tijdje geleden aan de Pauw-tafel zat vanwege de miniserie die gisteravond haar apotheose kende. Knoop, een naam van vroeger. Hij ontmaskerde, op eigen houtje en met forse tegenwind uit eigen Telegraaf-hoek, de stinkend rijke kunsthandelaar Pieter Menten als oorlogsmisdadiger.

Het gebeurt niet vaak dat je wakker wordt met het onbestemde gevoel dat er die dag iets leuks te gebeuren staat en dat het, na een paar minuten vruchteloos plafondstaren, tot je doordringt dat het de komende aflevering van een sepiakleurige serie van Nederlandse makelij betreft.

Meestal rammelt er iets in die series, een zacht maar ergerlijk getik, niet zelden in de dialogen. ('Ik hou van je.' 'Ik hou ook van jou.' 'Maar ik moet gaan.' 'Dat weet ik.' 'Zul je op me wachten?' Veelbetekenende stilte. 'Zul je op me wachten?' 'Ja. Ik wacht op je.'). Maar aan De Zaak Menten (omroep: MAX, regie: Tim Oliehoek) deugt veel. Trouw keek ik elke woensdag, net als meer dan 900 duizend anderen. Al is trouw een relatief begrip als het gaat om drie luttele afleveringen. Hadden er wat mij betreft best zes mogen zijn, of tien.

De Zaak Menten was gedurende die drie weken de moeite van het op woensdagavond vrijhouden om er als de kippen bij te zijn meer dan waard. Tuurlijk, hier en daar zat er een haak aan het scenario (wat haastig soms) of een oog aan de overbodige tussentekstjes om wisseling van plaats en tijd te benadrukken. En ook de slowmotions en gezwollen muziek werden richting het eind van de laatste aflevering ietwat pompeus - al ben ik daar bij buitenlandse producties coulanter in, wat natuurlijk onzin is. Ondanks die paar kleine minpunten viel er vooral veel plezier te beleven.

Aan het spel van Guy Clemens bijvoorbeeld, vanwege de ingetogen vastberadenheid, en aan dat van Aus Greidanus, die ons een vreeswekkende Menten voorschotelde die me op momenten van oplaaiende drift sterk deed denken aan Lucas, de jeugdcrimineel die in de film De Tasjesdief Olivier Tuinier (en mij als kijkertje) de stuipen op het lijf joeg. Dat was, destijds, trouwens de doorbraakrol van Aus Greidanus junior.

De serie is een succes. De kritiek is opgetogen. Er kijken veel mensen. Zelfs Hans Knoop was ermee verguld. Om een collega van Henk van de Tillaart te citeren: 'Niets dan lof, niets dan lof.'

Nou heb je series waarvan de reden voor het succes deels buiten de serie zelf ligt. Een hang naar vroeger, een perfect tijdslot, een machtig pr-apparaat. Je hebt ook tv-drama waarvan de reden van slagen simpelweg onverklaarbaar is. En je hebt series als De Zaak Menten. Die gewoon hartstikke goed zijn.

Met dank aan Hans Knoop, die, eenmaal midden op de rivier, gewoon doorzwom.

Aanvullingen en verbeteringen: In een eerdere versie van dit artikel werd het citaat 'Niets dan lof, niets dan lof' ten onrechte toegeschreven aan Henk van de Tillaart. Het citaat is afkomstig van een 'collega' van Van de Tillaart, een personage van Theo Maassen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden