De zaak Koos H.

'Ik denk dat Koos zeker nog vier meisjes heeft omgebracht. We hebben er alles aan gedaan, maar dat nooit kunnen bewijzen.' Begin jaren tachtig werd Koos H....

Hoe wist de Haagse portier Koos H. zijn slachtoffertjes mee te lokken? Dat vraagt oud-rechercheur Herbert Verweij zich 23 jaar later nog altijd af. Van het ene op het andere moment verdwenen de drie meisjes, met korte tussenpozen, om dood teruggevonden te worden. In een duinmeertje bij Wassenaar, in het water van de Haagse Laak, in het bos bij het Oost-Brabantse Nistelrode.

Twee van hen hadden wurgsporen rond de hals, maar geen van de meisjes was door wurging om het leven gebracht. 'Sadisten' als H. 'kicken op dit soort perverse spelletjes: de keel dichtknijpen en het meisje bij bewustzijn laten komen en opnieuw de keel dichtknijpen', citeert Sytze van der Zee een rechercheur in Zuidwal - dossier van een seriemoordenaar. 'Seks is louter een bijkomstigheid.'

Herbert Verweij: 'Hoe kwam Koos in contact met die meisjes? Hoe pluk je ze van straat, gewoon overdag, niemand die iets ziet? Hij moet hun vertrouwen hebben gewonnen. Dat is dan toch zijn sociale vaardigheid geweest. Die vriendelijke, innemende kant van hem.'

Koos H., hij zit tegenwoordig in de Van Mesdag-kliniek in Groningen, laat nog steeds weinig details los. Pas eind jaren negentig legde hij een gedeeltelijke bekentenis af over de moord op drie meisjes, waarvoor hij begin jaren tachtig is veroordeeld tot levenslang.

De rechercheurs die met het onderzoek waren belast, zijn ervan overtuigd dat hij meer moorden heeft gepleegd, misschien wel veel meer. Onopgeloste en inmiddels verjaarde zaken, die veel overeenkomsten vertonen met de moorden op Edith Post (11), Emy den Boer (18) en Tialda Visser (12).

Herbert Verweij, indertijd lid van het regionale recherchebijstandsteam dat belast was met de zaak-H.: 'Ik denk dat Koos zeker nog vier meisjes heeft omgebracht. We hebben er alles aan gedaan, echt alles, maar we hebben dat nooit kunnen bewijzen. Hij is toch al gestraft; waarom praat hij nu niet eens ongeremd?'

Verweij is een van rechercheurs met wie voormalig Parool-hoofdredacteur Sytze van der Zee sprak voor Zuidwal, een titel die verwijst naar het oude adres van Koos. Van der Zee stuitte bij toeval op het onderwerp. Op een bruiloftsfeest raakte hij in gesprek met een rechercheur die hem vertelde over deze affaire met Dutroux-achtige kanten. 'De zaak-H. speelde begin jaren tachtig, maar leeft door de gruwelijkheid en door wat het bij de betrokken mensen heeft aangericht nog altijd als een stil geheim voort binnen het Haagse politiekorps', schrijft Van der Zee in zijn voorwoord.

Voor zijn nauwgezette reconstructie wist Van der Zee de hand te leggen op het politiedossier en delen van H.'s dagboek. Hij praatte met rechercheurs, de ouders van de meisjes en tientallen andere betrokkenen. Gaandeweg kreeg hij ook leden van het bijstandsteam zo ver dat ze meewerkten. Verweij: 'Politiemensen zijn geen praters. Wij geven onze gedachten niet graag bloot. Ook thuis vertel je weinig. Wat niet weet, wat niet deert. Wat je meemaakt, verwerk je alleen.'

Zuidwal is geschreven vanuit het perspectief van de politie. Rode draad vormt de intussen overleden Haagse toprechercheur Rutgerd Bloem, die de hoofdrol speelde in het verhoren van H. en hoopte uit te vinden welke meisjes hij nog meer had omgebracht. Maandenlang moest Bloem telkens weer de confrontatie aangaan met een man die voor hem synoniem was met het absolute kwaad. Vergeefs. De 30-jarige portier gaf geen krimp. Hij bleef al die tijd hardnekkig ontkennen. Na afloop van de zaak raakte Bloem zwaar overspannen.

Verweij, die een paar keer 'als bijzit' fungeerde tijdens de verhoren: 'Geen spoortje emotie toonde Koos. Je kreeg er geen contact mee. Hij speelde een kat-en-muis-spel met de verhoorders. Heel afwachtend en berekenend. Als je kunt relativeren, zeg je: jammer, ik krijg hem niet om. Maar Bloem was dé man van Den Haag, bij het zwaarste bureau, met de meeste ervaring. Die raakte enorm gefrustreerd dat hij het niet kon winnen. Koos was sterker dan hij.'

En Bloem was vader, evenals de meeste leden van het team. Het had hún kind kunnen zijn. Verweij, ook vader, ging op bezoek bij de ouders van de 11-jarige Edith Post. Het vermoorde meisje dat hen op het spoor zette van H., portier bij Haagse seks- en nachtclubs. Hij ontvoerde het dochtertje van de Wassenaarse ondercommandant van de brandweer uit de keuken van haar school. 'Dan zie je hoe dat in zo'n gezin snijdt', zegt Verweij. 'Dat is verschrikkelijk. Dat blijft altijd in je herinnering.'

Bij een inspectie van H.'s huis probeerde hij zich voor te stellen wat een van de meisjes heeft meegemaakt. Verweij bezocht de 'martelkamer', een zolderkamertje waarvan H. zei dat het een 'droge sauna' was. In de vloer en aan het plafond zaten metalen handgrepen. De ramen waren dichtgetimmerd, het plafond, de vloer en de muren met dik tapijt bekleed.

Later vond de politie oorknopjes en bloedsporen van de 18-jarige Emy den Boer in het kamertje. Na ellenlange verhoren verklaarde de toenmalige vriendin van de portier dat ze gestommel hoorde boven haar hoofd, de eerste keer dat ze met Koos naar bed ging. De portier rende de slaapkamer uit, de trap op. Even later klonk volgens de vriendin twee keer een doffe knal, boenk, boenk. Koos kwam weer naar beneden, zei dat hij zijn hond een oplawaai had verkocht, en zette de vrijpartij voort.

'Waarschijnlijk is ze toen vermoord', zegt Verweij. 'Even tussendoor dat kind doodschieten. Wat voor soort mens moet je dan zijn. Dat meisje kon geen kant op. Wat een leed. Dat hele scenario gaat door je hoofd als je daar staat.'

Uit de woning van de portier kwamen karrenvrachten kinderporno. Dozen vol. Alle banden moesten bekeken worden - of de vermoorde meisjes er misschien tussenzaten. 'Godzijdank hoefde ik niet', zegt Verweij. 'Mijn collega's kwamen walgend de kamer uit. Dagen achter elkaar moesten ze ernaar kijken. Wat ze op die banden met kinderen uitvreten is ongelooflijk. Alles kan.'

N

og steeds durft Verweij, zoals hij heet in Zuidwal, niet onder zijn echte naam in de krant. Tijdens het onderzoek bedreigde H. de rechercheurs zwaar: 'Wacht maar. Als ik vrijkom pak ik jullie. Of anders jullie vrouw en kinderen.' Reden voor een aantal (oud)rechercheurs om niet mee te werken aan het boek.

Na zijn gedeeltelijke bekentenis werd H. overgeplaatst van de longstay-afdeling van de Scheveningse gevangenis naar het Pieter Baan Centrum, de observatiekliniek van Justitie. Volgens Wim Anker, de advocaat die H. de afgelopen vijftien jaar heeft bijgestaan, oordeelde het PBC 'redelijk gunstig' over de 'behandelbaarheid' van Koos H. Eind 1999 werd hij overgeplaatst naar de Van Mesdag-kliniek, voor verdere therapie.

Anker probeert 'heel voorzichtig' begeleid verlof te regelen voor H. 'Volgens mij overvragen we daarmee niet, al begrijp ik dat voor de nabestaanden geen enkele sanctie voldoende is. Koos zit al 23 jaar vast. Ik draag geen witte jas, maar hij is echt veranderd in vergelijking met tien jaar geleden.' In de toekomst sluit Anker een gratieverzoek - de enige manier voor een tot levenslang veroordeelde om nog vrij te komen - niet uit. 'Maar dat is nu niet aan de orde.' Gratie is overigens hoge uitzondering.

Verweij heeft de neiging Anker te bellen: zeg Wim, hoe kun jij toch zeggen dat Koos is veranderd? 'Ik ben in mijn hele politiecarrière nooit meer zo iemand tegengekomen als Koos. De gruwelijkheid van deze zaak was uitzonderlijk. Hij handelde niet in een opwelling, maar had zijn slachtoffer allang in het vizier en sloeg toe als hij de kans kreeg. Net een roofdier. Een pure, buitengewoon gewelddadige psychopaat, die op doortrapte en planmatige manier te werk ging. Van zo'n afwijking genees je volgens mij nooit meer.'

De gespletenheid van de portier, een 'dubbele persoonlijkheid', is Verweij al die jaren bijgebleven; daar werd indertijd in het team ook veel over gesproken. Vrouwen uit de directe omgeving van de portier waren lovend over hem. Een hartstikke aardige kerel. Verweij betrapte zichzelf tijdens de verhoren op de gedachte: 'Helemaal niet zo'n beroerde vent.'

Hij maakt zich geen illusies over de Koos H. van nu. Verweij is ervan overtuigd dat Koos nog net zo planmatig opereert als vroeger. Zie de bekentenis waardoor hij in aanmerking kon komen voor een behandeling in de Van Mesdag-kliniek, met eventueel uitzicht op begeleid verlof. 'Ik zou willen dat de deskundigen die straks over hem moeten oordelen, konden proeven en voelen hoe wij dat onderzoek hebben beleefd.'

De geharde rechercheur Bloem kwam getourmenteerd uit de zaak. In Zuidwal wordt een collega geciteerd die in 1987 het stafbureau met Bloem deelde. 'Er kwam niets uit zijn handen. Hij was totaal de kluts kwijt.' Maar wat wil je, vraagt de collega zich af, als je zo lang met een 'randdebiel' als H. in een kamer zit en hij blijft zwijgen. 'Je moet niet slimmer dan zo'n psychopaat willen zijn. Of in z'n huid kruipen.' In 1989 werd Bloem arbeidsongeschikt verklaard. Eind 1999 overleed hij aan een hartaanval, 65 jaar oud.

'Wij praatten onderling nooit over wat het onderzoek met ons deed', vertelt Verweij, die het politiebureau allang vaarwel heeft gezegd. 'Als je te emotioneel bent in dit werk, word je beschouwd als een mietje, een watje. Zeker toen was er geen enkele aandacht voor de gevoelens van politieagenten. Maar als jij continu dood en verderf tegenkomt, dan blijf je daar niet zo kil en hard in. Althans: dat is niet normaal. Want dan zou je zelf net zo kil en hard zijn.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden