Analyse betrouwbaarheid minister en ministerie van defensie

De zaak-Irak: minister Bijleveld is nog lang niet af van burgerdoden

Na een fel debat over de informatievoorziening over burgerdoden in Irak, zegden 71 Kamerleden dinsdagnacht het vertrouwen in minister van Defensie Ank Bijleveld op. Ze hield niet de eer aan zichzelf, maar bleef zitten. Daarmee is de kwestie nog lang niet af.

Minister Ank Bijleveld (Defensie) tijdens een debat in de Tweede Kamer over het Nederlands bombardement in Irak. Kamerleden willen van minister Bijleveld horen waarom er is gelogen over tientallen burgerdoden bij een Nederlands bombardement in Irak. Beeld ANP

De minister dacht nog wel dat ze haar zaakjes (eindelijk) zo goed op orde had voor het debat met het parlement: ze betrachtte openheid over pijnlijke incidenten uit het verleden, stuurde en ‘feitenrelaas’ over de chronologie van de informatievoorziening over burgerdoden en kondigde meer transparantie aan voor de toekomst. Maar de glimmende tank van informatie waarmee ze het debat dacht in te rijden, bleek achteraf een hevig rammelende fiets, zonder waarschuwingsbel, voor- of achterlicht, en bovendien niet vooruit te branden.

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie

Hoewel het debat bij tijd en wijle fel was, werd het wel (behalve door Denk, die om aandacht schreeuwde met termen als ‘moordenaar’) op het juiste – want politieke - niveau gevoerd: de Kamer sprak zijn steun en vertrouwen uit in de militairen en uitte ook begrip voor het feit dat in een oorlog zaken fout kunnen gaan, ondanks alle betrachte zorgvuldigheid. ‘Militaire interventie is nooit onze eerste keus’, zei Salima Belhaj (D66), ‘maar soms is het onvermijdelijk.’ Maar dan moet dat wel gepaard gaan met correcte informatie en transparantie, ook over zaken die fout gaan, voegde ze er aan toe.

En op dat vlak zijn wat de Kamer betreft de ministers Hennis én Bijleveld, maar ook de ambtelijke top van het departement, schromelijk tekort geschoten. Om met die laatste te beginnen: pas vorige week, zo zei Bijleveld, ontdekte men op het departement dat de Kamer tot tweemaal toe onjuist was ingelicht in 2015. Noch toen ze aantrad, noch bij alle eerdere gelegenheden dat de Kamer om meer informatie en transparantie vroeg, was dit naar boven gekomen. Hoe zit het met de politieke antenne op het departement, vroeg zelfs de VVD zich af?

En met die van de ministers zelf? Wat heeft Hennis er destijds toe bewogen, twintig dagen na de Nederlandse luchtaanval op Hawija waarbij tenminste zeventig doden vielen, te zeggen dat er ‘voor zover op dit moment bekend geen sprake is geweest van Nederlandse betrokkenheid bij burgerslachtoffers’? Overigens, zo benadrukte Bijleveld in het debat, waren ook andere ministers op de hoogte, onder wie het PvdA-buitenlandduo Koenders en Ploumen, die dat beiden woensdag weer ontkenden. Ook premier Rutte zelf was op de hoogte, suggereerde de minister aan het eind van het debat. Maar de premier zei woensdagmiddag dat het hem niet bijstaat dat hij hierover in 2015 is geïnformeerd.

Minister Bijleveld (Defensie) tijdens het debat dinsdag. Beeld ANP

Sluitstuk

De Tweede Kamer wil nu precies weten wie wat wist en op welk moment. En daarmee was het debat dinsdag geen sluitstuk van een jarenlange hindernisbaan naar openheid over burgerslachtoffers, zoals Bijleveld had gehoopt, maar het begin van de waarheidsvinding over de opstelling van het vorige en het huidige kabinet in deze kwestie. Beide kabinetten werden geleid door Mark Rutte. 

Een van de redenen waarom zoveel partijen geprikkeld reageerden op Bijlevelds uitleg over de jarenlange (mis)communicatie over burgerslachtoffers door Nederlandse wapeninzet, is dat de minister uiteindelijk weinig andere argumenten had dan ‘zorgvuldigheid’ en de ‘noodzaak tot overleg’ (binnen Defensie en internationaal) om te verklaren waarom de openheid over burgerslachtoffers pas elf maanden ná beëindiging van de F-16-missie in Irak betracht kon worden. Als ‘operationele veiligheid’ zo’n belangrijk criterium is om tijdens een missie niets te zeggen, zo vroeg de Kamer in wel honderd varianten, waarom dan niet meteen daarna alle feiten op tafel gelegd?

Het verhaal van de minister loopt wellicht wel in de pas met de realiteit op het departement, waar (zoals Bijleveld duidelijk liet doorschemeren) de nodige tegenstand moest worden overwonnen – maar niet met de politieke realiteit. Er openbaarde zich dinsdag een grote kloof tussen wat Defensie gepast vindt inzake communicatie over oorlogvoering en wat de Kamer eist. De summiere eerdere meldingen over burgerslachtoffers werden door Bijleveld aangevoerd als bewijzen van competentie – maar door de Kamer in tegenovergestelde zin begrepen.

En dat geldt, een tamelijk omineus voorteken voor de minister, niet alleen voor de oppositiepartijen maar (in gematigder termen) eigenlijk ook voor de coalitiepartijen zelf – inclusief VVD en CDA, de leveranciers van de vorige en huidige minister van Defensie. Bijleveld bracht haar onthulling dat ze pas vorige week hoorde over het onjuist informeren van de Kamer in 2015 als een wapenfeit: ze had immers meteen besloten de Kamerbrief aan te passen en deze informatie te verwerken.

Definitief bewijs

Maar de Kamer vatte het op als definitief bewijs dat het departement geen politieke antenne heeft, onwelgevallige feiten nogal eens verdoezeld, en blijkbaar de nieuwe minister bij haar aantreden in 2017 niet op de hoogte heeft gebracht van dit lijk in de kast. Kortom, zijn deze minister en is dit ministerie nog wel te vertrouwen bij toekomstige communicatie over burgerslachtoffers? Ook regeringspartijen riepen Bijleveld daarbij met klem op grote schoonmaak te houden in het ministerie.

Bijlevelds laatste wapenfeit – haar zelfverklaarde consistente streven naar meer openheid – ging daarmee ook reddeloos ten onder in het debat. Jazeker, de minister heeft toegezegd in het vervolg de Kamer ‘proactief’ te zullen communiceren over zaken als burgerslachtoffers ‘als de veiligheid dat toelaat’. Daarmee is de onduidelijkheid eigenlijk compleet, zo viel in de Kamer te beluisteren. Want wat verandert er dan eigenlijk aan de bestaande praktijk? En is dit proces wel in goede handen van dit ministerie? Zowel minister als Kamer stonden dinsdag achter de militairen’ in hun debat. Het zijn de minister zelf, en haar ambtelijke top, die in de politieke vuurlinie zijn beland.

‘Een luchtaanval door de door de VS geleide coalitie heeft een complete wijk van een Noord-Iraakse stad die onder controle staat van IS-militanten met de grond gelijk gemaakt, waarbij tientallen mensen, onder wie burgers, gedood zijn, zeggen getuigen en veiligheidsbronnen.’

Bron: Reuters nieuwsbericht van 4 juni 2015 over de gevolgen van de luchtaanval op Hawija in de nacht van 2 op 3 juni.

‘Het is tot nu toe niet het geval geweest, maar indien er sprake is van mogelijke burgerslachtoffers door Nederland, zijn er allerlei regelingen. […] Je kunt ook een gedeelte van een gebouw bombarderen. Het is zo precies. Het is niet zo dat je gelijk een complete wijk of regio platlegt.’

Bron: minister van Defensie Jeanine Hennis, geciteerd uit een verslag van een algemeen overleg met de Tweede Kamer op 30 juni 2015.

Verder lezen
Basim Razzo, slachtoffer van het Nederlandse bombardement, verloor zijn familie en zijn bezittingen. Op zoek naar antwoorden stuitte hij op een muur van bureaucratie.

Het kabinet heeft maandag alsnog opening van zaken gegeven over twee ­Nederlandse luchtaanvallen in Irak in 2015 waarbij tientallen burgerdoden zijn gevallen. De Tweede Kamer is destijds verkeerd ingelicht, zo maakte het ­kabinet tevens bekend.

Minister Bijleveld mag door, maar zij heeft rond de burgerslachtoffers nog veel vragen te beantwoorden, schrijft Raoul du Pré in het hoofdredactioneel commentaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden